Persschouw
1973-06-15
• Rondom de vreemde kabinetsformatie - Jaargang 17
- nummer 24
Het is nodig dat we ons goed blijven realiseren hoe door en door mis en fataal voor de staatkundige verhoudingen, de jongste kabinetsformatie is geweest. In de eerste plaats was ze een schenden van de parlementaire democratie zoals die er eenmaal in ons land was. We hebben het beleefd dat één partij, de P.v.d.A. een dictatuur in praktijk bracht die veel lijkt op wat in de vorige eeuw de liberale partij presteerde.
Alleen geschiedt het nu door een partij die voluit een minderheid in ons volk vormt.
In de tweede plaats betekent ze een polarisatie als zelden te voren in de politieke geschiedenis is voorgekomen. Die polarisatie werd bewerkt door de drie z.g. "progressieve" partijen. Zij wilden zelfs niet praten met andere partijen! En zij hebben die polarisatie op buitengewoon slimme, soepele, energieke en effectieve wijze in praktijk gebracht tot het einde toe: In de derde plaats heeft ze verwoestend gewerkt in de z.g. "confessionele" partijen. Speciaal de A.R. en de K.V.P. zijn daarbij toonbeelden van "politiek onbetrouwbaarheid" gebleken. Zij in de eerste plaats hadden met voorbijzien van alle partij- en andere belangen moeten stáán voor de handhaving van de integriteit van de parlementaire democratie.
Zij in de eerste plaats hadden met alle klem moeten blijven zeggen: Wij willen loyaal met iedere werkelijk democratische partij samenwerken met het oog op de vorming van een kabinet - ook en speciaal met de P.v.d.A. als grootste partij in ons land! maar alléén op voorwaarde dat de normen van een ware democratie worden gehandhaafd.
In de vierde plaats werd door deze kabinetscrisis de polarisatie binnen de z.g. "confessionele" partijen op ontstellende wijze bevorderd.
Er is daarin de scherpe tegenstelling ontstaan tussen hen die trouw willen blijven aan de democratische grondregels en hen die het geknoei daarmee hebben getolereerd en bevorderd.
In de vijfde plaats hebben we het beleefd dat door de kabinetsinelkaarzetters met de z.g. confessionele partijen op een soms lompe wijze "de vloer is aangeveegd"!
Achteraf blijkt dat nog erger te zijn geweest dan men tijdens de formatie constateren kon. Men leze wat volgt.
En, om maar niet meer te noemen: we zijn tijdens de kabinetscrisis getuige geweest van het bekende, verschijnsel dat men de dwaasheid beging een kwaad te bestrijden door er aan mee te doen! De P.v.d.A. met zijn satellieten polariseerde als bijna nooit te voren in onze parlementaire geschiedenis. En alom werd in het confessionele kamp nota bene geroepen: Wij moeten meedoen met de club van Den Uyl want wij moeten de polarisatie niet bevorderen.
Dat is zo iets als de duivel weerstaan door hem een handje te helpen.
Tegelijk moet ook en nadrukkelijk gezegd worden dat de V.V.D. met zijn leus: "Den Uyl nooit in het Catshuis!" even hard polariseerde als haar antagonist de P.v.d.A.!
Een paar interessante close-ups over de kabinetsformatie leverde het Friesch Dagblad. Ze spreken voor zichzelf. Hier is het eerste:
In het Parool heeft de heer Burger ook zijn verhaal geleven over zijn besprekingen met de heren Andriessen en Aantjes.
Het is hoogst interessant om dat te lezen. Daarom willen wij het onze lezers niet onthouden.
De man van Het Parool leidt dit gedeelte aldus in:
"Een protestants opgevoede man (mr Burger) helpt een Gereformeerd opgevoede man - Den Uyl - aan een progressief kabinet, waarin christelijke partijen eigenlijk alleen maar worden geduld. Sterk staaltje van deconfessionalisering.
Gaf het een mooi gevoel van triumf, dat het eindelijk was bereikt?"
En dan geeft Het Parool het antwoord (van Burger) aldus weer:
"Het is goed gelopen naar mijn zin, ik kan niet zeggen, dat ze zich hebben uitgesloofd om het me aangenaam te maken.
Maar ja, ik had natuurlijk wel ervaring, en ik heb dat de heren, toen ze bij de formatie een beetje lastig waren, ook gezegd. Ik heb gezegd: Ik ben langer fractie-voorzitter geweest dan jullie met z'n drieën bij elkaar en van een fractie die groter was dan die van jullie drie bij elkaar, dus je moet nou niet denken dat ik snel geïmponeerd ben als jullie zo plechtig voor de dag komen.
Enfin het is gebeurd. Ik begrijp alleen niet, dat de heren die nou meedoen zo staan te jammeren in de Tweede Kamer?"
Aldus de heer Burger in Het Parool.
Je kunt dit wel ongeveer zo vertalen: Burger heeft de fraktievoorzitters als drie kwajongens behandeld. Dat is niet bepaald gedistingeerd!
Maar het is wel erg dat Aantjes en Andriessen zich dat lieten welgevallen! Niet om hun partijen. Maar om de zaak van het volk!
Boven het volgende stuk plaatste het F.D. het opschrift: "Inbraak en géén inbraak".
Het is bekend, dat de heer Burger als kabinetsformateur twee A.R. heren bereid vond, om toe te treden tot het kabinet-Den Uyl, Zij deden dat, zonder hun fractie te raadplegen, zonder zelfs hun fractie vooraf in te lichten.
Toen werd het bijna komisch, dat de meerderheid van de fractie, na veel gepraat, dat persé geen onderhandeling mocht heten, achteraf, welken later, die beide heren nog "groen licht" gaf.
De heer Burger had dezelfde tactiek ook kunnen toepassen op de K.V.P., maar hij heeft het welbewust niet gedaan. Dat heeft hij ook aan de redactie van Het Parool uitgelegd.
Ook dat willen wij onze lezers niet onthouden. Andriessen is er in geslaagd zijn fractie bijeen te houden, omdat, aldus de heer Burger: "ik er geen behoefte aan had om het anders te doen, want u moet goed begrijpen dat zij in staat zijn - in tegenstelling tot de antirevolutionairen - om een kabinet weg te werken door hun getal, met medewerking van de liberalen en zo natuurlijk".
En verder: "Het was gemakkelijk genoeg geweest om een handvol K.V.P.-ers bereid te vinden om mee te doen". Dat is dus duidelijk. "Ik" dat wil zeggen de heer Burger, heb wèl bij de A.R.P. aangestuurd op een breuk, maar niet bij de K.V.P., hoewel ik dat laatste gemakkelijk óók had kunnen doen. Maar om hun getalsterkte in de Kamer heb ik daarvan afgezien. En dáárdoor heeft de heer Andriessen zijn club bij elkaar kunnen houden.
Vergeleken bij deze openhartigheid zijn de replieken in de Tweede Kamer een schimmig spel geweest.
Inderdaad, wat Andriessen en Aantjes in het Kamerdebat over de kabinetsformatie ten beste gaven was schimmig en soms zelfs zielig.
Dat kon natuurlijk ook niet anders na alles wat er gebeurd is.
Hun bijdrage daaraan was een zuivere vertolking van de rol die zij bij de kabinetsformatie hebben gespeeld.
Enkele dagen geleden gaf het F.D. nog een paar interessante bijdragen over de voorbije periode van onze parlementaire historie. Ik wil ook die onze lezers niet onthouden. Het eerste werd betiteld met: "Rommelpot" en is deze:
Wie heeft er wel eens een rommelpot "bespeeld"? Het raakt in onbruik, dit instrument, en voor "het jonge volkje" is enige uitleg betamelijk. Met de rommelpot ging je langs de deuren, en je zong met klagende stem. Het was een bloempot, met een varkensblaas er strak over gespannen.
Door die blaas een rietje gestoken, en dan moest je met een natte hand langs dat rietje wrijven.
Dat gaf een eigenaardig rommelend geluid. Vooral op Driekoningen ging men er mee langs de deuren, maar wij stoorden ons niet aan de kalender.
Je moest er ook bij zingen:
Ik heb al zo lang met die rommelpot gelopen, En nog geen geld om brood te kopen, Rommelpotterij, Rommelpotterij, Geef me een centje, dan ga ik voorbij.
De beide staatslieden, Ruppert en Burger, hebben ook dagenlang met de rommelpot langs alle departementen gelopen. Want zij konden Marcel niet kwijt. Marcel van Dam, eenmaal de aanvoerder van Nieuw Links, maar later aangepast, en nu de favoriet van Den Uyl.
Maar Van Doorn had hem geweigerd, en elders konden ze hem ook niet kwijt. Zo werd er geleurd met Marcel van Dam.
Ik heb al zo lang met Marcèl van Dàm gelopen, En nog is er geen één, die hem wil kopen, Rommelpotterij, Rommelpotterij, Geef hem een kansje, of het is voorbij,
Zo ging het dagen lang, met deze rondtocht van de beide staatslieden, die met de formatie van het kabinet-Den Uyl waren belast.
Er is veel bij deze formatie gebeurd, dat nooit eerder is vertoond.
Ook deze rondtocht met de rommelpot niet.
Voor de Varaman Van Dam is het wel het ergst. Hij zou een ombudsman moeten hebben, om er tegen op te komen, dat er zó met hem werd geleurd.
Typerend voor de gang van zaken is ook het volgende:
Voor het eerst in de geschiedenis overtreft het aantal staatssecretarissen dat van de ministers.
Zestien ministers en zeventien staatssecretarissen. "Och myn leave sawntjin!"
We gaan blijkbaar Italië achterna.
Maar het is géén bezuiniging.
Elke staatssecretaris krijgt een hoog salaris dat al gauw in de buurt van 'n ton komt te liggen.
Iedere staatssecretaris krijgt van rijkswege een auto van klasse ter beschikking, met een chauffeur.
Elke staatssecretaris krijgt een secretaresse en 'n plaatsvervangende secretaresse. "Ik verbindt u door". Elke staatssecretaris krijgt zijn eigen mooie kamer met daarnaast een kamer voor de secretaresse. Het kost allemaal nog al wat, zeventien staatssecretarissen. Maar tot dat magische getal zeventien (prof. Huizenga heeft er eens op gewezen, dat het van ouds een magische functie heeft) is men niet gekomen, omdat de werkzaamheden zo'n groot aantal noodzakelijk maakte, maar omdat het een kwestie was van politiek koekhappen.
Daarom moest er met de secundant van de heer Den Uyl, Marcel van Dam, zo geleurd worden van departement naar departement, totdat volkshuisvesting hem plaats bood. Daar zal men nu werk voor hem proberen te zoeken.
Sijmen betaalt.
Ten slotte volgt nog een boeiende bijdrage over de sublieme cultuurpolitiek van onze regering.
Er stond boven: "Bloei der letteren".
Sommigen menen, dat de Nederlandse letterkunde ondanks Jan Walkers en Gerard van het Reve, die geregeld op de middelbare scholen worden geprezen, toch geen tijd van bloei heeft. Het tegendeel is waar. Het is officieel vastgesteld. Wij groeien vast in tal en last. Er is een fonds voor de letteren, door de regering ingesteld, dat geld uit de schatkist uitdeelt aan letterkundigen. Het is natuurlijk een Stichting. Dat is in zo'n geval het handigst. Voor 1973 is de pot verdeeld. En honderd en veertig letterkundigen krijgen ieder een "prijs" - Bij sommigen heet het een stipendium, bij anderen een toelage, en voor weer anderen een restbeurs.
De overheid had 802.000 gulden beschikbaar gesteld, om te verdelen.
Als letterkundige kan je een aanvrage indienen. Tweehonderd en veertig letterkundigen hielden in 19737 hun hand op. Honderd werden voor vol aangezien en kregen niets op de hand. Honderd en veertig letterkundigen wèl.
Waarde lezer, denk daar niet Licht over. Honderd en veertig letterkundigen, wier buidel mede door de staat, dat wil zeggen, door Sijmen, wordt gevuld.
Tien kunstenaars zijn er bij van bijzondere klasse. Die krijgen elk een maximum stipendium van 10.000 gulden ieder. Hun namen zijn wij momenteel kwijt. Ze zeiden ons trouwens niet zo veel"..
Het staat er met de confessionele partijen niet best voor.
Het "enige landelijke protestantschristelijke dagblad" Trouw werkt ze op een effectieve wijze tegen.
Voor de laatste verkiezingen is er nog al wat herrie geweest in de redaktie ervan. De meerderheid wilde per se geen aanbeveling geven om op de "confessionele"
partijen te stemmen. Toen heeft de redacteur van de Rotterdamse editie uiteindelijk het "verlof" gekregen om in zijn eigen blad een advertentie te zetten waarin hij nog een goed woordje daarvoor deed. En voorts propageert dat blad behalve alle variaties van de "nieuwe theologie" ook zeer duidelijk de politieke idealen van de P.P.R.
En de mensen van de N.C.R.V. die informatie geven doen desgelijks.
Is het een wonder dat vooral de jeugd èn door het trieste beeld dat met name de A.R.P. in de laatste maanden vertoonde èn door deze propaganda in massa naar de P.P.R. over gaat.
Illusionistische politiek heeft trouwens altijd vooral op de jeugd vat gehad. En bezield, overtuigd, gefundeerd tegenspel wordt haar maar zeer weinig gegeven!