DOSTOJEWSKIJ HERDACHT (1)

1971-10-22
  • Jaargang 15
  • nummer 28
Levensloop

Op 30 oktober 1821 werd de grote russische schrijver Fjodor Michailowitsj Dostojewskij geboren. Hij stierf 28 januari 1881, na een zeer arbeidzaam, erg wisselvallig en soms stormachtig leven. In twee opzichten is zijn werk opvallend: in de eerste plaats omdat het een evangelische boodschap is - ondanks de bij wijlen wat vreemde confessionele opvattingen - en in de tweede plaats, omdat het zich niet alleen leent, maar zelfs UItnodigt tot een wijsgerige interpretatie. Door zijn duidelijk, hoewel vaak worstelend, Christelijk geloof heeft hij altijd eerbied voor de figuren die hij in zijn verhalen oproept, hoe verwrongen en verworpen veel van die figuren ook zijn. Naar aanleiding van zijn Legende van de Grootinquisiteur uit De gebroeders Karamazow heeft men wel gemeend dat Dostojewskij antipapist was, zeker ten onrechte. Een anti-judaïst was hij echter wèl; hij beschouwde het joodse volk als een vijand van het russische, en heeft daarbij niet allereerst het oog op de onderstelde geldmacht van de Joden, maar op hun imperialisme, en ten diepste op de idee als zou het joodse volk door zijn lijden de mensheid dienen en verlossen, een taak die volgens Dostojewskij het russische volk toekomt.
Dostojewskij's vader was medicus; hij werd 24-3-1821 geneesheer aan het Armenhospitaal te Moskou. Fjodor is de tweede zoon; hij heeft drie broers en drie zusters. Op 16-1-1-838 komt Dostojewskij op de genie-school te Petersburg; 12-8-1843 doet hij daar eindexamen.
Op 19-10-1844 neemt hij ontslag uit de dienst en in december werkt hij aan Arme mensen, een vrij korte roman waarin al iets van de toekomstige grootheid van de schrijver is te zien. Het boek wordt goed ontvangen, anders dan De dubbelganger, 1846 en De hospita, 1847. In 1848 verschijnt een bundel kortere verhalen, waaronder Witte nachten.
In 1847 was Dostojewskij in aanraking gekomen met een groep "utopistische socialisten" en op 16-11-1849 wordt hl) met andere leden van deze groep ter dood veroordeeld.
Op het laatste ogenblik wordt het vonnis veranderd in vier jaar dwangarbeid, gevolgd door zes jaar dienst in het leger in Siberië. In 1856 werkt hij aan Aantekeningen uit het dodenhuis. 6-2-1857 trouwt hij met Maria Isajewa. Hij krijgt ontslag uit de militaire dienst op 18-3-1859. In december 1859 keert hij naar Petersburg terug. In 1860 werkt hij verder aan Aantekeningen uit het dodenhuis, dat in 1861 verschijnt, in hetzelfde jaar als De vernederden en gekrenkten, een grote roman, waarin de geheel uitgegroeide verteller te herkennen is. In juni 1862 begint Dostojewsky zijn eerste reis naar het buitenland; hij bezoekt Parijs, Londen, Zwitserland en Italië. Van augustus tot oktober 1863 heeft zijn tweede buitenlandse reis plaats, ten dele met Soeslowa. Hij vertoeft o.m. te Wiesbaden en geeft toe aan zijn speelzucht.

In 1864 verschijnt een van de moeilijkste verhalen van Dostojewskij, Aantekeningen uit het ondergrondse (ofwel: Mémoires uit het sousterrain, of: Herinneringen van iemand die onder de grond leeft). Op 15 april 1864 sterft zijn vrouw Maria Isajewa aan tuberculose.
Al in 1859 schreef Dostojewskij een ontwerp voor zijn grote roman Misdaad en straf (dikwijls, minder juist, genoemd: Schuld en boete). In 1865 gaat hij daaraan in het buitenland werken, het boek verschijnt m 1866. De hoofdpersoon, Rodion Raskólnikow, is in de zonde van individualisme verstrikt, zoals ook zijn naam duidelijk maakt: raskol betekent schisma en raskolnik: scheurmaker.
De zonde van Raskalnikow bestaat daarin, dat hij zich losmaakt van zijn natuurlijke binding aan zijn volk en zich zijn eigen normen construeert. Daarbij denken we er aan, dat voor Dostojewskij volksgemeenschap, staat en kerk zo nauw met elkaar samenhingen, dat de individualist in drie opzichten schuldig is.
Eveneens in 1866 verschijnt De speler. Het vermoeden kan geopperd worden, dat de schrijver zowel in Raskólnikow als in De speler een gericht uitoefent over zichzelf, maar daarmee tevens zijn volk en bepaalde individuele tijdgenoten waarschuwt tegen het gevaar van ontrouw aan de enigszins messiaanse roeping, die Dostojewskij aan het russische volk toeschreef - zijn speelzucht bedreef hij in het buitenland, Wiesbaden
Homburg. In deze tijd werkt Dostojewskij samen met de stenografiste Anna Grigorjewna Snitkina met wie hij 15-2-1867 trouwt; zij was twintig, hij vijf en veertig jaar oud.
In deze tijd is hij bezig met de roman De idioot, waarin hij de mogelijkheid beschrijft van de reinheid van hart. In 1871 en 1872 verschijnt Boze geesten (of: Demonen), waarin de ontrouw aan de roeping van het Russische volk het hoofd-thema uitmaakt. In 1879 en 1880 verschijnt De gebroeders Karamaroto, dat vrij algemeen beschouwd wordt als Dostojewskij's rijpste werk. Intensieve belangstelling en grote bewondering voor Dostojewskij's oeuvre is bij zeer uiteenlopende Figuren te vinden.
De belangstelling voor vele uiteenlopende kanten voor het werk van Dostojewskij plaatst ons voor enige moeilijke vragen. Men kan zich daar van afmaken door op te merken dat een auteur van bijzonder groot formaat natuurlijk "boven alle partijen" staat.
Maar zo simpel is de zaak niet. Als we enige namen noemen wordt dat al duidelijker; tot hen die met enige geestdrift en kennis van zaken over Dostojewskij hebben geschreven behoren zo totaal verschillende mensen als: Camus Romano Guardini, Meresjkowski, Stephan Zweig, Eduard Thurneisen, André Gide, Nikolaj Berjájew, Leo Sjestow, Walter.
Schubart, Hermann Hesse, Thomas Mann, F. J. J. Buytendijk, Johannes van der Eng (dissertatie), Henri Troyat, J. Jac. Thomson - en er zijn nog wel meer namen te noemen.
Men vindt er atheïsten onder en Christenen, enigszins verliteratuurde (Tirerairistische) mensen en menselijke lieden, vakpsychologen van meer dan één richting, wijsgeren van uiteenlopend beginsel, theologen van verschillende gading. Daarbij is wel duidelijk dat meer dan een Dostojewskij-bewonderaar hem voor eigen standpunt enigszins probeert te annexeren. Maar daar moet men dan kans toe zien, en die kans wordt inderdaad geboden door het veelzijdig genie van de auteur, ook als we daarbij kunnen opmerken, dat er sprake is van annexatie, zodat iemand de grote verteller voor zijn wagentje spant. en tegelijk dingen over hem zegt die geenszins onzinnig zijn. De jong overleden hoogleraar in de psychologie dr B. J. Kouwer stond bekend als origineel psycholoog; zelf verklaarde hij echter, zijn als origineel bekend staande ideeën in zijn vak aan Dostojewskij te hebben ontleend ...Die opmerking getuigde van bescheidenheid, maar werd tevens als zakelijk juist uitgesproken.
We komen in dezen een stapje verder als we vragen naar de boodschap. Daarover iets in het volgende artikeltje.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief