Samen zoeken naar een gezonde werkplek

2013-06-15
  • Jaargang 57
  • nummer 12
Als je het aantal losmakingen in de NGK van de laatste tien jaar op een rij zet, dan oogt dat bepaald niet gezond. Het thema van de NGK-predikantenconferentie op 29 mei – ‘Predikanten in de knel?’ – lag dus niet ver van het eigen bed. De opkomst was groot.

De predikantenconferentie werd vooral een dag van onderling gesprek in kleine groepjes, over ieders plek als predikant in de gemeente – zoals het is of zoals het misschien zou moeten zijn – om zo elkaar te bemoedigen, maar ook aan te scherpen. En dat in het besef dat bepaald niet alleen predikanten te lijden hebben als het tussen voorganger en gemeente niet goed gaat!

De zorgen rond de werkers in de kerk klonken op 29 mei natuurlijk niet voor het eerst. Al op de LV van 2007 werd de pijn gevoeld van gemeenten met spanningen rond het functioneren van de predikant. Drie jaar later werd er in Houten, aan de hand van het rapport van de Commissie Predikantsprofiel, diepgaand over gesproken. Een belangrijk facet was dat de rol van de predikant (en de invulling van zijn taak) veel minder vast ligt dan zo’n dertig jaar geleden. De verwachtingen die gemeenten hebben van een predikant zijn daardoor sterk uiteen gaan lopen: van een pastor en bijbeluitlegger tot een leider en een inspirator. Deze uiteenlopende verwachtingen spelen onderhuids vaak een grote rol in de gemeente, in de kerkenraad en ook voor de predikant. Te vaak ontbreekt een open gesprek om verwachtingen, wensen en mogelijkheden goed op elkaar af te stemmen, zodat helder wordt wat de plek is van de predikant in de kerkenraad en de gemeente en wat er van hem of haar verwacht kan worden.

Waaien
Over die plek van de predikant ging de inleiding van de hoofdspreker van de conferentie, ds. Job Smit. Het verhaal had een sterke persoonlijke tint, omdat hij zes jaar geleden de overstap maakte naar predikantswerk buiten de kerkelijke muren en sindsdien als predikant werkzaam is in een verzorgingstehuis. Tot volle tevredenheid, want hij voelt zich daar beter op zijn plek dan in de gemeenten die hij als predikant diende. Hoe verschillend die drie gemeenten (Maastricht, Baarn en Apeldoorn) ook waren. Een belangrijke vraag voor gemeentepredikanten is volgens Job Smit hoe de plek die de gemeente voor de predikant in gedachten heeft eruitziet. Het is nodig dat je het als predikant en kerkenraad eens bent over wat die plek is en zelf nagaat of je voldoende in huis hebt om die plaats ook daadwerkelijk in te nemen. De predikantsplek was vroeger meer beschut, maar nu kan het er flink waaien: er wordt van alle kanten aan je getrokken. Het innemen van die plek vraagt om zelfstandigheid in denken, voelen en willen. Waar de vrijgehouden plek niet of niet goed wordt ingenomen, ontstaat een vacuüm dat door anderen wordt opgevuld, wat aanleiding is tot veel problemen.’ Deze bezinning op de eigen plek en mogelijkheden vraagt volgens Smit zelfreflectie. ‘Het predikantschap is het soort werk dat niet gedaan kan worden zonder permanente zelfreflectie. Ook als er geen problemen zijn. Je moet continu kijken: wat doe ik, wat gebeurt er en wil ik dat dit gebeurt? Dat is vermoeiend, maar noodzakelijk. Juist omdat de uiterlijke kaders zwak zijn, omdat je geen “baas” hebt.’

Spiritualiteit
Job Smit volgt het rapport ‘Toekomstig predikantsprofiel’ in de suggestie om het predikantswerk weer meer te concentreren op de kerntaken, zoals die van prediking en pastoraat. Hij ziet dat als het begin van een uitweg uit de huidige crisis rond het predikantschap. ‘Die divergentie in predikantsbeelden en onduidelijkheden en fricties over status en bevoegdheden zijn onhoudbaar en onwerkbaar. Het maakt mensen ongelukkig. Zolang we daar niet verder in komen, zijn alle cursussen en bijscholingen dweilen met de kraan open. We moeten het met elkaar eens worden over wat het betekent om predikant te zijn.’ Smit legt daarbij de nadruk op de geestelijke invulling van het predikantsambt. ‘Een predikant zet door zijn spiritualiteit – gevoed door gedegen kennis van en reflectie op de Bijbel en de traditie – de dingen in een ander licht, het licht van het Koninkrijk, en brengt zo discussies en dialogen op een hoger plan, op het plan van de komst van het Koninkrijk. De predikant is in dit perspectief dus niet primair participant, voortrekker, beleidsmaker of uitvoerder, maar betekenisgever, verlichter, duider, bezinner en verdieper. De vraag is steeds weer: helpt jouw optreden in allerlei verbanden de mensen om Jezus te zien, God te zien, hun eigen roeping te zien? Ook degenen die andere theologische visies en kerkelijke idealen hebben dan jij?’ Dit is volgens Smit niet iets wat je bereikt met verbale of bestuurlijke kracht, maar met dienstbaarheid en de kwetsbare spirituele kracht van de brandende kaars. ‘De spirituele ruimte in de Geest is de enige plek waar we predikant kunnen zijn.’

Kleurpotloden
De lezing van Job Smit was bedoeld als een inspirerende aftrap, want ruimte voor discussie was door de organisatoren van de dag niet ingebouwd. Het vervolg, onder leiding van STAGG-werker Arine Brouwer, was een praktische aanzet tot de zelfreflectie waar Smit al over sprak. Iedereen moest aan de kleurpotloden en het papier om letterlijk zijn eigen plekje als predikant in de gemeente uit te tekenen. Ondanks de onwennigheid met deze creatieve werkvorm kwam iedereen toch tot een kleurrijke plaatsbepaling. In groepjes van drie of vier werd de schets door de anderen uit de groep met een ‘heilige inlegkunde’ geduid. Dat gaf onverwachte perspectieven op de verhouding tussen predikant, kerkenraad en gemeente, met soms de pijn en de eenzaamheid, maar ook met de passie. ‘s Middags gingen de gesprekken verder over de huidige en de gewenste plek van de predikant in de kerkenraad en de gemeente. Dat ging aan de hand van vragen als: Wat vraagt God van je als het gaat om de gemeente? Waar verlangt de gemeente naar? En ook: wat verwacht je van jezelf in het predikantswerk? Met een moment van gebed voor elkaar en voor de gemeenten waarin ieder werkt werd dit gebeuren in de kleine groepjes afgesloten.

Vrijgemaakte bisschop?
De dag had een verrassend slot. Sijtske van Delden, werkzaam bij het vrijgemaakte Steunpunt Kerkenwerk, gaf een schets van het werk dat ze vanaf 2009 binnen de GKv doet om de mobiliteit van predikanten te vergroten. Ze doet dat door predikanten en bijna-afgestudeerden te begeleiden bij het zoeken van een (nieuwe) werkplek. Door de vele gesprekken met predikanten en gemeenten en de vruchtbare bemiddeling is er een grotere openheid gegroeid bij predikanten en gemeenten. De drempel om een wens tot verandering kenbaar en bespreekbaar te maken is duidelijk lager geworden en dat heeft de souplesse en openheid in de GKv rond het beroepingswerk vergroot. Het was een verfrissend betoog van een vrouw die met bisschoppelijk elan de match tussen predikanten en gemeenten zoekt. Als je haar zo bezig hoorde, zou je bijna vergeten dat in haar werkveld de discussie over vrouwelijke ambtsdragers nog moet beginnen. Voor de NGK is er op dit punt van mobiliteit ook nog wel winst te boeken.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief