Liturgie en traditie

2013-06-15
  • Jaargang 57
  • nummer 12
Voor een keer speel ik leentjebuur bij een collega. In De Waarheidsvriend (het blad van de Gereformeerde Bond) wordt de rubriek ‘Uit de pers’ verzorgd door ds. G. van Meijeren. In het nummer van 10 mei citeert hij een column van mevrouw C. Romkes uit Ambtelijk Contact, het toerustingsblad voor christelijke-gereformeerde ambtsdragers, en vervolgens voegt hij daar zijn commentaar aan toe.
Eerst een groot deel van de column van mevrouw Romkes:

Een tijdje geleden hebben we als gemeente voor het eerst samen met de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt te Leiden avondmaal gevierd. Dat was natuurlijk een hele organisatie voor de beide kerkenraden en ze hadden hun best gedaan om alles zo goed mogelijk te laten verlopen. Maar in plaats van gesterkt kwam ik er teleurgesteld vandaan. In onze gemeente is het de gewoonte om op de traditionele manier het Heilig Avondmaal te vieren. Dat wil zeggen: met een gedekte tafel waaraan we gaan zitten. Ik heb na de tijd begrepen dat onze vrijgemaakte broeders en zusters naar voren lopen en staand het brood en de wijn ontvangen. Daar was nu ook voor gekozen. In lange rijen liepen we naar voren, waar ouderlingen stonden met een schaal brood en even verderop drie ouderlingen met een beker wijn. Al lopend aten we het brood en – ik bedoel dit niet oneerbiedig – spoelden het weg met een slok wijn. De woorden ‘neemt, eet, dit is Mijn lichaam’ etc. waren voor de tijd uitgesproken en daardoor verklonken. Vooraf was er een preek en werd een voor mij onbekend en zeer verkort formulier gelezen. Na de tijd was er geen nabetrachting en geen afsluiting met het formulier, maar zongen we enkele verzen uit Psalm 103. Weer thuis ging ik bij mezelf te rade waarom ik me zo van slag voelde. Ik had toch wel meer het avondmaal op een andere manier gevierd, zij het niet zo. Ik denk toch dat het eraan ligt dat het wezenlijk bij de viering van het Heilig Avondmaal hoort dat de gemeente zittend aan de tafel het brood en de wijn ontvangt. En dat bij elke tafel opnieuw de instellingswoorden klinken. Het Nieuwe Testament beschrijft ons niet voor niets het avondmaal als een maaltijd waarbij Jezus Zelf de Gastheer is. Het is wezenlijk dat je samen aan tafel zit en zo de gemeenschap beleeft. Het is ook wezenlijk dat er rust heerst; een rust waarin ieder de weldaden kan genieten die hij/zij ontvangt en ervaart. Ten slotte is het voor mij duidelijk geworden hoe mooi de afsluiting van het (oude) formulier is. Wat mij betreft onvervangbaar: ‘Loof de HEERE, mijn ziel en al wat in mij is Zijn heilige Naam.’ Dat wat er dan door je heen gaat, ervaar je niet door het zingen van berijmde verzen.

Het commentaar van Van Meijeren is vriendelijk, maar wel duidelijk. Ik sluit me er graag bij aan:

Deze ontboezeming van zr. Romkes kan gemakkelijk herkenning oproepen. Je voelt onwennigheid of zelfs vervreemding wanneer in de liturgie de dingen anders gaan dan je gewend bent. En daarbij spelen ook emoties een rol. De vraag is of het daarmee ook verkeerd is. Het treft me dat drs. Romkes een zittende viering aan de tafel wezenlijk acht en ze verwijst daarvoor naar het Nieuwe Testament. Verder benadrukt ze dat ze vertrouwd is met een traditionele viering van het heilig avondmaal. Wat is echter ‘traditioneel’ in dit verband? De gereformeerde vluchtelingengemeente in Londen vierde de maaltijd zittend aan tafel om de communie in alle rust te kunnen beoefenen. Maar kennelijk was dat iets volkomen nieuws in de zestiende eeuw. Men vierde daar de Maaltijd des Heeren trouwens ook maandelijks – in de Franstalige gemeente zelfs om de week – en dat is frequenter dan de vier keer die nu in veel gemeenten van gereformeerde signatuur gepraktiseerd wordt. In Dordrecht (1620) stelde men dat ook op Pasen en Pinksteren en Kerst het avondmaal gevierd moet worden. En is de (onberijmde) afsluiting van het formulier echt onvervangbaar en is een lopende viering onbijbels? Zó vasthouden aan vormen lijkt me niet erg protestants. Het is de moeite waard om op deze punten de rijkdom en verscheidenheid van onze gereformeerde liturgische traditie te onderkennen. Ik ben ervan overtuigd dat die onze erediensten vandaag de dag kan inspireren en verlevendigen.

Verschil van mening in de kerk heeft nogal eens te maken met de liturgie. En dan gaat het meestal niet zozeer om wat verantwoord en bijbels is, maar veel vaker om ons gevoel, onze beleving, om de traditie waaraan we gewend zijn. Zeker als een zo wezenlijk iets als het avondmaal in het geding is, zit je zomaar midden in de problemen. Eén les: verander nooit de viering van het avondmaal zonder daar heel goed over gecommuniceerd te hebben.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief