Liefde voor gerechtigheid
2013-06-15
Hoezeer zet onze prediking aan tot diaconaat? Hoeveel doen onze gemeenten op diaconaal vlak? Tegen welke problemen lopen ze aan? En hoe kan het nog beter? Ds. Jan Mudde beschreef in het jaaroverzicht van het Informatieboekje 2013 uitgebreid het wel en wee van diaconaat in de NGK. In dit artikel een deel van zijn verhaal.- Jaargang 57
- nummer 12
Het afgelopen jaar heb ik voor het eerst in de 25 jaar dat ik predikant ben een evaluatiegesprek gehad. Dit als uitvloeisel van het besluit van de Landelijke Vergadering (LV) Houten 2010 om dit verplicht te stellen. Ik zag eerlijk gezegd een beetje tegen de evaluatie op. Het heeft toch iets van de ‘dag des oordeels’. Hetzelfde bleek overigens voor de kerkenraad te gelden, die dit ook voor het eerst bij de hand had. Tegelijk zag ik ook naar de gesprekken uit. Ze zijn immers voor alles een kans om bemoedigd en aangescherpt te worden. Vooral op één punt bood het gesprek me een eyeopener. Op de stelling ‘de predikant zet voldoende aan tot diaconaat’ werd naar verhouding wat negatiever gereageerd dan op de andere punten. Dat trof me, omdat ik ‘gerechtigheid’ al jarenlang een ongelooflijk mooi en belangrijk thema vind en ook dacht dat mijn prediking van die liefde voor gerechtigheid doortrokken was. Toch klonk dat voor sommigen klaarblijkelijk onvoldoende of te weinig concreet door in mijn prediking. Naar aanleiding van deze evaluatie hebben we met de diakenen afspraken gemaakt om mijn betrokkenheid bij hun werk te vergroten. Ik ontvang de notulen van de diaconievergaderingen, ik bezoek minstens één vergadering per jaar en de doelcollecten van de diaconie worden in de voorbede meegenomen. Het zijn kleine stapjes, maar ongetwijfeld leiden ze tot meer betrokkenheid.
Minimale aandacht
Wat mij intrigeerde was de vraag hoe het komt dat mijn prediking naar de mening van sommigen niet aanzet tot diaconaat. Ik denk dat daar verschillende verklaringen voor zijn, die mogelijk ook voor andere predikanten opgaan. Een verklaring zou kunnen zijn dat ik, als predikant, van nature meer denker dan doener ben. Daar is op zich niets mis mee, maar zo’n inslag werkt natuurlijk wel door in je manier van verkondigen. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat de studie theologie in mijn tijd minimale aandacht voor het diaconaat had. Wat diaconaat concreet inhield, op welke principes
het terugging, hoe het zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld had, welke vormen van diaconaat er waren, daarover leerde je hoegenaamd niets.Nog een andere verklaring – die naar mijn mening in ieder geval opgaat – is dat pastoraat en diaconaat lange tijd welhaast gescheiden circuits in het gemeenteleven en zelfs kerkelijke leven zijn geweest. De diakenen hebben sinds mensenheugenis een eigen overleg waarin zij in afwezigheid van de ouderlingen hun diaconale zaken bespreken. Behalve het collecterooster en specifieke regeldingen (avondmaal, ouderuitje en dergelijke) staat er vrijwel nooit een substantieel diaconaal thema op de kerkenraadsagenda. De achtergrond hiervan begrijp ik: diaconaat dient op de achtergrond en in stilte plaats te vinden. Vreemd vind ik wel dat persoonlijke pastorale problemen in principe wel in de voltallige kerkenraad besproken worden. Ik heb nooit goed begrepen waarom ziekte en echtscheiding wel aan de orde kwamen, maar armoe niet. Tegenwoordig speelt dit vaak niet meer, omdat ook de wijkouderlingen een eigen overleg hebben in hun pastorale raad. De consequentie hiervan is echter wel dat pastoraat en diaconaat nog meer dan voorheen gescheiden circuits dreigen te worden. Daarover later meer.
Een foutieve uitleg van Handelingen 6 zou ons ook onbewust parten kunnen spelen. Als de apostelen zoveel op hun bordje hebben dat ze de bediening van het Woord, de gebeden en de tafelen (= de zorg voor de weduwen) niet meer kunnen combineren, focussen zij zich op de bediening van het Woord en de gebeden en dragen ze de verantwoordelijkheid voor de bediening van de tafelen over op anderen. Hieruit zou de verkeerde conclusie getrokken kunnen worden dat die diaconale zorg niet meer dan een afgeleide is van het eigenlijke werk dat de apostelen hadden te doen. Wat tot slot ook een rol kan spelen, is dat diakenen misschien zelf ook voor een zeker isolement gekozen hebben. Ik herinner me een overleg met de Centrale Diaconale Commissie (CDC) waarin ik voorstelde een predikant met hart en visie voor diaconaat aan de commissie toe te voegen. Ik kreeg een even verbaasde als bedenkelijke blik toegeworpen: ‘Dit moeten we toch wel zelf kunnen?’ Het gevolg van dit alles kan zomaar zijn dat je als voorganger ongewild een blinde vlek krijgt voor een ongelooflijk belangrijk aspect van het gemeente-zijn.
Geen hobby
Hoe zit het gemeentebreed en NGK-breed met de aandacht voor dit belangrijke aspect? Sinds kort na het begin van onze kerken hebben we de Centrale Diaconale Commissie (CDC). Deze commissie maakte een enthousiaste start, waarin onder meer de Stichting Anno 1970 (de latere Stichting voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg, STAGG) werd opgericht en jaarlijkse diaconale conferenties werden gehouden. Daarna volgde echter een tijd waarin het animo voor de CDC sterk terugliep. In 2008 werd de geplande landelijke ontmoetingsdag zelfs wegens gebrek aan belangstelling afgeblazen en op de LV Houten 2010 liet de CDC bij monde van zijn secretaris Peter Wakker weten het gevoel te hebben dat er binnen de NGK weinig besef meer is voor het diaconale karakter van de christelijke gemeente. Hardop stelde hij de vraag aan de kerken of het opheffen van de diaconie enig verschil zou uitmaken voor het functioneren van de gemeente. De LV Houten 2010 legde zich hier niet bij neer. Uitvoerig werd doorgesproken over het diaconale werk en er werden ook stevige besluiten genomen. Zo sprak de LV uit dat de kerken meer oog moeten krijgen voor de bijbelse roeping van de diakenen om de gemeente toe te rusten tot diaconaal dienstbetoon. De gemeente moet ervan bewust worden gemaakt dat diaconaat geen hobby van enkelingen is, maar een opdracht van de gehele – diaconale – gemeente.
Ook werd in de nieuwe CDC een bestuurslid van het Missionair Steunpunt (MS) benoemd, om zo het diaconale aspect van de gemeente te verbinden met het missionaire. Ten slotte kreeg de CDC de opdracht om te doen wat nodig is om de volledige dienstverlening van het Diaconaal Steunpunt van de GKv beschikbaar te krijgen voor de diaconieën van onze kerken. Dat laatste werd op 1 april 2012 in werking gesteld.
Sterke mate
Veel wijst er dus op dat thema’s die met gerechtigheid en diaconaat samenhangen de afgelopen jaren een steeds vooraanstaander plek op de kerkelijke agenda’s zijn gaan innemen. Voor een indruk van wat er concreet op diaconaal gebied gebeurt, heb ik de kerken een reeks vragen voorgelegd. Het resultaat is een overzicht dat overigens niet volledig is, aangezien de respons beduidend lager was dan in andere jaren. Van de 92 benaderde kerken hebben slechts 55 gemeenten gereageerd en daarvan heeft een betrekkelijk groot aantal niet of onvolledig gereageerd op de vragen. Aangezien scriba’s het druk hebben en ik maar liefst dertig vragen stelde, heb ik hier alle begrip voor. Tegelijk levert het wel meteen een boeiende conclusie op: veel scriba’s lijken geen goed zicht te hebben op wat er op diaconaal gebied allemaal gaande is in de eigen gemeente. Daaruit lijkt afgeleid te mogen worden dat ook binnen kerkenraden het diaconaat zich een beetje op een eilandje bevindt.
Welk beeld krijgen we wanneer we bekijken bij welke diaconale activiteiten gemeenten betrokken zijn? Op mijn vraag ‘Bij welke diaconale activiteiten en/of projecten – het niveau van het geven van giften overstijgend – is de gemeente betrokken?’ reageerden 44 gemeenten. Niet zelden was ik diep onder de indruk van wat ze op diaconaal vlak doen. Op basis van hun antwoorden kunnen een paar conclusies getrokken worden. Gemeenten en diaconieën zijn bij meerdere diaconale activiteiten betrokken en die activiteiten zijn van zeer uiteenlopende aard. Sommige zijn intern gericht, andere extern. Sommige worden in eigen beheer georganiseerd, andere vinden in nauwe samenwerking met andere kerken plaats. Sommige behoren tot de ‘klassieke’ typen diaconale hulpverlening (STAGG, Oost-Europa-hulpverlening, aan zending gerelateerde hulpverlening), andere zijn meer eigentijds (voedelbank, Present, schuldhulpmaatje, Nacht zonder dak, betrokkenheid bij asielzoekers). Sommige diaconale taken liggen specifiek op het bordje van de diaconie, zoals het inzamelen van de gaven en het verdelen van de collecten, de diaconale huisbezoeken en de dienende functie in samenkomsten. Bij veel andere diaconale activiteiten worden echter gemeenteleden of zelfs de gemeente als geheel betrokken. Sommige van die activiteiten zijn ook niet door de diaconie geïnitieerd, maar vanuit de gemeente zelf.
Uit de reacties blijkt ook dat het voor gemeenten en diaconieën belangrijk tot zelfs zeer belangrijk is om bij deze diaconale activiteiten betrokken te zijn. Opmerkelijk genoeg is dat, volgens de scriba’s, voor de gemeenten zelfs belangrijker dan voor de diakenen! Nu zijn ‘iets belangrijk vinden’ en ‘ergens bij betrokken zijn’ niet hetzelfde. Toch zitten de taxaties die de scriba’s geven van de mate van betrokkenheid van de gemeenten bij de diaconale projecten gemiddeld genomen in het segment ‘in sterke mate’. En naar de mening van de scriba’s neemt die betrokkenheid eerder iets toe dan af. Het is op basis van het bovenstaande niet te veel gezegd dat het diaconaat – nogmaals, naar de mening van de scriba’s die gereageerd hebben op de vragen – leeft in de NGK. Gelet op het grote belang dat de Bijbel aan thema’s als gerechtigheid en barmhartigheid hecht, mag dat dankbaar vastgesteld worden! Ik ben zelfs opgetogen over hetgeen op diaconaal vlak allemaal plaatsvindt binnen en vanuit de NGK. En ik hoop in de Geest van onze Heiland zelf allen die Gods Koninkrijk en zijn gerechtigheid zoeken te bemoedigen. Geliefden, het wordt gezien, je wordt gekend, het wordt gewaardeerd, het is tot zegen. Of het nu wel of niet door anderen gezien en gewaardeerd wordt, ga blijmoedig verder, tot heil van de naaste en tot eer van God!
Problemen
Waar lopen diakenen bij de uitoefening van hun ambt tegenaan? Die vraag stelde ik ook. Vijf gemeenten geven aan dat er geen specifieke problemen zijn en een enkele scriba meldt er geen zicht op te hebben. Toch zijn er ook nogal wat diaconieën die concrete problemen ervaren. Een veelgenoemd probleem zou je onder het kopje ‘criteria en grenzen’ kunnen vangen. Diakenen gaven bijvoorbeeld aan het lastig te vinden criteria te formuleren voor financiele hulpverlening, beslissingen te nemen over steunvragen of de diaconale rol bij complexe gevallen goed af te bakenen. Een ander probleem waar diakenen tegenaan lopen is dat ze simpelweg tijd en menskracht tekortkomen. Daardoor ervaren sommige diakenen stress. Wanneer er dan ook nog veel vergaderd en veel papierwerk verwerkt moet worden, verhoogt dat de druk zeer. In één van de gemeenten moest dit jaar diverse keren een ontheffingsaanvraag worden verleend. Een derde probleem dat vaak genoemd wordt, is gebrek aan kennis. Vooral op twee vlakken: de weten regelgeving van de overheid op het gebied van uitkeringen en de hulpinstanties en de begeleiding die de vrager daarvan krijgt. De signalering van diaconale nood is ook niet altijd makkelijk, zowel in de gemeente als in de wijk. En ten slotte meldt een kerkenraad dat de communicatie tussen pastoraat en diaconie beter kan. ‘Hier zal steeds aandacht voor moeten zijn.’
Uit het bovenstaande blijkt dat van diakenen nog steeds heel veel gevraagd wordt. Er zijn allerlei ontwikkelingen gaande en allerlei – soms complexe – vragen komen op de diakenen af, van ‘kerk-zijn in de buurt’ tot ‘groene kerk’ en van concrete financiële of praktische hulpvragen tot ‘schuldhulpmaatje’. Zoiets vraagt eigenlijk om visie en beleid, en voor de aanpak van concrete problemen misschien zelfs een handleiding. Niet dat een handleiding in alle gevallen soelaas zal kunnen bieden. De barmhartige Samaritaan had ook geen protocol toen hij een slachtoffer van een roofoverval langs de kant van de weg zag liggen. Maar juist omdat diaconaat oeverloos is, doen diaconieën er naar mijn mening goed aan om eerst intern en vervolgens in overleg met de kerkenraad en bij voorkeur de gemeente als geheel tot keuzes te komen, tot visie en beleid. Zoiets kan ook helpen om overbelasting van de diaconie te voorkomen. Uit mijn inventarisatie blijkt dat veel gemeenten wel een visie hebben voor het diaconaat, maar dat daar vaak niet iets duidelijk over op papier staat.
Ik hoop hierbij ook dat er een mooie synergie mag ontstaan tussen de diaconieën van de NGK en het Diaconaal Steunpunt van de GKv (www.diaconaalsteunpunt.nl). Uit de enquête blijkt dat de diaconieën die de weg naar het Steunpunt (of het Diaconaal Bureau van de CGK) weten te vinden zeer dankbaar zijn voor de steun en adviezen die ze krijgen. Daaruit blijkt dat een diaconaal steunpunt werkelijk een steun kan zijn. Momenteel lijken echter nog maar weinig diaconieën deze weg te vinden. Hopelijk mag dit artikel een stimulans zijn om volop van de mogelijkheden gebruik te maken die het
Steunpunt biedt en wordt het op de diaconievergadering een vast aandachtspunt. Waar lopen wij tegenaan en wat zou het Steunpunt hierin voor ons kunnen betekenen?
Diaconaat en pastoraat
Een paar opmerkingen wil ik maken over de relatie tussen diaconaat en pastoraat. Pastoraat en diaconaat liggen heel dicht bij elkaar. Neem Boaz. Die was voor Ruth zowel een pastor in optima forma als een diaken bij uitstek. Als pastor zag hij haar, kende hij haar, bood hij haar een veilige omgeving en bemoedigde hij haar. En als diaken gaf hij haar de ruimte om aren te lezen achter zijn maaiers – de maaiers vroeg hij extra aren te laten vallen. En later schonk hij haar ook nog eens een uiterst royale hoeveelheid gerst. Daarom wil ik een hartelijk pleidooi voeren om pastoraat en diaconaat meer op elkaar te betrekken. Dat kan op allerlei manieren. De nieuwe opzet van het kerkenraadswerk in veel kerken (bestuurlijke kerkenraad, pastorale raad, diaconale raad) heeft wat dat betreft naast risico’s, ook kansen in zich. Een risico is dat op kerkenraadsniveau pastoraat en diaconaat nog verder uit elkaar groeien. Kansen liggen er omdat de nieuwe opzet niet zelden gepaard gaat met de aanstelling van pastoraal bezoekers die geregeld met hun wijkouderling in wijkverband bij elkaar komen om het wijkwerk door te nemen. Een even voor de hand liggende als opmerkelijke ontwikkeling is dat bij dit overleg de wijkdiaken aanschuift. Dat gebeurt al in menige gemeente, zo bleek uit de enquête. Zo groeit op natuurlijke wijze een situatie dat op het meest concrete niveau, namelijk op wijkniveau, door pastores en diakenen overlegd wordt op welke wijze zowel de pastorale als de diaconale hulp het beste verleend kan worden.
Een andere mogelijkheid om pastoraat en diaconaat meer op elkaar te betrekken is het werken in gemeentekringen. In Haarlem zetten we daar bijvoorbeeld op in. De kringen worden ‘koinonia-groepen’ genoemd, om aan te geven dat ze meer zijn dan bijbelstudieen gebedskringen. Het zijn kringen waarin het leven gedeeld wordt. Onze visie is dat in deze kringen niet alleen het pastoraat, maar ook het diaconaat een vanzelfsprekende en mooie plek krijgt. En onze hoop is dat het open kringen zijn waarbij anderen zomaar kunnen aanschuiven. Op natuurlijke wijze hoor je van elkaars noden en op een natuurlijke wijze kun je die dan proberen te verhelpen. Wat overigens voor het pastoraat opgaat – dat ook in deze setting deskundige begeleiding nodig blijft – gaat allicht ook op voor het diaconaat in kringverband.
Weer een andere insteek is dat het diaconaat zelf een wat meer pastoraal karakter krijgt. In de Bijbel zijn diaconale zorgverleners niet zomaar hulpverleners, maar evangelisten. Immers, degenen die in Handelingen 6 worden aangesteld om ‘de tafels te bedienen’ worden geen diaken maar evangelist genoemd (Handelingen 21:8, relevant voor de uitleg van Efeziërs 4:11). Zij waren medewerkers van de apostelen en hadden een veel breder takenpakket dan alleen het diaconale. Ze hadden een diaconale taak, maar waren tegelijk uiterst krachtige predikers van het Evangelie (Handelingen 7 en 8). Het diaconale werk van de kerk moet dan ook worden gezien als één van de facetten van het ene Evangelie dat Christus in de wereld predikt. Op zijn mooist komt dat hierin tot uiting dat de apostelen – en later de diakenen – in dubbele zin de tafels bedienden. Het liefdemaal en de viering van het avondmaal, het leven uit genade en het delen van genade vloeiden in elkaar over! Dat diaconaat en evangelieprediking samenhangen klinkt ook door in het klassieke formulier voor de bevestiging van ambtsdragers: ‘De diakenen behoren de gemeenteleden die Christus’ liefdegaven ontvangen met Gods Woord te bemoedigen en te vertroosten.’
Ten slotte wil ik er een warm woordje voor voeren dat predikanten veel meer dan voorheen participeren in diaconale projecten. Sommige predikanten doen dat overigens van nature, maar veel anderen (onder wie ikzelf) niet. Dat de apostelen in Handelingen 6 besluiten het bedienen van de tafels aan de evangelisten over te laten, had met de enorme groei van de gemeente te maken. Hun bordje raakte te vol. Nu veel gemeenten kleiner en kleiner worden, verdient het overweging om de omgekeerde beweging te maken. Ik kan me voorstellen dat er genoeg situaties zijn waarin predikanten met hun bijzondere gaven ook op diaconaal vlak een grote zegen kunnen zijn. En los daarvan zou het gewoon een manier kunnen zijn om diaconaat, pastoraat en prediking wat meer bijeen te houden. Duurzaam Het diaconaat is iets heel moois. Het is een bescheiden bijdrage aan de gerechtigheid in deze wereld. Een blijk van Gods bewogenheid met deze wereld. Daarbij een laatste opmerking: wil de mooie impuls die het zoeken naar gerechtigheid en het diaconaat momenteel in rijke verscheidenheid krijgt een duurzame zijn, dan moeten het verlangen naar gerechtigheid en de beoefening van barmhartigheid dicht bij de bron blijven. Diaconaat is iets heel moois, maar los van de bron, het Evangelie van Jezus Christus, God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, vloeit het diaconaat leeg. Alleen dankzij de adem van de Geest en de bediening van het Woord kan het diaconaat een lange adem hebben.
Ds. Jan Mudde is predikant van de NGK Haarlem. Zijn volledige jaaroverzicht is te lezen in het Informatieboekje 2013, te verkrijgen bij Buijten en Schipperheijn.
| Diaconaat in de NGK Is de betrokkenheid van de gemeente bij diaconale activiteiten en projecten de afgelopen jaren toe- of afgenomen? Toegenomen - 17 Niet toe- of afgenomen - 23 Afgenomen - 4 Is het aantal steunaanvragen in 2012 toe- of afgenomen? Toegenomen - 20 Niet toe- of afgenomen - 18 Afgenomen - 2 Beschikt de diaconie over een visiedocument? Geen visiedocument 28 In ontwikkeling/revisie 7 Wel een visiedocument 9 In welke mate ervaart de diaconie steun vanuit het landelijke verband bij de uitoefening van het diakenambt? In zeer sterke mate - 1 In sterke mate - 2 Noch in sterkte, noch in geringe mate - 21 In geringe mate - 10 In zeer geringe mate -8 |