De brief van Paulus aan de Filippenzen (2)
1971-10-08
Vers 8 - Jaargang 15
- nummer 26
En dan valt het ook niet te verwonderen,
dat Paulus een sterke innerlijke begeerte (dat is een betere vertaling dan: ontferming) heeft hen te ontmoeten. Die begeerte of toegenegenheid is geen puur menselijke toegenegenheid.
Die is ook weer het werk van Christus. Als er een band groeit tussen gemeente en ambtsdragers, dan is dat altijd meer dan alleen maar een menselijke zaak.
Dat blijkt wel uit het feit, dat die band ook kan groeien tussen mensen die elkaar qua karakter niet eens liggen. Die genegenheid, die band is Christus' werk. In feite is Hijzelf die band.
Vers 9
Paulus bidt dus voor de gemeente. Dagelijks.
En wat hij bidt, geeft hij aan in vss. 9 en 10. Hij bidt dat de liefde van de Filippenzen steeds meer overvloedig moge zijn, meer en meer moge toenemen.
Het woord liefde is in onze dagen sterk gedevalueerd. Tegenwoordig noemt men vaak liefde, wat in feite niets anders is dan zelfzucht en het zoeken van zelfbevrediging en zelfontplooiing. In de bijbel daarentegen wordt liefde gekarakteriseerd door offerbereidheid, door dienstvaardigheid en door zelfverloochening ten behoeve van de ander.
Moge die (bijbelse) liefde toenemen bij de Filippenzen, bidt Paulus. Dat is nl. van groot belang. Want als dat gebeurt, dan leidt dat bij de Filippenzen tot helder inzicht en tot fijngevoeligheid.
Liefde maakt blind, zegt een spreekwoord.
Maar liefde in de bijbelse zin van het woord leidt juist tot verdieping van inzicht.
Wie zijn naaste liefheeft, gaat steeds duidelijker zien wat die naaste nodig heeft. Wie zijn naaste liefheeft, wordt ook fijngevoelig.
Hij loopt niet over zijn naaste heen en kwetst hem niet. Het ligt anders bij wie niet liefheeft. Hij ziet de nood van de ander niet.
Hij leeft eraan voorbij. Hij is ook grof en onheus. Want hij is niet in de ander geïnteresseerd.
Hij is alleen maar geïnteresseerd in zichzelf.
Vers 10
Als dat inzicht en die fijngevoeligheid zich verdiepen door het toenemen van de liefde, groeit ook het onderscheidingsvermogen.
Dan leren we onderscheiden waar het op aan komt.
We worden in ons leven overstelpt door massa's dingen. Ontelbaar veel zaken komen op ons af en vragen onze aandacht. Het zijn er zoveel, dat je niet meer weet wat je eerst en wat je laatst moet doen. Je moet kiezen.
Maar wat moet je kiezen?
Paulus zegt: in die situatie wijst de liefde je de weg. De liefde laat je onderscheiden waar het op aan komt. Die leert je de goede weg te vinden in de lawine van alles wat op je afkomt.
Dat is een verrassende opmerking. Ik ben ervan overtuigd, dat wij dat probleem op andere manieren proberen op te lossen. Maar Paulus zegt: doe dat niet. De liefde (in bijbelse zin) wijst je de weg.
Paulus' gebed om toename van de liefde bij de Filippenzen, is niet alleen van belang voor de situatie waarin ze op dat moment .verkeren, maar heeft ook consequenties voor hun toekomst. Wanneer dat alles nl. gaat groeien en werken en zich gaat waar maken in hun leven - en wat Paulus tot de Filippenzen zegt, geldt ook ons! - dan zullen ze rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus.
Ja, dat staat er echt: rein (= zuiver) en onberispelijk. Als we dat lezen, zijn we onmiddellijk geneigd te zeggen: dat bestaat niet, want wij hebben maar een klein begin van gehoorzaamheid in ons leven. Maar met een dergelijke opmerking trappen we toch een open deur in.
Zou de man die Rom. 3 en 7 schreef, dat zelf niet weten?
Natuurlijk wel. Paulus wist het beter dan wij. En toch schrijft hij: dan zult ge rein en onberispelijk zijn en vol van vrucht der gerechtigheid.
Vers 11
Maar hoe kan dat dan? Wel, zegt Paulus, het is inderdaad niet óns werk. Het wordt bewerkt door Jezus Christus. Hij maakt ons rein en onberispelijk en vruchtdragend. En dat niet alleen maar op papier en in theorie, maar reëel.
Zulke levens, waarin reinheid en onberispelijkheid en de vrucht der gerechtigheid zich openbaren en zichtbaar worden, strekken tot eer van God. Dat is het uiteindelijke doel en tegelijk het gevolg van Paulus' gebed voor de Filippenzen: het verheerlijken en grootmaken van God. Dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste.
Dat is tenslotte het ABC van het christelijke leven.
Vers 12
Paulus gaat nu iets vertellen over zijn eigen persoonlijke omstandigheden en de gevolgen daarvan voor de prediking van het evangelie.
Natuurlijk was het voor de Filippenzen wel prettig iets over Paulus' omstandigheden te horen. Maar als er niet meer was, zou Paulus er geen aandacht aan geschonken hebben.
Die persoonlijke omstandigheden op zichzelf vindt Paulus niet zo belangrijk. Hij leeft immers niet voor zichzelf, maar voor het evangelie en voor Christus. En daarom is Paulus ook niet vol van zichzelf, maar vol van het evangelie. En daarom zijn zijn persoonlijke omstandigheden alleen maar van belang voorzover de prediking van het evangelie ermee gemoeid is.
Ik ben bang dat onze instelling vaak anders is. Ik vrees dat wij onszelf vaak het belangrijkst vinden. Het gaat ons er vaak om dat WIJZELF iets bereiken. En dan komt het evangelie op het tweede plan, als wijzelf aan onze trekken gekomen zijn. Paulus stelde het evangelie voorop. En daarom schrijft hij dat zijn gevangenschap de prediking van het evangelie heeft bevorderd.
Vers 13
Dat is op twee manieren gebeurd. In de eerste plaats is door zijn gevangenschap het hele hof (= praetorium = kazerne van de keizerlijke garde) in aanraking gekomen met Christus.
De anderen die Paulus in dit verband noemt, zijn dan de leden van de rechtbank en bedienend personeel (slaven). Zij werden in en door het proces tegen Paulus met Christus geconfronteerd.
Vers 14
En in de tweede plaats werd de prediking van het evangelie door Paulus' gevangenschap gestimuleerd, doordat het merendeel der broeders meer moed greep om het evangelie te prediken.
Vers 15-17
Weliswaar deden sommigen van hen dat uit nijd en twist. Zij hadden het niet zo erg op Paulus begrepen.
Om dat te kunnen begrijpen, moeten we ons even realiseren, dat Paulus in zijn dagen geen algemeen erkende figuur geweest is.
Hij was een controversiële figuur die lang niet door iedereen als apostel werd erkend.
Die mensen zagen nu de kans schoon om onder Paulus' duiven te gaan schieten en stemming tegen hem te kweken en het hem in zijn gevangenschap nog eens extra moeilijk te maken. Dat was bepaald geen fraaie manier van optreden.
Vers 18 Maar Paulus kan het gelukkig gemakkelijk van zich afzetten. Het gaat immers niet om zijn persoontje. Dat hoeft geen koning te kraaien. Het gaat om Christus. Als die maar gepredikt wordt, kan Paulus er wel
overheen stappen dat hijzelf minder fraai behandeld wordt. Dan kan hij zich zelfs verblijden.
Kijk, dat is nu leven voor Christus: jezelf wegcijferen terwille van Christus en het evangelie. Ik denk dat de tenen van ons hoogstbelangrijke eigen persoontje vaak veel te lang zijn om ons zo te kunnen wegcijferen.
Is het niet vaak zo, dat wij blij zijn als wijzelf in het middelpunt staan en als' wij de glansrol vervullen, ook al zou dat gaan ten koste van Christus en het evangelie?
Paulus leeft voor Christus. En daarom zal hij zich blijven verblijden als Christus gepredikt wordt, ook al gaat dat ten koste van zijn eigen persoontje.
Vers 19
Is dat geen onmenselijke opgave? Is dat geen onmogelijk eis? Want Paulus weet: er wordt me door die afgunstige evangeliepredikers geen wezenlijke schade toegebracht.
Het is juist omgekeerd. Ook dit werkt voor Paulus mee ten goede, tot zijn behoud, dank zij het gebed van de Filippenzen en de bijstand van Gods Geest.
Paulus hoeft alles niet alleen te verwerken.
Er zijn mensen die voor hem bidden.
(Ziet u hoe belangrijk het is als we voor elkaar bidden: thuis en in de gemeente en in een gebedskring?) En er is de Heilige Geest.
Vers 20
Daarom is Paulus er zeker van, dat hij niet beschaamd zal staan, wat er ook met hem gebeurt.
Paulus denkt nu weer aan de afloop van het proces. Er zijn twee mogelijkheden. De ene mogelijkheid is, dat hij wordt vrij gelaten.
En dat betekent dan voor hem leven. De andere mogelijkheid is, dat hij wordt veroordeeld.
En dat betekent dan de dood. Maar welke van die twee mogelijkheden het ook wordt, Christus zal er door worden grootgemaakt.
Vers 21-26
Als Paulus vrij komt, betekent dat voor hem leven. En leven is voor hem: Christus.
Het betekent ook: verder werken met vrucht doordat hij dan de Filippenzen verder behulpzaam kan zijn in de opbouwen uitbouw van hun geloof.
Als Paulus moet sterven, betekent dat voor hem winst.
Want sterven is opbreken uit dit leven en met Christus zijn.
Wat Paulus moet kiezen weet hij niet.
Met Christus te zijn is voor hem persoonlijk verreweg het beste. Maar blijven leven is noodzakelijker terwille van de Filippenzen.
En daarom weet Paulus, als het er op aan komt, toch weer wel wat hij moet kiezen. Hij kiest weer voor het zichzelf wegcijferen, voor het opzij schuiven van zijn eigenbelang.
Hij kiest voor het belang van de Filippenzen en voor de voortgang van het evangelie.
En hij weet: dat is de goede keuze. Daarom wéét hij ook dat hij in leven zal blijven en de Filippenzen zal ontmoeten en dat hij hen verder zal helpen in het volgen van Christus en zo hun geloofsblijdschap zal doen toenemen. En hij weet ook - en daar gaat het uiteindelijk weer om! - dat er geroemd zal worden in Christus.
Is het u opgevallen, hoe nuchter Paulus over de dood spreekt? Hij speelt geen verstoppertje.
Hij steekt de kop niet in het zand. Hij doet er niet geheimzinnig over.
Neen, hij ziet de laatste vijand recht in de ogen.
Dat kan ook. Want Paulus weet: ook als we sterven is Christus er. Hij is er altijd en overal. Hij staat op ons te wachten: op de hoek van de straat en 's avonds als we thuis komen, als we eten koken in de keuken en ook als we sterven. Hij is er zelfs als we worden neergelaten in het graf. Christus is er altijd. En het gaat altijd om Hem. En als Hij ons léven is, is ons sterven winst. Dat kunnen we dan rustig zeggen.
Vers 27
Het is nog niet zover dat Paulus de Filippenzen kan ontmoeten.
Hij zit nog gevangen.
Maar ook vanuit de gevangenis kan Paulus nog werken aan de opbouw van hun geloof en van hun christelijke levenswandel.
Daarom schrijft hij nu; gedraagt u waardig (= in overeenstemming met) het evangelie van Christus.
U ziet dat het alweer om hetzelfde gaat: om het evangelie. Dat is de kern van het leven. Dat moet het leven stempelen en beheersen.
Dat moet het één en het al al zijn.
En als dat het geval is, zal Paulus - of hij nu naar Filippi kan komen of niet - van de Filippenzen horen, dat ze vaststaan in één geest en dat ze één van ziel meestrijden voor het geloof aan het evangelie.
Daar zegt Paulus iets dat we vandaag ook goed kunnen gebruiken. Je door het evangelie laten beheersen geeft vastheid in je leven.
Dat is het manco van onze tijd. Wie staat er vandaag nog vast in zijn geloof? We leven in de eeuw van de twijfel. Onze tijd twijfelt aan alles. En de kerken en de christenen twijfelen mee.
Hoe komt dat? Waar komt die sterke geest van twijfel vandaan? Het komt, omdat men zich niet meer door het evangelie laat beheersen en dat niet meer een kracht in het leven laat zijn. Men gedraagt zich niet meer in overeenstemming met het evangelie. Daar ligt de oorzaak van de twijfel.