Boeiende achtergrond bij het nieuwe liedboek

2013-06-15
  • Jaargang 57
  • nummer 12
Wie meer wil weten over het nieuwe liedboek dat onlangs verscheen, kan het beste de mooie uitgave van Jan Smelik ter hand nemen. ‘Een nieuwe tijd vraagt om een nieuw liedboek’, is zijn herkenbare insteek. Smelik schetst in het openingshoofdstuk de grote veranderingen in onze cultuur vanaf 1960, waarbij toenemende individualisering en het plurale van onze samenleving karakteristiek zijn, met de kerk en het geloof steeds meer in de marge. Boeiend is het om te zien hoe allerlei ‘bewegingen’ in en rond de gevestigde kerk op gang zijn gekomen, zoals de basisbeweging en ook bewegingen met een feministische of evangelische tint. Zulke stromingen brachten ook weer nieuwe liederen voort. Denk alleen al aan de Opwekkingsbundel met zijn bijna 800 liederen.

Aversie
In een volgend hoofdstukje, over de concrete stappen tot de opzet van een opvolger voor het Liedboek voor de Kerken, zie je hoe aanvankelijk aan niet meer dan een revisie van het liedboek uit 1973 werd gedacht. Kritische kanttekeningen daarbij – dat het liedboek te elitair en te behoudend zou zijn – werden door de werkgroep weggewimpeld. En als er aversie van jongeren tegen het liedboek was, dan moest daar maar een goede catechese tegenaan gegooid worden. In de jaren daarna werd het klimaat meer open voor nieuwe ontwikkelingen in de kerkmuziek, met onder meer een groeiende aandacht voor invloeden uit de popmuziek. ‘Het nieuwe liedboek biedt mogelijkheden om over de grenzen van het eigen repertoire heen te kijken’, schrijft Smelik. In deze eerste hoofdstukken merk je dat het fotomateriaal ook veel toevoegt.

Verleidelijk
Wie hierna hoofdstukken verwacht met allerlei afwegingen rond concrete liederen en hoe die in het liedboek terecht zijn gekomen, komt bedrogen uit. Het grootste gedeelte van Smeliks boek is een levendige en boeiende doorsnee van de geschiedenis van het kerklied. Steeds zitten daarbij verwijzingen naar liederen uit de betreffende tijd die een plaatsje in het nieuwe liedboek hebben gekregen. Alleraardigst om de toelichting van Smelik te lezen met het liedboek op schoot. Je ziet hoe allerlei ‘moderne’ discussies ook al in oude tijden werden gevoerd. Dat een prachtige melodie zó verleidelijk kan zijn dat je de tekst voor lief neemt, bijvoorbeeld. Augustinus schreef er in de vierde eeuw al over. In diezelfde eeuw besloot het concilie van Laodicea dat er ‘geen liederen van particulieren gezongen mochten worden in de kerk’. Men beperkte zich tot de psalmen en een enkel ander bijbellied. Veertig jaar geleden zag je zulke gedachten vertaald in ons Psalmboek met zijn 29 gezangen. Dit soort overwegingen zijn dus van alle tijden!
Verder lezend merk je dat de reformatie met Luther en Calvijn een geweldige impuls heeft gegeven aan de gemeentezang. Vooral het strofische lied veroverde een grote plaats in de kerk. Dat maakte ook dat de gemeente in de zang kon participeren. De eeuwen ervoor was dat vooral een zaak van priesters en koren geweest. En zo is er meer. De vraag naar het nieuwtestamentische lied, de discussies over melodieën en dichterlijke teksten, liederen die wel buiten maar niet binnen de kerkdienst mochten worden gezongen: het is van alle tijden. Heel aardig om te lezen en te bekijken. Want ook bij deze hoofdstukken staan weer veel illustraties.

Smelik, J. (2013), Het nieuwe Liedboek in woord en beeld. Boekencentrum, Zoetermeer. 156p. € 17,50.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief