Zingen met het gewone volk

2013-06-01
  • Jaargang 57
  • nummer 11
Er is misschien wel bijna tweeduizend jaar lang een tweedeling geweest in geestelijke liederen: aan de ene kant ‘echte’ kerkliederen, die een plek kregen in de zondagse liturgie, en aan de andere kant liederen die gezongen werden in de huiskamer of tijdens evangelisatiebijeenkomsten. De afgelopen jaren is daar echter verandering in gekomen. Een blik op de geschiedenis en op het vele moois dat we de komende tijd kunnen bijleren.

De liederen die door de eeuwen heen niet in de zondagse liturgie belandden, waren vaak volkser. Ze stonden dichter bij het dagelijkse leven van gewone mensen. En dat hoorde je terug in de taal en de muziek. In de middeleeuwen was dat heel zichtbaar en hoorbaar. In de officiële liturgie was het Latijn wat de klok sloeg. De gewone man en vrouw deden niet meer dan luisteren, want het onbegrijpelijke Latijn werd gezongen door een priester en zo mogelijk een koor. Buiten de kerk was dat anders. Daar floreerden de maria-liederen en kerstgezangen, om nog maar te zwijgen over wat er gezongen werd tijdens processies en pelgrimages. Dat waren liederen die in de officiële liturgie geen kans maakten. De Reformatie bracht daarin een grote verandering. De kerkgangers werden aan het zingen gezet, al bleef het in de kerken in het voetspoor van Calvijn grotendeels beperkt tot de berijmde psalmen. Die klonken in de dienst en dat was het dan. Of het altijd even fraai geklonken heeft, is een spannende vraag. Getuigenissen uit die tijd zijn niet altijd even positief. De goed onderlegde Constantijn Huygens schrijft in 1640: ‘Inderdaad, het laet sich onder ons veeltijds aenhooren, als ofter meer gehuylt oft geschreeuwt dan menschelick gesonghen werde. De toonen luyden dwars overeen, als gevogelte van verscheiden becken. De maten strijden als putemmers, d’een dalende, soveel d’ander rijst.’ De vervanging van koorzang door gemeentezang wilde dus niet altijd vlotten. Opvallend is ook dat de invloed op de kerkdienst in de calvinistische kerken een zaak was van de predikant en de kerkenraad; ruimte voor impulsen vanuit de breedte van de gemeente was er niet. Dat is opvallend omdat het calvinisme de geloofsbeleving bij alle terreinen van het leven probeerde te betrekken, maar dus geen ruimte bood voor impulsen vanuit het dagelijks leven in de kerkdienst. Ook muzikaal was het voor de gemeente niet meer dan meezingen met wat de dominee opgaf. Op die manier kon er niet veel op gang komen en bleef men een aantal eeuwen bij de Psalmen van Datheen. Invloeden van over de grenzen waren er wel en werden in de loop van de achttiende eeuw ook sterker. Te denken valt aan de Hernhutters in Duitsland en aan de impulsen van de opwekkingsbewegingen in Engeland (onder meer Wesley). Zowel ten oosten als ten westen van ons land bracht dat een stroom nieuwe liederen met zich mee. Karakteristiek voor deze liedcultuur is dat er geschreven werd vanuit een diaconaal en missionair bewogen hart. Dat leverde liederen op die de mensen dicht bij God en dicht bij elkaar brachten.

Patroon
In de negentiende eeuw speelden stromingen als het Reveil en het Leger de Heils een grote rol als het gaat om het volkse lied. Het waren dus zending, zondagschool, jongelingsverenigingen en barmhartigheidsinstellingen die de stemmen in beweging brachten. Waar de ogen open gingen voor de naaste veraf of dichtbij gingen de oren open voor het geloofslied en het bijbehorende ‘zangonderwijs’. Dat laatste was een grote stap vooruit vergeleken met de door Huygens gesignaleerde kwaliteit van de gemeentezang, die ook in de negentiende eeuw vaak nog te wensen overliet. In de eerste helft van de twintigste eeuw speelde Johannes de Heer een grote rol in de verspreiding van het volkse lied met zijn piëtistische, diaconaal-missionaire trekken. Hij was één van de oprichters van de NCRV, werkte in de vooroorlogse jaren mee aan tal van radio-uitzendingen (‘Liederenuurtjes’) en bracht tientallen grammofoonplaten uit met geestelijke liederen. Johannes de Heer sprak, net als het Leger des Heils, ook zwervers en de allerarmsten aan. De door hem uitgegeven bundels met Nederlandse volksen kinderliederen getuigen van zijn voeling met het ‘verantwoorde volkse lied’ en zijn vermogen om op basis daarvan de juiste snaar te raken. De liederen uit de bundels van Johannes de Heer werden ook buiten zijn eigen kring veel gezongen – niet in de laatste plaats door gereformeerden. Dan ging het vaak om het levendiger deel van het kerkvolk, dat graag bij het Leger langsging om te zingen of zich thuis rond het harmonium schaarde. En dat vol overtuiging! Het bleef echter wel beperkt tot de huiskamer bij het orgel, want in de kerk werden deze liederen niet gezongen. Ook in de twintigste eeuw zag je dus iets van het eeuwenoude patroon dat de kerkelijke leiding in liturgisch opzicht weinig ophad met de meer volkse liederen. Hierdoor vind je in het Liedboek voor de Kerken ook maar een beperkt deel van de liederen uit de kring van Hernhutters, de Opwekkingsbeweging en het Reveil terug, terwijl de liedbundel van Johannes de Heer in het geheel niet in deze bundel uit 1973 vertegenwoordigd is. Naar de reden daarvan is het gissen. Waren de samenstellers te zeer gevormd door hun klassiek getinte opleiding in muziek en taal of speelden er ook theologische factoren mee? Wat je ook van het ‘oude’ Liedboek voor de Kerken kan zeggen – en er is heel wat over gesproken en geschreven – echt ‘volks’ was het niet. En ook in het nieuw verschenen liedboek had het aandeel volkse liederen groter kunnen zijn.

Why should the devil?
Bij de samenstelling van het Liedboek voor de Kerken is indertijd wel gediscussieerd over andere volkse muziek: de negrospirituals. In ons land raakten deze liederen vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Eerst mondjesmaat, maar na de Tweede Wereldoorlog kwamen ze door het verbeterde taalonderwijs binnen het bereik van brede lagen van de bevolking te liggen. De liedboekcommissie overwoog opname van een aantal spirituals, maar zag er ten slotte toch vanaf. Dat was alleen al spijtig omdat de popmuziek – een genre dat net als de spirituals zijn wortels heeft in de zwarte kerkmuziek – vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw terrein won in onze muziekcultuur. Youth for Christ en het Flevo Festival vormden decennialang een brug vanuit de kerk naar de pop, maar kerkmusici en kerkenraden maakten daar aanvankelijk weinig of geen gebruik van. Oudere Youth for Christ’ers zullen zich de figuur van Larry Norman herinneren: de popzanger die veel betekend heeft voor de koppeling van het christelijk lied met de popmuziek. Hij bezocht als kind met zijn ouders een kleine, zwarte kerk in de Verenigde Staten. Zijn ervaringen met de levendige zwarte kerkmuziek leidden tot zijn gebruik van muziekstijlen die uit zwarte kerken stamden. Zijn bekende vraag, ’why should the devil have all the good music?’, werd gelukkig door velen overgenomen.

Bijleren
De afgelopen jaren is er veel veranderd in de kerkmuziek. Er ontstonden nieuwe perspectieven toen we plaats inruimden voor muzieken zanggroepen in onze diensten. Naast Opwekking kwamen er producties van eigen bodem, zoals Psalmen voor Nu (bijna afgerond!) en Schrijvers voor Gerechtigheid. Met wat oefening en onder goede leiding kunnen we de komende tijd veel moois bijleren. De ‘folk‘ en ‘pop’ is in al zijn variaties niet meer weg te denken uit veel Nederlandse kerken. Engelse en Ierse folk klinkt in liederen als ‘In Christ alone’ en ‘And can it be’ en de liederen van Iona zijn bepaald geliefd. Of neem een bundel als het in 1998 verschenen ‘Hoop van alle volken’, met liederen uit de partnerkerken van de latere PKN. Je kunt er kennismaken met de zang en muziek van broers en zussen wereldwijd, van Zuid-Amerika tot China en niet te vergeten Afrika.

Luistervoorbeelden
Om wat in de sfeer te komen, sluit ik dit artikel af met wat luistervoorbeelden. Misschien niet direct geschikt om komende zondag te zingen, maar wel bruikbaar om iets van het eigene (en volkse) te horen van de liederen waar ik het over heb. YouTube geeft daar prachtige kansen voor. Om te beginnen laat ik graag horen hoe levendig en inspirerend de zwarte kerkmuziek is. Een mooi figuur om mee te starten is Hasan Green. Luister eens naar zijn ‘I know I’ve been changed – Hasan Green’. En vervolg dan met ‘Jesus can work it out – Diane Williams’ en ‘There’s a leak in this old building – Neal Roberson’, als soloen koorvoorbeelden. Het bestand om uit te putten is enorm, maar een oud gospelnummer zou ik hier graag nog noemen: ‘Workin’ till the day is done’ door The Spirit of Memphis Quartet. Wist u ook dat de spirituals de mooiste expressieve dansen hebben geïnspireerd? Luister en kijk op YouTube bijvoorbeeld naar de diverse spirituals met dansen uit ‘Revelations Alvin Ailey’. Stilzitten is er voor de gewone gelovige in zwarte kerken niet bij. Dat geldt uiteraard ook voor Afrikaanse kerken. Kijk en luister bijvoorbeeld naar uiteenlopende voorbeelden als ‘Sunday service Yei’ (United Methodist Church Sudan), ‘Kajowk, South Sudan, Mass’, ‘Zambian Gospel Music Women’s choir, Merwe mission’ en ‘Messe a Mvolye Sanctus’. Of neem de muzikale eigenheid en diversiteit in de geloofsmuziek uit Brazilië, India, Nepal… Zie ter illustratie ‘nc black (Quar Achar?)’, ‘Beethovinho, Eli Soares e Matheuzinho’ of ‘Juninho Black e banda’. Weer een heel andere wereld is die van de orthodoxe kerken in Oost-Europa. Luister eens naar ‘Russian Chants in Zagorsk’, gezongen door typische Russische meisjes en vrouwen. Het gaat hier om liederen die nog steeds brede bekendheid genieten. Bijzonder is het verband tussen het christelijke lied en de volksmuziek in deze streken. Je wordt er wel een beetje jaloers op. Zie het maar als een voorproefje op het nieuwe Jeruzalem, de plaats waar ‘de heerlijkheid van de volken’ zal worden binnengebracht. Dat zal een diversiteit aan zang en muziek geven! En dat zonder muzikale of talige drempels. Al vermoed ik dat het ook daar niet zonder inspanning en oefenen gaat. Maar daarvoor hebben we dan alle tijd…

Dr. Joost Visser is lid van de NGK Houten en maakt deel uit van de Commissie Interkerkelijke Stichting van het Kerklied van de NGK.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief