Wie kent hem niet: Petrus?

2013-07-13
  • Jaargang 57
  • nummer 14
‘Staat u er weleens bij stil dat onze Heer Jezus Christus is opgegroeid in een gezin van minstens zeven kinderen?’ Met deze boeiende zin opent ds. F. van Deursen zijn uitleg van de brief van Judas. Je laat het even op je inwerken.
Nee, nooit zo bij stilgestaan.

Ds. Van Deursen is iemand die langskomt om je iets moois te vertellen.
Hem lezen is hem horen en zien preken. Tussen twee zinnen een heel licht smakje in de mond, een korte draai op zijn voeten en de woorden rollen door de kerk heen. De vele tekstverwijzingen getuigen van een welhaast uitstervende schrift geleerdheid en geven je voortdurend de indruk dat je je op volle zee bevindt, in plaats van in een plasje water.
De initiator van De Voorzeide Leer, ds. C. Vonk, had deze ruime opzet voor ogen. Diens aanpak was wel anders. Hij bood geen vers-voorversverklaring en sloeg soms hele hoofdstukken over. Vonk kon in het deel over Leviticus gerust honderd pagina’s vol schrijven over ‘de theorie van de onsterflijke ziel’.
Inhoudelijk staat Van Deursen nog helemaal achter zo’n passage, maar hij weet dat in te dikken in één massieve zin: ‘De zaligheid der zielen is de totale redding van de totale mens op de totaal vernieuwde aarde.’ En dat is dan de uitleg van vers 9 uit 1 Petrus 1. Alleen bij 1 Petrus 3 zag ik even een korte uitweiding, over ‘Gods huwelijksorde’.

Schrijftrant
Die huiselijke openingszin van het commentaar op Judas zal voor menig kritisch theoloog even slikken zijn.
Terwijl commentaren doorgaans veel aandacht besteden aan het auteurschap van een brief, houdt Van Deursen zich liever maar meteen bezig met de auteur.
Ook bij de eerste brief van Petrus geen verhandelingen, Van Deursen valt met de deur in huis: ‘Wie kent hem niet: Petrus, de hartelijke, spontane discipel?’ En bij de tweede brief: ‘Petrus, je dagen zijn geteld. Je hebt niet lang meer te leven.’ Professor Jager schreef al lang geleden in zijn collegeaantekeningen op Jakobus dat het auteurschap best onderzocht mag worden – ook vanuit orthodoxe hoek (‘we gunnen die onderzoekers hun plezier ten volle’) – maar dat je niet van alles op de hoogte hoeft te zijn om een goede dienaar des Woords te wezen.
Het doet wat denken aan de insteek van de Amsterdamse School van Frans Breukelman, die zich liever bezig houdt met de teksten zoals we die voor ons hebben dan met wat er rondom deze teksten ‘wetenschappelijk gespeculeerd’ wordt.
Van Deursen gaat er gewoon van uit dat Judas een halfbroer van Jezus was, ‘die profetisch voorzag dat zijn geliefde medechristenen in de nabije toekomst een zware strijd wachtte tegen de gnostieken’. En wat Petrus betreft : ‘Aan zijn schrijftrant herken je de voormalige visser.’ Ik sta er niet voor in dat hier de huidige theologische consensus verwoord wordt.

Vader
Je kunt je erover verbazen dat die ongeletterde Petrus en Judas in zulk gestroomlijnd Grieks zulke ingewikkelde tirades konden produceren.
Maar door er onbekommerd van uit te gaan dat zij de auteurs zijn, kan Van Deursen met een levendige uitleg komen, die eigenlijk nooit geforceerd aandoet. Bij Petrus’ eerste brief had zelfs nog genoemd kunnen worden dat uitgerekend de apostel die zich aanvankelijk het hevigst tegen het lijden verzette, er uiteindelijk veruit het meest over schreef.
De toon van het boek is vaderlijk.
Over de toepassingen die Van Deursen maakt, zou je soms kunnen twisten, zoals een zoon dat met zijn vader kan doen.

Als de teksten spannend worden (1 Petrus 3:19 bijvoorbeeld) moet je niet bij Van Deursen zijn voor een sensationele uitleg. Bij de bespreking van Judas vers 6 en 7 wijst hij speculaties over de geesten- en engelenwereld gedecideerd af. Ikzelf sta wel open voor de uitleg dat Genesis 6 wil zeggen dat engelen gemeenschap zochten met mensen en dat daaruit gedrochten geboren werden. Dat vind ik spannender dan de gemengde huwelijken tussen ongelovigen en gereformeerde verbondskinderen.

Het boek dat voor me ligt is de gebonden versie. De bekende donkerblauwe band die inmiddels nostalgisch aandoet. Flitsend is het niet. Eén brok degelijkheid heb je hier in handen. Aan iemand die een snelle snack prefereert boven een bord boerenkool zal het niet besteed zijn.
Je moet er voor gaan zitten. Het gaat over mensenreddingswerk en Jesaja de ‘prins der profetie’, over verbondsbasis en verbondsmatig solidair.
Maar dan gaat het dus ook ergens over.

Deursen, F. van (2013), I en II Petrus.
Judas. Buijten & Schipperheijn Amsterdam.
296p. € 18,50.

Ds. Fred Blokhuis is predikant van de NGK Nieuwegein.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief