Boekbespreking

1971-10-15
  • Jaargang 15
  • nummer 27
Dr G. C. Berkouwer, Dr E. Schillebeeckx, Dr H. A. Oberman: Ketters of Voortrekkers. De geestelijke horizon van onze tijd.
Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen, 1970.

Dit is een afzonderlijke uitgave van vier gesprekken, die in het kader van de theologische etherleergang van de N.C.R.V., spontaan voor en rond de microfoon zijn ontstaan.
Dit wordt op de achterzijde van de omslag medegedeeld. De drie gesprekspartners, professoren in de theologie, de eerste aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, de tweede aan de r.k. universiteit te Nijmegen en de derde aan de universiteit te Tübingen, hebben de gang van zaken van deze gesprekken niet willen programmeren en manipuleren om zo elkaars gedachtengang niet voortijdig te integreren. Ze hebben deze gesprekken dus vrij, niet in een van te voren vastgestelde vorm gevoerd. Ze hebben dat gedaan om de luisteraars indertijd en nu de lezers bij het gesprek en al zijn verrassende wendingen, ontsporingen en ontdekkingen te betrekken, aldus professor Oberman, de gespreksleider in zijn inleidend woord van deze uitgave.
Dit betekent natuurlijk niet dat er geen programma was. De gespreksleider heeft de vragen, die naar zijn mening bij de vier thema's van de gesprekken niet mochten ontbreken, tevoren genoteerd.
Men bemerkt dat hier drie zeer bekwame theologen in gesprek zijn. Ik wil eerlijk zeggen dat de lectuur voor mij vermoeiend was.
Dat zal wel liggen aan het springerige, "de verrassende wendingen" en de "ontsporingen" zoals de gespreksleider dit noemt. Ik voor mij betwijfel of een dergelijk experiment voor de luisteraars erg onderhoudend en boeiend is. Voor de lezers is dit niet het geval.
De thema's van de vier gesprekken zijn: 1. visie op de reformatie; 2. Heilige Schrift: dogma en interpretatie; 3. gezag en geloofwaardigheid en 4. Kerk, theologie en toekomst.
Het eerste gesprek was bedoeld als peiling van de betekenis van de reformatie der zestiende eeuw voor onze tijd, voor de mensen van de zeventiger jaren van de 20e eeuw. Bij de betekenis van de reformatie gaat het om meer dan de viering van 31 oktober als een soort heiligendag. Om meer dan bezinning op de betekenis van 1 de 95 stellingen van Maarten Luther. Onze tijd, de zeventiger jaren, wordt door een van de gesprekspartners gekarakteriseerd als die van de derde fase na het oekumenisme van de vijftiger en zestiger jaren. De gesprekspartners wilden inzetten bij een gebeuren op de rand van reformatie en revolutie, daar waar in de westerse geschiedenis de vraag naar "ketters of voortrekkers" met een tevoren niet gekende radicaliteit, intensiteit en uitstraling voorbeeldend gesteld is. Daar waar agrarische, monetaire en kerkelijke krisis samenballen en vervlochten zijn - in de adembenemende jaren van de reformatorische doorbraak, aldus Oberman.
In het eerste gesprek is opvallend een poging tot een nadere bepaling van het begrip "heresie" of ketterij, waarbij uit de verf begint te komen dat het woord "ketters" tegenwoordig niet meer bruikbaar is. Het heeft plaats gemaakt voor het woord "voortrekkers".
Binnen de geestelijke horizon van onze tijd kan men niet meer spreken over ketters, wel over voortrekkers. Wij zitten allemaal in dezelfde boot van de historische ontwikkeling of we nu tot de reformatorische christenen of tot de r.-katholieken behoren. Luther en Calvijn, de reformatoren van de zestiende eeuw, waren achteraf gezien, geen ketters, maar liepen aan de spits van de historische ontwikkeling in hun tijd. Op de vraag aan Schillebeeckx voorgelegd of de reformatoren ketters of voortrekkers waren, antwoordt deze: "Het woord "ketters" verdwijnt op het ogenblik uit het katholieke woordenboek. En wat het woord "voortrekkers"
betreft, het is moeilijk te zeggen wat nu voortrekkerij of ketterij is. Die twee begrippen verglijden nogal. Ik zou mezelf de vraag willen stellen: Is de reformatie ook een katholieke denk- en levensmogelijkheid?"
Wat antwoord hij op deze door hemzelf zich voorgelegde vraag?
"Het antwoord op deze vraag is pas zinvol als het wederkerig is, als het katholicisme ook gezien wordt als een reformatorische denk- en levensmogelijkheid." "Hoe dicht zouden wij bij elkaar staan wanneer wij beiderzijds konden aanvaarden, dat aan de ene kant de reformatie een katholieke denkmogelijkheid is, en dat aan de andere kant de katholieke gestalte van het christendom ook reformatorisch zinvol kan worden genoemd."
Schillebeeckx wil niet zover gaan te, stellen dat er geen echte geloofsverschillen meer zijn tussen de kerken. Dit zou hij een funest standpunt vinden en ook een onwetenschappelijk standpunt. We moeten ook niet à priori zeggen: er zijn werkelijk kerksplitsende elementen. Het behoort volgens hem tot ons geloof en tot onze theologische opdracht kritisch na te gaan in hoevere de duidelijke verschillen die er zijn, echte geloofsverschillen bevatten.
Als Oberman vraagt aan Schillebeeckx of mannen als Luther, Zwingli en Calvijn naar zijn mening, ook voortrekkers zijn van de hele religieuze theologische beweging die hij vertegenwoordigt, is het antwoord: eerst een herinnering aan een woord van pater Congar, die gezegd zou hebben, dat hij Luther beschouwde als een van de grootste theologen van de katholieke traditie, iemand die met name werkelijk het begrip "rechtvaardiging", justificatio, opnieuw had ontdekt in zijn echt bijbelse betekenis. Welnu zegt Schillebeeckx "als dit de fundamentele betekenis is van Luther's getuigenis, dan zie ik daarin ook voor mezelf een echt katholieke ontdekking."

Berkouwer antwoordt op dezelfde vraag of de refomatoren ketters of voortrekkers waren, dat men niet van hem kan verwachten dat hij de heresie van de reformatie in het licht zal stellen. Wel meent hij dat het nauwelijks mogelijk moet worden geacht dat de reformatie zich hoog verheven zou gevoelen, "want ik moet erkennen (en dat is niet een soort modische zelfbeschuldiging) dat de reformatie zeer kwetsbaar is door de ontzaggelijke pluraliteit en dan niet maar in de zin waarin men van verscheidenheid spreekt, maar van de ontzaggelijke verdeeldheid, terwijl zij toch wilde teruggrijpen naar de oerwoorden van het .evangelie om die weer te laten doorklinken in de hele kerk."
We begrijpen Berkouwer op dit punt. Het wil ons echter voorkomen, dat hij sprekende over de reformatorische beweging van de zestiende eeuw niet zonder meer moet overstappen naar datgene wat de latere Luthersen en de latere gereformeerden van de 17e, 18e, 1ge en 20e eeuw gedaan hebben met de erfenis van de 16e eeuw.
Wij zijn van mening dat dit een overstappen is naar een essentieel ander onderwerp.
Men kan die latere "verwording" in een zekere zin, niet zonder meer op rekening stellen van de reformatoren en van de reformatie.

De terugkeer tot wat Berkouwer noemt de oerwoorden van de Schrift was het startpunt van de reformatie, de hervorming, de herorganisatie van de gemeente naar het schriftuurlijk normerend model. Dat is een wonder geweest. Als Schillebeeckx meent dat dit tot de katholieke traditie behoort, zou er mijns inziens eerst gesproken dienen te worden over wat Schillebeeckx verstaat onder "katholieke traditie". Valt de terugkeer tot het Woord daaronder? En het codificeren van dwaalleer zoals Trente gedaan heeft, valt dat er niet onder? Valt het begeren te leven en ons leven te laten reguleren door het Woord, er onder? En het vervolgen van de profeten die dat verkondigd hebben niet? Dit zijn dingen waarover men in een gesprek als het eerste toch eigenlijk zou moeten doorpraten. De geleerde heren hebben wat in het wilde weg gepraat. Dat is af en toe merkbaar. Jammer. Toch hebben ze blijkbaar gemeend dat zij door deze springerige discussie de zaak van de kerk van Christus een dienst hebben bewezen, gezien de afzonderlijke uitgave.

Het ware mij liever geweest als de heren ook over de reformatie van de Kerk en wat daaronder moet worden verstaan gesproken hadden. Nu ziet men gebeuren dat het begrip "reformatie van de kerk" - in de mist verdwijnt. Wat katholieke traditie is wordt niet duidelijk. Evenmin wordt duidelijk wat reformatie is. De vraag rijst ook bij het lezen van de volgende gesprekken of er in hun gedachtengang nog wel sprake kan zijn van "reformatie".

Als Schillebeeekx bij voorbeeld in het tweede gesprek tot de uitspraak komt dat men in de katholieke kerk nu doorstoot tot de bijbelse grondslagen, naar de belofte dat God de kerk als totaliteit nooit uit zijn hand zal laten vallen (20) dan rijzen hier weer vragen. Wat is de bedoeling hier van "kerk als totaliteit"? Wordt hier in rekening gebracht dat de Here Jezus ook spreekt tot zijn gemeente over uit zijn mond spuwen?
Over smakeloos zout dat nergens meer toe dient dan om weggeworpen te worden?
Van reformatie der kerk kan alleen sprake zijn wanneer de goddelijke openbaring van de Schrift wordt geloofd. Schillebeeckx doet over de Schrift mooie uitspraken, maar zegt ook dingen die om hun betekenis te verstaan, weer eerst doorgesproken moeten worden. Als voorbeeld van zo'n duistere uitspraak van hem over de Schrift citeer ik: "In de Schrift zelf is zo al een heel brok theologie aanwezig". Hij is van mening dat "dit voor de interpretatie van de Schrift en van het dogma zeer belangrijk is: dat er in de Schrift, in ons geloof, in onze geloofsbelijdenis, die voor ons norm is, toch altijd een groot brok theologie schuilt die historisch geconditioneerd is."
Wat wordt door hem onder "theologie" verstaan? Weer een punt dat in de discussie op geen wijze wordt verhelderd. Plaatst hij Schrift, geloofsbelijdenis en ons geloof allemaal op één noemer? Men krijgt de indruk.
Wat een onklaarheid ten nadele van een heldere discussie.
Zo zouden we kunnen doorgaan. Van de kracht van de heilige Geest die door het woord licht geeft op de machten van deze wereld en op de werkelijke strijd tegen de machten der duisternis in eigen hart, in de kerk en in de wereld, wordt in deze theologendiscussie helaas niets openbaar.
Het is moeilijk een samenvattend oordeel te geven over deze vier theologen-gesprekken zonder daarbij te vallen in een onbillijke generalisering. Wagen wij het toch dan zeggen we het klimaat waarin deze discussies gevoerd werden, is het klimaat van de huidige zogenaamde oekumenische theologie, een theologie die reformatorisch gezien een ontspoorde theologie is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief