De weerbarstige praktijk van een betaalde jeugdwerker
2013-06-29
Verhoudingsgewijs zijn de Nederlands Gereformeerde Kerken koploper in het aanstellen van betaalde krachten voor jeugdwerk in de kerk. Op een krappe honderd gemeenten lopen er inmiddels zo’n twintig betaalde jeugdwerkers rond. Nu zijn we daardoor niet automatisch ook het kerkverband met de meeste visie voor jongeren. En het betekent ook niet dat er geen onduidelijkheden meer rond dit onderwerp zijn. Sterker nog, de praktijk is vaak weerbarstig. Een paar aanknopingspunten voor gemeenten.- Jaargang 57
- nummer 13
Bij de meeste aanstellingen van betaalde krachten voor het jeugdwerk is het Nederlands Gereformeerd jeugdwerk (NGJ) in meer of mindere mate betrokken. In een aantal kerken hebben we een zogenoemde nulmeting uitgevoerd om te bekijken of een betaalde kracht nodig was en wat zijn of haar focusgebied zou moeten zijn. In andere gemeenten zijn we betrokken geweest bij bijvoorbeeld het opstellen van het profiel, de vacature en de sollicitatieprocedure. Het in dienst nemen van jeugdwerkers (over het algemeen hbo-geschoold) is toch iets anders dan een universitair geschoolde predikant beroepen. Al was het alleen al vanwege het feit dat de predikant technisch gezien een zelfstandige is en een kerkelijk werker in dienst komt. Je rol als werkgever is dus anders.
Zeven beloften
Begin dit jaar is onder de vlag van de Evangelische Alliantie de campagne ‘We love our youth worker’ van start gegaan. Dat is gedaan met de uitgave van een brochure waarin zeven beloften staan die een kerk kan doen als zij een werker voor haar jongeren in dienst neemt (zie kader). De campagne gaat om goed werkgeverschap en is gestart omdat de praktijk helaas weerbarstig is – ook voor verschillende jeugdwerkers in onze kerken. ‘We love our youth worker is’ een internationale campagne – vandaar de Engelse titel – maar is wel voor de Nederlandse situatie gecontextualiseerd. De ondertitel is dan ook: ‘over goed werkgeverschap’. Uniek aan de Nederlandse editie is dat bij elke belofte van de werkgever ook een toewijding van de werknemer is geformuleerd. Het NGJ heeft zich ingezet voor de campagne door onder meer mee te schrijven aan de tekst. Wij hopen dat kerken door het lezen van de zeven beloften een beter beeld krijgen van wat het betekent om een betaalde werker in dienst te hebben en hoe je goed voor hem of haar kan zorgen.
Tweedelijns
De positie die een jeugdwerker heeft is best een pittige, omdat je vaak als enige beroepskracht werkt tussen vrijwilligers. Dat levert een heel eigen dynamiek op. Ik hoor verhalen van jeugdwerkers die op een vergadering de vraag krijgen: ‘Zit jij hier nu betaald? Ik zit hier in mijn vrije tijd…’ Verder beseffen kerken niet altijd het verschil tussen de predikant en de jeugdwerker. Een predikant krijgt over het algemeen een budget voor het organiseren van zijn eigen kantoor. Voor een jeugdwerker in dienst moet jij als werkgever voor de werkplek en de middelen zorgen.
Door de jaren heen hebben we dan ook ontdekt dat er best wat onduidelijkheid bestaat over dit onderwerp. Dat begint vaak al met de titel van de positie. Kerken die een jeugdwerker in dienst nemen, verwachten vaak iemand die mét de jeugd werkt. Heel logisch natuurlijk, maar in de praktijk gaat het vaker om iemand die vóór de jeugd werkt. Een betaalde jeugdkracht moet natuurlijk voeling hebben met de jongeren in de gemeente – daarom is het goed dat hij eerstelijnsjeugdwerk doet – maar veel van zijn werk zal tweedelijns zijn: beleid rond jeugdwerk ontwikkelen, jeugdleiders werven en toerusten, contact met ouders onderhouden, gesprekken in de kerkenraad voeren, bouwen aan een ‘intergeneratief’ klimaat in de gemeente, een inhoudelijk kader voor het onderwijs aan jongeren ontwikkelen, enzovoort. Kerken die denken dat ze een jeugdwerker in dienst hebben genomen, hebben in werkelijkheid vaak een kerkelijk werker met aandachtsgebied jeugd in dienst. Tenzij je daar als gemeente natuurlijk duidelijk andere afspraken over gemaakt hebt. Er zijn bijvoorbeeld ook kerken die bij het invullen van de positie van jeugdwerker specifiek eerstelijnswerk kwalificeren, vaak om de predikant wat werk uit handen te nemen. Denk aan het geven van catechisatie of het samen met jongeren voorbereiden van vieringen.
Competenties
Er is momenteel een gesprek gaande over de competenties die een hbo-geschoolde jeugdwerker zou moeten hebben. Al in 2006 definieerde het landelijk overleg voor opleidingen Godsdienst Pastoraal Werk negen domeincompetenties voor de Bachelor of Theology (zie kader). Het gesprek dat nu gevoerd wordt, draait om de vraag: hoe hertalen we deze domeincompetenties naar vermogensterreinen waarop je een zekere kundigheid mag verwachten van de werker die je als kerk in dienst hebt? Het nut van zo’n exercitie is dat het met deze competenties in de hand veel makkelijker wordt om de juiste man of vrouw te vinden.
In het afstudeeronderzoek van W.A. de Haan, dat begin dit jaar werd gepresenteerd aan de Christelijke Hogeschool Ede, werden aan de hand van gesprekken met verschillende jeugdwerkers acht taakvelden omschreven: onderwijs, missionair, visie & beleid, taakgroepen leiden, functionele relaties, pastoraat, voorgaan en diaconaat. Je kunt je voorstellen dat iemand die in zijn taakomschrijving ‘pastoraat’ en ‘onderwijs’ heeft hele andere competenties moet bezitten dan iemand die ingezet gaat worden op de taakvelden ‘leiden’ en ‘visie & beleid’.
Verschillende kerken hebben een kerkelijk werker met aandachtsgebied jeugd in dienst. Hoewel de praktijk soms weerbarstig is, hebben kerken ontdekt dat het jeugdwerk naar een hoger plan getild kan worden als je goed werkgeverschap combineert met een juist profiel en een juiste werker. En dat dat kan helpen om jongeren daadwerkelijk te verbinden met Jezus Christus.
| 7 beloften van een kerk aan haar jeugdwerker 1. We bieden de jeugdwerker een duidelijke werkstructuur. 2. We bieden ruimte aan de professionaliteit van de jeugdwerker. 3. We bidden voor en ondersteunen de jeugdwerker in zijn eigen geestelijk leven. 4. We zullen een goede werkgever zijn. 5. We dragen zorg voor permanente scholing en training. 6. We respecteren de vrije tijd van de jeugdwerker. 7. We waarderen onze jeugdwerker en uiten dat. De brochure van de campagne ‘We love our youth worker’ is te bestellen via www.ea.nl. |
| Competenties Het landelijk overleg voor opleidingen Godsdienst Pastoraal Werk formuleerde in 2006 negen domeincompetenties. Hieronder een paar voorbeelden, zoals omschreven door de Christelijke Hogeschool Ede: Hermeneutische competentie – Het vermogen om enerzijds de bronnen van de religieuze traditie en/of de religieuze gemeenschap en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge, betekenisvolle samenhang te vertolken. Pastorale competentie – Het vermogen om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties. Liturgische competentie – Het vermogen om religieuze vieringen en rituelen van verschillende aard en doelstelling gestalte te geven en daarin (mede) voor te gaan. De andere competenties zijn: Missionair & Diaconaal, Educatief, Agogisch, Leiderschap, Communicatie en Persoonlijk. |