Dat zegt alles over Jezus!

2013-06-15
  • Jaargang 57
  • nummer 12
Iedere maand komt in Amersfoort een grote groep vrouwen bijeen in één van de GKv-kerken. Ze komen uit heel verschillende landen en achtergronden. We zijn bij elkaar om te praten, te zingen en ook bemoedigd te worden vanuit de Bijbel. Ondanks de enorme taalproblemen lijkt er toch saamhorigheid te zijn. Aan het einde van de morgen bidden we met elkaar. Grote spanningen worden benoemd. Voor de één is dat de belabberde huisvesting met twee kleine kinderen, voor twee anderen is dat alle spanning rond hun verblijfsstatus, die misschien de week daarop duidelijk zal worden.

Een dag later loop ik op het AZC rond en tref ik zowaar de twee laatstgenoemde vrouwen aan. Ze dragen nu alle twee een hoofddoek. Ik vertel hun dat ik op het terrein een bijbelclub verzorg bij gezinnen aan huis. Er komt een jong moslimmeisje bij staan, die ook meedraait met één van de twee clubs. Pittig als het meisje is, kijkt ze de dames heel streng aan en zegt: ‘Luisteren jullie naar de Bijbel? Dat mag toch helemaal niet!’ De dames lachen maar eens wat. Waar staan zij precies ten opzichte van hun verleden en wat hopen en zoeken zij aan houvast voor hun toekomst? Ik weet het niet. Niets geen gesprek voor hen. Ik sta daar midden op het veldje, onder de priemende blik van een klein moslimmeisje. ‘Jij bent ook een mooie’, zeg ik. ‘Wat ben jij streng voor deze twee vrouwen, terwijl jij toch ook iedere week bij mij op de club zit, luistert, zingt en knutselt!’ Ze lacht ondeugend en laat zich tevredenstellen met dit antwoord.
Zelf ben ik nog zoekend in dit spanningsveld. Kun je het met een kwinkslag afdoen? Een week daarvoor had ik op de club over de kruisiging van Jezus verteld. Met verbijsterde gezichten zaten ook twee moslimjongetjes het verhaal aan te horen. ‘Dat is toch gemeen’, zei de één. ‘Het is zijn eigen schuld’, zei de ander. ‘Hij zegt dat hij de zoon van God is. Dat mag je niet zeggen en daarom moet hij dood.’ Wat zeg je dan? Ik zei voor dat moment: ‘Je hebt helemaal gelijk. Dat is precies het spannende punt. Mag Jezus zomaar zeggen dat hij Gods Zoon is?’ Die dag had ik gelukkig het plan om het verhaal door te vertellen tot en met de opstanding. Daar klonk het antwoord. Zo kon ik het bij de kracht van het verhaal zelf laten. Ik wilde ook niets forceren bij deze twee jochies, met hun eigen geloofsachtergrond. Maar zeg ik daarmee genoeg? Het is in elk geval aanleiding om eens contact met de ouders te zoeken. Hebben zij vrede met de bijbelclub? Het blijkt bij het ene gezin veel gevoeliger te liggen dan bij het andere gezin. En wat je ook merkt, is dat ze gezelligheid en persoonlijke aandacht verlangen voor hun kind, een plekje voor hun gezin in deze – in hun ogen – christelijke cultuur. Ze vinden de club daarvoor een mooie plek. Zelf beschouw ik onze club – ook bij dit soort gevoelige vragen – als een visitekaartje van de kerken. Iedereen is welkom, omdat Jezus zelf ons hierin voorgaat.

Drs. Judith Gerkema-Mudde is kerkelijk werker in de NGK Amersfoort-Noord en betrokken bij toerusting van mantelzorgers.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief