‘Ik schrok me te pletter’
2013-07-13
Terwijl de Nasionale Partij de ene na de andere apartheidswet invoerde, kwam in de jaren vijftig vanuit de GKv en later de NGK het zendingswerk onder de zwarte bevolking van Zuid-Afrika op gang. Meer dan drie decennia lang moesten de zendelingen hun werk verrichten tegen de achtergrond van de schrijnende rassenscheiding. Wat maakten zij mee? Een gesprek met Fritz Krüger, Piet Busstra en Tjeerd Baron.- Jaargang 57
- nummer 14
27 april 1994. Verkiezingen in Zuid-Afrika. Urenlang staat de Zuid-Afrikaanse predikant Fritz Krüger in de hete zon te wachten om zijn stem uit te kunnen brengen. Naast hem staat een zwarte oma, een kindje op haar rug gebonden. Tijdens het wachten raken ze aan de praat. Ze delen hun verhalen.
Soms heel heftig.
Het is een dag die Krüger nooit meer zal vergeten. Niet eerder was het voor hem als blanke en haar als zwarte mogelijk om zo volkomen natuurlijk naast elkaar te staan, ervaringen te delen en daarover door te praten.
Fritz Krüger – van 1998 tot 2011 predikant en zendeling in Zuid-Afrika en inmiddels predikant van de NGK/ GKv Zaandam – werd in 1968 in Zuid-Afrika geboren, halverwege het ruim veertig jaar durende apartheidsbewind.
Als blanke familie woonden de Krügers in een groot huis met een groot stuk land eromheen. Hun woonplaats was hermetisch afgesloten van de zwarte ‘thuislanden’. Een tv was er ook nog niet en de berichtgeving via andere kanalen werd strak gecensureerd.
Het isolement was zo groot dat ze simpelweg niks wisten van die ‘andere wereld’.
‘Het is heel stom om te zeggen: we wisten het niet’, zegt Krüger. ‘Dat is ook niet helemaal waar, want er waren wel incidenten die iets van het onrecht lieten zien. Toch lagen de woonbuurten van blank en zwart zo ver uit elkaar dat je ook als je naar school ging of boodschappen deed nooit bij elkaar in de buurt kwam. Je zag het gewoon niet.
Het was een soort dictatuur, ook voor de blanken. Vraag er niet naar, kom er niet in de buurt, zeg er niets van. Dat werd van je verwacht.’ Ondanks het isolement schemerde af en toe wel door dat er iets niet in de haak was. ‘We hadden thuis personeel in dienst, zwarte mensen. Zij hadden een pas nodig om ons gebied binnen te komen’, vertelt Krüger. ‘Toen ik acht jaar was, was onze tuinman een keer zijn pas vergeten. Hij werd direct opgepakt en in de gevangenis gegooid.
Dat veroorzaakte heel veel beroering.
Mijn vader ging met iedereen van de buurt naar de gevangenis om hem vrij te pleiten. Dan breekt er wel iets door. Wat is dit? Waarom gebeurt dit onrecht?’ Toen Krüger halverwege de jaren tachtig ging studeren aan de universiteit en les kreeg van een paar filosofen die zeer kritisch waren op de regering – ‘er zaten veiligheidsagenten in de collegezaal om hen te volgen’ – vielen hem de schellen van de ogen. ‘Alle incidenten uit mijn kinderjaren werden met elkaar verbonden. Wát een onrecht gebeurde hier... Ik was er een paar maanden van ondersteboven.’
De jaren daarna vormden de laatste stuiptrekkingen van de apartheid, tot een toespraak van president De Klerk in 1991 er definitief een einde aan maakte. ‘Ik weet nog hoe ontzettend ontroerd ik was door die toespraak. Nu ging het echt veranderen, deze zieke samenleving kwam ten einde. Dat was niet alleen voor zwarten een bevrijding...’
Zo gek nog niet
In Nederland leek men soms net zo geïsoleerd van het kwaad van de apartheid te leven. Tjeerd Baron, die in 1990 als zendeling naar Zuid-Afrika vertrok, herinnert zich dat zijn perceptie van de apartheid in zijn jeugdjaren veel positiever was dan nu. ‘De informatie die we kregen was eenzijdig en positiever gekleurd dan de rauwe werkelijkheid’, zegt hij. ‘Er was in die tijd veel meer sympathie voor de Zuid-Afrikaanse regering. Er waren zelfs groepsreizen om te laten zien dat apartheid en gescheiden ontwikkeling van bevolkingsroepen zo gek nog niet waren. Ook predikanten uit onze kerken zijn met zulke reizen mee geweest.’ Toen Baron in 1990, een maand voor Nelson Mandela’s vrijlating, zelf in Zuid-Afrika kwam te wonen, veranderde zijn kijk. ‘Ik schrok me te pletter. Blanken spraken denigrerend over zwarten en behandelden hen als minderwaardige mensen. Toen besefte ik dat ik soms wel met oogkleppen rondgelopen had en dat ik in de jaren zeventig en tachtig te naïef stond tegenover de vloek die apartheid was.
Want het was een vloek. Dat merk je nu nog. Omdat de blanken alle topbanen kregen en zwarten amper opgeleid werden, hebben we nu grote economische problemen en is het verschil tussen rijk en arm nog steeds heel groot.
Apartheid haalde een streep door gelijke kansen.’
Piet Busstra, predikant van de NGK Bunschoten-Spakenburg, beleefde eenzelfde ontnuchterende ervaring toen hij van 1981 tot de komst van Baron in Zuid-Afrika werkte. ‘Het ergste van de apartheid was in die tijd voorbij, maar het was er nog wel’, zegt hij. Zo wilde de zwarte huishoudster van de familie Busstra in het begin absoluut geen gebruikmaken van hun toilet en bad. Dat was in al die jaren van rassenscheiding zo ‘not done’ geweest dat ze zich er niet toe kon zetten.
Tegelijk kwam Busstra ook over de vloer bij blanken die de apartheid verdedigden.
‘Dat waren broeders, gelovige mensen, die hele verhalen hadden om met de Bijbel de apartheid te rechtvaardigen.
In zekere zin was dat ook wel begrijpelijk. Ze hadden het met de paplepel ingegoten gekregen. Ik zeg daarom weleens tegen catechisanten: als ik in de zeventiende eeuw predikant was geweest, had ik waarschijnlijk ook de
slavernij gepredikt.’
Moslims
Hoe gingen de zendelingen om met deze ongelijkheid? ‘Ik stapte niet overal op af’, zegt Busstra. ‘Dat hielp ook niet. Bovendien was ik niet naar Zuid-Afrika gekomen om de apartheid te bestrijden. Wel probeerde ik christelijk met mensen om te gaan en niet mee te doen aan het racisme.’ Hij vervolgt: ‘Als Paulus over de slavernij schrijft, zegt hij niet: schaf het af. Hij zegt: ga goed met je slaven om.
En kijk naar Jezus. De Joden in zijn tijd wilden de Romeinse bezetters weg hebben uit hun land. Maar Jezus zei: haal de zonde weg uit je eigen hart. Dat wilden ze niet horen, dus moest Hij aan het kruis. Jezus begon van binnenuit.
Want apartheid zit in de harten van mensen. Het denken in verschillende soorten en het wegdrukken van wat “anders” is, dat zit in onze harten.’ Nu is het ook niet gemakkelijk om met verschillende culturen samen te leven, stelt Busstra. ‘Kijk naar Nederland en wat er gezegd wordt over moslims. Dat lijkt soms verdacht veel op wat ik in Zuid-Afrika hoorde. Terwijl we toen allemaal zó tegen apartheid waren.’ Het idee van de ‘grote apartheid’ was volgens Busstra dan ook niet zo gek: elk volk zijn eigen gebied en cultuur.
‘Kijk naar Burundi en alle problemen tussen de stammen daar. In Afrika denkt men in stammen; voor elke stam een eigen gebied is dan niet slecht. Wat echter in Zuid-Afrika gebeurde, was dat mensen weggedrukt werden en dat blanken enkel hun eigenbelang zochten.
Daar ben ik nooit voor geweest.’
Er waren predikanten die zich openlijk tegen het apartheidsbewind uitspraken.
De CGK-zendeling Affourtit bijvoorbeeld.
Maar zijn vergunning werd ingetrokken en hij kon remigreren.
De lijn van de Nederlands-gereformeerde zending was loyaler, vertelt Baron. ‘Wij werden in de jaren vijftig door Die Gereformeerde Kerke van Suid Afrika benaderd om hier zending te bedrijven, maar dat moest binnen de apartheidswetgeving. Dat was een keuze. We wilden het leven van zwarte mensen op een christelijke manier verbeteren, zonder naar de onrechtvaardige sociale achtergrond te kijken. Dat is niet fout, het is een keuze. En een zegenrijke, want met onze bescheiden middelen hebben we toch een voortrekkersrol gehad in de verstandhouding
tussen blanke en zwarte kerken.’
Ark van behoud
Die verstandhouding is de afgelopen jaren langzaamaan verbeterd. Voor Fritz Krüger kwam de omslag toen de zwarte zendingskerken eind jaren negentig zwaar in de problemen kwamen door politieke onrust en daardoor aangewezen waren op materiële hulp uit Nederland, terwijl de blanke kerken waarvan Krüger predikant was er niets van wisten en dus niets aan deden.
Dat lag vooral aan een gescheiden synodestructuur.
Daarom werd er vanaf dat moment aan gewerkt om de kerken in één structuur te verenigen, wat Krüger ook in contact met de NGK bracht.
Het proces verliep erg langzaam, maar in 2007 was de gezamenlijke structuur een feit. Een paar jaar eerder werd Krüger door de NGK Leerdam aangenomen als zendeling onder de Zulu’s.
Wat Krüger in de gesprekken tussen blanke en zwarte kerken enorm verbaasde, was dat er vanuit de zwarte kerken veel meer bereidheid was om samen te werken dan vanuit de blanke.
‘De blanken belandden na de afschaffing van de apartheid opeens in een zwakke positie, met ook nog eens een collectief schuldgevoel en angst voor de reactie van de zwarten. Ze gebruikten de kerk daarom als een soort “culturele ark van behoud”. De zwarte christenen zeiden daarentegen: de kerk is geen eiland, de kerk is van Christus en bedoeld om mensen te verzoenen. Nooit heb ik iemand van hen met bitterheid of verwijten over het verleden horen praten.’
Typerend waren wat dat betreft de reacties die Krüger kreeg toen hij als zendeling onder de Zulu’s ging werken. ‘In de blanke gemeenschap waren de reacties divers. Er waren mensen die het heel mooi vonden, maar er waren ook mensen die zeiden: “Wat bezielt je? Je gooit je leven weg.
Waarom wil je niet voor ‘onze mensen’ predikant zijn en carrière maken in onze kerk?”’ In de zwarte gemeenschap werd Krüger daarentegen open en vriendelijk ontvangen. ‘Voor mij was het een Godswonder dat ik toegelaten werd om in zo’n afgezonderde, zwarte gemeenschap te werken’, zegt hij. ‘Het voelde als een verzoening.’
In de acht jaar dat Krüger onder de Zulu’s werkte, preekte hij vaak in een kerkje aan de Bloedrivier. Daar vond in 1838 een slag plaats tussen blanke boeren en Zulu’s, waarbij duizenden Zulu’s omkwamen, onder meer door voorvaderen van Krüger zelf, zo leerde hij uit geschiedenisboeken. ‘Daar stond ik dan te preken, tussen de Zulu’s.
Als ik uit het raam keek, kon ik de rivier zien waar mijn voorvaders velen van hen doodschoten. Dat was aangrijpend.
Wat een wegen gaat God met mensen, dat wij daar na honderdvijftig jaar als broers en zussen in de Heer samen konden zijn. Ongelofelijk.’
Jordi Kooiman is zelfstandig journalist en eindredacteur van Opbouw.
| Filmtip De zoon van ds. Piet Busstra, Hans Busstra, maakte enkele jaren geleden een documentaire over zijn jeugd in Zuid-Afrika: Ons sal altyd vriende bly. De documentaire is te zien via www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1011933. |
| De apartheid in data 1948 De Nasionale Partij wint de verkiezingen met een programma voor apartheid. 1949 De Wet op verbod van gemengde huwelijken wordt van kracht, één van de eerste apartheidswetten van de Nasionale Partij. 1950 De Wet op bevolkingsregistratie deelt de bevolking op in drie raciale groepen: blank, gekleurd en zwart. Later wordt er nog een vierde groep (Aziaten) aan toegevoegd. Het ‘Buro vir Rasseklassifikasie’ bepaalt het ras van mensen op basis van kenmerken als het hoofdhaar, de huidskleur, gezichtsvormen, woonplaats, sociaal-economische status en eet- en drinkgewoonten. 1950 De Wet op de groepsgebieden wijst ‘thuislanden’ aan voor de verschillende bevolkingscategorieën. 87 procent van het land gaat naar de blanken. 1962 De Verenigde Naties verwerpt de apartheidspolitiek en richt een ‘Special Committee Against Apartheid’ op, het (voorzichtige) begin van een boycot tegen Zuid-Afrika. 1976 Zwarte scholieren komen in de townships ten zuidwesten van Johannesburg in opstand tegen het plan om het Afrikaans als onderwijstaal in te voeren. Hun ‘Soweto-opstand’ wordt met geweld bestreden, maar duurt voort tot 1978 en leidt tot wereldwijde protesten. 1980 In de jaren tachtig groeit het verzet tegen het apartheidsbewind. Honderdduizenden zwarten negeren de apartheidswetten en verenigen zich in protest. Eind jaren tachtig worden de eerste apartheidswetten afgeschaft. 1991 President F.W. de Klerk ontbindt de laatste apartheidswetten en roept op tot het schrijven van een nieuwe grondwet. 1994 Zuid-Afrika houdt verkiezingen. Onder toezicht van meer dan 2.000 waarnemers van de Verenigde Naties behaald het Afrikaans Nationaal Congres een grote overwinning. Nelson Mandela wordt tot president verkozen. (Bronnen: Verenigde Naties, Zuid-Afrikahuis, Stanford University, Wikipedia.) |