Dagboek van een zoekend christen

2013-06-15
  • Jaargang 57
  • nummer 12
Monique Samuel is een 24-jarige vrouw die heel intens leeft. Ze wil alles beleven en niets missen. Ergens in haar Dagboek van een zoekend christen zegt ze: ‘Ik stond op de lijst om een ziekte te krijgen die mij op 18-jarige leeftijd blind zou achterlaten.’ Ze wilde daarom alles van een heel leven in achttien jaren persen. Wat daaruit tevoorschijn komt in dit boek is heel bijzonder. Ongelofelijk wat de schrijfster heeft doordacht en doorleefd. 24 jaar is ze. De sombere voorspelling van de ziekte is niet uitgekomen, maar ze oogst wel een vroegrijpe persoonlijkheid. Dat blijkt uit dit boek. Ze is overal in de wereld geweest en ze is door alle kerken en godsdiensten heen gekropen, met een gekruide mening. In de titel van het boek noemt ze zich weliswaar een ‘zoekend’ christen, maar het boek komt niet bepaald zoekend over. Zelf zegt ze al aan het begin: ‘Ik ben geen twijfelend christen. Aan God heb ik nooit getwijfeld.’ Via één van haar ouders is zij geworteld in het koptische christendom. Ze is opgevoed in de orthodox-reformatorische traditie en heeft belijdenis gedaan in de vrijgemaakte kerk. Dat is al een uitzonderlijke levensloop. Ze houdt van Tim Keller, maar ook van Brian McLaren. Dat laat zien dat zij tegenstellingen in zich kan verenigen. Dat lukt haar door haar basis te vinden in een ruim Godsgeloof (‘een God met vele gezichten’) en een postmodern zelfbesef, waarin echtheid, situatie-ethiek en dr. Feelgood centraal staan.

100e naam
Maar nu snel naar de inhoud. Monique Samuel geeft aan de hand van de tien geboden scherpe, flitsende commentaren op kerk en samenleving, soms bijzonder raak. In zes pagina’s (12-16) gaat ze als een wervelwind door alle kerken en bewegingen heen en tenslotte zelfs door alle wereldgodsdiensten (22-24), om dan uit te komen bij een God die veel ruimdenkender is dan wij en ‘alle tegenstellingen overbrugt’. ‘Eeuwige liefde en genade’ zijn wat haar betreft zijn naam en Jezus is daarvan de vervolmaking. Maar van de islam heeft zij geleerd dat er een mysterie blijft, wat duidelijk wordt als je eerst de 99 namen bent doorgekropen die in de islam worden aangevoerd. Er blijft een geheim, een onnoembare 100e naam.

Aan de hand van het tweede en derde gebod prikt Samuel door het postmoderne zelfbeeld heen: de vrijheid die wij ervaren is maar een zwak substituut voor wat echte vrijheid zou moeten zijn. Talloos veel mensen zijn slaaf van hun verlangens en gevangenen van een systeem. Party’s, seks, kapitaal en bestedingsdrang: de afgoden van de moderne consumptiemaatschappij worden scherp ontmaskerd. Ook in de kerk zie je hoe mensen idolen nalopen; ze noemt Phil Pringle van C3, maar ook angstpredikers van de reformatorische kant. Er wordt ‘substituutgeluk’ nagestreefd door ‘infantiele consumenten in een wegwerpcultuur’ (een citaat uit haar scherpe commentaar op het zevende gebod). Steeds is Samuel kort en bondig, prikkelend en prettig leesbaar. Je wilt gewoon verder lezen. Ze is een heel begaafde schrijfster.

Na deze lof wel een paar punten van kritiek:

1. Dr. Feelgood
Ik liet mij al de term ontvallen die afkomstig is van de Volkskrant van een paar jaar geleden: voor de meeste jongeren vandaag is God een soort Dr. Feelgood. Gods aanwezigheid wordt ervaren als een warme deken, de hand op de schouder. Hij overbrugt alle tegenstellingen en als je wat dieper kijkt, zie je dat dat de wortel is van alle godsgeloof in alle religies. Dit is voor jongeren een heel aantrekkelijk godsbeeld. Het lijkt een goed medicijn tegen de ruzies in de kerk en de conflicten tussen godsdiensten waar de wereld vol van is. Het is echter een sirenengezang. Aan zo’n god zal je je nooit stoten. Hij helpt je om vooral van het leven te genieten. Deze typering past niet naadloos op het godsbeeld van dit boek, maar het gaat wel die kant op. Het is een ‘clean shaven christianity’, dat een bekende theoloog eens zo typeerde: ‘Een God zonder wraak brengt mensen zonder zonde in een koninkrijk zonder oordeel door de bediening van een Christus zonder kruis.’

2. Homoseksualiteit
Als een rode draad loopt door heel Samuels boek haar eigen persoonlijke ontwikkeling. Ze was getrouwd en ontdekte dat zij lesbisch was, ging scheiden en is aan het eind van het boek verloofd met een vrouw met wie ze wil gaan trouwen. Die persoonlijke levensgang voegt veel toe aan de leesbaarheid van dit boek. Ik werd heel nieuwsgierig hoe zij dit ging bespreken en werd gaandeweg steeds breder geïnformeerd. Vooral in haar commentaar op het zevende gebod gaat het voornamelijk over homoseksualiteit en ‘uit de kast komen’. Wat zegt de Bijbel hierover? Hoe reageerde haar man? Wat gaf bij haarzelf de doorslag? Om bij het laatste te beginnen: de doorslag gaf een heel diep besef dat zij alleen in de liefdesrelatie met haar vriendin zichzelf was. ‘Ik wilde niet scheiden, maar ik wilde ook niet langer ontrouw zijn aan mijzelf.’ Haar man legde zich neer bij haar hartstochtelijke keus voor haar jeugdvriendin. Zij zegt over haar man: ‘Wat ik met hem had was uniek, hij hield duizend keer meer van mij... en toch begeerde ik die ander.’ In haar studie van de Bijbel ontdekte Samuel dat de Bijbel over het fenomeen van homoseksuele liefdesverhoudingen niets zegt. Omdat dit zo’n centraal onderdeel is van haar zoektocht en de schrijfster daar publiek verslag van doet en aandacht voor vraagt, kan een recensent hier niet aan voorbijgaan. Tegelijk voel ik mij daarbij ongemakkelijk. Het gaat over intieme en hoogstpersoonlijke keuzes. Wie ben ik om mij daarmee te bemoeien? Laat me er maar liever niets over schrijven, dacht ik. Maar omdat het in de media steeds aan de orde is en de schrijfster haar mijns inziens aanvechtbare keus als het resultaat van een zoektocht aan de wereld voorlegt, ga ik er toch op in. Twee punten:

a. Tegennatuurlijk
De Bijbel zegt wel degelijk dat er iets intrinsiek niet klopt in de seksuele eenwording tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. In Romeinen 1 wordt het ‘tegennatuurlijk’ genoemd. Het feit dat Paulus het woord ‘natuur’ ook wel eens gebruikt voor ‘cultuur’ (voor Monique reden om zijn visie als tijdgebonden af te wijzen) betekent niet dat hij overal waar hij spreekt over natuur cultuur bedoelt. Dat doet hij in Romeinen 1 namelijk niet (zie R. Hays, Relations natural and unnatural, Journal of religious ethics, no.14, 1986).

b. Homohuwelijk
In de tweede plaats is er mijns inziens geen bijbelse basis voor een homohuwelijk. Dat komt omdat het huwelijk in de Bijbel een definitie heeft. Het is niet zonder meer de legitimatie van een emotionele intieme relatie tussen twee mensen, waarbij het niet uitmaakt of de partners man of vrouw zijn, maar het is een levenslang liefdesverbond tussen één man en één vrouw als de veilige bedding voor het krijgen en opvoeden van een nieuw geslacht. Je kunt niet vrijuit een nieuwe definitie voor het huwelijk bedenken. Deze twee hier door mij ingenomen stellingen maken een mens vandaag niet populair en ik denk dat de schrijfster van dit boek mij erom zal verfoeien. Zij schrijft in de sfeer van: wie niet voor mij is, is tegen mij. Het zal me dan ook niet helpen als ik eraan toevoeg dat ik het heel erg vind dat homoseksuele mensen om hun geaardheid worden gekwetst of veracht of gehaat of achtergesteld. Echte liefde doet veel goed en ik zou liever opgevoed worden door twee liefdevolle lesbische vrouwen dan door twee egoïstische en ruziënde heteroseksuele ouders. Ik ben tegen iedere vorm van discriminatie van homo’s en wij zijn in l’ Abri voor velen van hen een gastvrij huis, ook als we op de bovengenoemde levenspraktijk van mening verschillen.

Samuel, M (2012), Dagboek van een zoekend christen. ArkMedia Amsterdam. 136p. € 12,50.

Drs. Wim Rietkerk is verbonden aan l’Abri Nederland en is emeritus predikant van de NGK Utrecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief