De brief van Paulus aan de Filippenzen

1971-10-15
  • Jaargang 15
  • nummer 27
Vers 28

Waar het evangelie het leven begint te doortrekken, verdwijnt ook de angst en de vrees voor de tegenstanders van het evangelie.
Zulke tegenstanders zijn er heel wat: in alle maten en in alle soorten. Er zijn er ook bij die uitermate sterk en machtig en gevaarlijk zijn.
Zo is het vandaag.
Zo was het vroeger.
Paulus weet ervan mee te praten. Hij heeft onnoemelijk veel vijandschap ondervonden en veel tegenstanders gehad. Maar je hoeft er niet bang voor te zijn, zegt hij.
We moeten goed beseffen, dat Paulus hier uit ervaring spreekt. Hij is geen stuurman aan de wal, die van af een veilige afstand gemakkelijk praten heeft. Op het moment waarop hij deze woorden schrijft, bevindt hij zich zelfs in de macht van zijn vijanden.
Maar, zegt hij, - en hij kan het weten! - als het evangelie het cement van je leven is, behoef je niet bang te zijn voor hen. Ons staat een sterke Held terzijde.
Die standvastige houding van een christen heeft de tegenstanders iets te zeggen. Ze voelen daarin nl. iets aan, zegt Paulus, van het feit dat zijzelf uiteindelijk het onderspit moeten delven en dat gij behouden, gered wordt - en wel door God. Ze merken dat die standvastigheid niet louter menselijk is.
Ze gaan beseffen dat er iets achter zit, dat er IEMAND achter zit: God. Die ontdekking brengt hen aan het denken en soms tot bekering.
Zo kan het ook vandaag nog gaan Leest u het boek van ds Wurmbrand maar eens: De ondergrondse kerk.

Vers 29, 30

We moeten ons wel goed blijven realiseren, dat Paulus niet over hypothetische gevallen schrijft en niet maar wat zit te theoretiseren.
Neen, hij zit zelf in de gevangenis.
En ook de Filippenzen verkeren midden in vervolgingen: ze lijden voor Christus.
Daar hebt u het alweer: voor CHRISTUS.
Een christen leeft en lijdt en sterft voor Christus. HIJ staat altijd centraal.
Lijden voor Christus is genade, zegt Paulus.
Maar hij had die wijsheid niet van zichzelf.
Christus heeft het al gezegd: Zalig, te feliciteren zijn de vervolgden om der gerechtigheid wil. De Filippenzen waren te feliciteren, want ze leden voor Christus. En dat was een genadegave.
Dat alles staat wel heel ver van ons af.
Wij weten niet meer wat geloofsvervolging is.
We hebben het goed.
We hebben hier en daar zelfs nog wat invloed.
We wentelen ons in luxe, smijten met geld en zwelgen in eten en drinken. We kennen geen vervolgingen, maar wel een champagne-christendom. En hoe beter we het krijgen en hoe meer we in de watten gelegd worden, des te moeilijker wordt het afstand te doen van ons luxe-leventje als de tegenstanders gaan opdringen.
Het is hoog tijd ons dat te realiseren en ons innerlijk vrij te maken van onze welvaart en luxe. Want de tijd waarin de tegenstanders van het evangelie ons gaan benauwen, komt.
Misschien is die tijd al dichterbij dan we vermoeden.
Hier en daar zijn er al symptomen van.
Hier en daar komt ook in ons land de haat en de vuilspuiterij tegen het evangelie en de christenen al duidelijk naar buiten. God zal ook in onze welvaartsstaat weer de genade verlenen dat we voor Christus mogen lijden. Hoe en in welke vorm dat zal zijn, weten we niet. Dat moeten we maar afwachten.
Maar het komt wel!
Dan zullen we voorbereid moeten zijn.
Dan zullen we klaar moeten zijn om onze luxe en onze hobbies en ons gestroomlijnde leventje los te laten terwille van Hem. Dan zullen we bereid moeten zijn mee te vechten in dezelfde strijd en aan hetzelfde front te staan als Paulus en de Filippenzen. We zullen er nu, vandaag, al voor moeten zorgen dat niet de luxe ons leven gaat beheersen en de plaats gaat innemen van Christus en het evangelie. Alleen als Christus en zijn evangelie ons werkelijk tot op de bodem van ons hart beheersen, zullen we klaar zijn als die tijd komt. Anders niet. En dan zijn we niet te feliciteren.

HOOFDSTUK 2

Vers 1

Als ik nu vanuit dat evangelie een appèl op u mag doen, gaat Paulus verder, maakt dan mijn blijdschap volmaakt.

Vers 2

Dat doet ge door eensgezind te zijn, zegt Paulus.
Eensgezind zijn is op hetzelfde bedacht zijn, dezelfde koers varen. Het betekent niet: overal gelijk over denken. Want eensgezindsheid is geen zaak van het intellect, maar van het hart. Eensgezind zijn is: hetzelfde willen, dezelfde gezindheid hebben. En dat is belangrijk voor een gemeente. Op alle punten gelijk denken is geen levensvoorwaarde voor een gemeente. Maar dezelfde gezindheid hebben is wel van levensbelang.
Dat geldt ook voor: dezelfde liefde hebben.
In liefde staat offerbereidheid centraal.
Dat is ook een wezenlijke zaak.
Paulus noemt ook nog: door hetzelfde bezield zijn. Er is maar één ding dat de Filippenzen en elke gemeente behoort te bezielen: de voortgang van het evangelie; Christus zelf.

Vers 3

Bij dat alles behoort geen plaats te zijn voor zelfzucht of ijdel eerbejag, geldingsdrang.
Daar hebben nogal wat mensen lust van. Ze willen zichzelf laten gelden. Ik kan beter zeggen: daar hebben ALLE mensen last van. Het zit er bij iedereen in. Het is voor ieder van ons een verleiding zichzelf te zoeken, zichzelf op de voorgrond te dringen en op een platformpje te plaatsen. Dat kan ook op een geraffineerde manier achter heel wat kerkelijke en christelijke activiteiten zitten.
Maar als de liefde de harten in beslag gaat nemen, gaan zelfzucht en geldingsdrang plaats maken voor offerbereidheid en ootmoed en bescheidenheid. Dan werken we niet meer met de ellebogen om maar vooraan te komen, maar dan kunnen we anderen voor laten gaan en hun kwaliteiten erkennen en hen waarderen. En dat is werkelijk van levensbelang voor een gemeente.

Vers 4

Wanneer die liefde er is, staat niet langer eigen belang op de voorgrond, maar het belang van anderen.
Paulus zegt het heel kras. Veel krasser dan de vertaling van het NBG weergeeft. Hij zegt letterlijk: Ieder zij niet bedacht op eigen belang, maar juist op dat van anderen.
Wie dit even op zich laat inwerken, is geneigd te zeggen: dat is een onmogelijke eis.
Als je het belang van anderen moet laten voor15aan, ben je nergens meer. Dan kun je wel inpakken. Dan wordt het leven je praktisch onmogelijk gemaakt en zul je nooit iets bereiken.
Toch is dat wegcijferen van jezelf en van je eigenbelang eis van het evangelie. Het evangelie blijkt inderdaad niet naar de mens te zijn. Het gaat dwars tegen ons hart in.

Vers 5-8

Niemand kan dat dan ook in eigen kracht doen. Het kan alleen als de gezindheid van Christus Jezus bezit van ons neemt.
Christus heeft zijn eigenbelang niet voorop gesteld, maar ons belang. Terwille van ons heeft Hij Zichzelf en zijn God-zijn helemaal weggecijferd. Karakteristiek voor Hem was: offerbereidheid, zelfverloochening, klaar staan voor anderen. Hij heeft de gestalte van een dienstknecht, van een slaaf aangenomen.
Als eigenbelang Hem gedreven had, zou Hij nooit zijn Goddelijke heerlijkheid hebben prijsgegeven. Hij zou er nooit afstand van hebben gedaan, maar zich erin hebben vastgebeten.
Hij zou zich eraan hebben vastgeklampt.
Maar Hij heeft zichzelf ontledigd.
Hij heeft zichzelf weggecijferd en aan de kant laten schuiven. Terwille van ons heeft Hij zich aan het kruis laten slaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief