Het Mozesraam: zicht op vervulling
2013-07-13
In Enschede kerken de Nederlands-gereformeerden in een bijzonder gebouw: de Lasonderkerk, een rijksmonument, gebouwd in 1927 naar een ontwerp van de architecten J. en Th. Stuivinga uit Zeist. Behalve de hoge toren zijn de twee grote ramen van de kerkzaal de belangrijkste blikvangers: een Mozesraam op het westen en een Christusraam op het oosten. Samen roepen deze ramen het eeuwigheidsbesef onder de kerkgangers wakker. Dit eerste artikel is gewijd aan het Mozesraam.- Jaargang 57
- nummer 14
Het Mozesraam verbeeldt het verhaal van Mozes op de berg Nebo, waar de HEER hem het beloofde land laat zien. Zelf mocht Mozes er niet binnengaan.
‘Alleen van een afstand zul je het land zien dat ik hun zal geven’ (Deuteronomium 32:52).
Het heeft iets tragisch dat uitgerekend Mozes Kanaän niet mocht binnengaan. Zelf had hij dat maar al te graag gewild. Hij heeft er zelfs herhaaldelijk om gesmeekt: ‘Sta mij toch toe over te steken en dat goede land aan de overkant van de Jordaan te zien, die mooie bergen en de Libanon’ (Deuteronomium 3:23). Maar God antwoordde dat het genoeg was en dat Mozes er niet weer over moest beginnen (Deuteronomium 3:26).
Op een ongelukkig moment hadden Mozes en Aäron het volk geen goed voorbeeld gegeven van wat het is om ontzag te hebben voor Gods heiligheid.
In hun boosheid hadden ze zich toen laten gaan (Numeri 20:1-13), waarop God hun de toegang tot het land ontzegd had.
Dat was een pijnlijk besluit geweest.
Vooral voor Mozes, wiens levenstaak het was geweest om de Israëlieten uit Egypte naar Kanaän te brengen. Wat had Mozes daar niet allemaal voor moeten doen – en doorstaan ook.
De onderste rij afbeeldingen op het Mozesraam geeft hier een korte samenvatting van. De middelste afbeelding toont hoe Mozes uit de Nijl wordt opgevist door de dochter van de farao. Links daarvan zien we in drie afb eeldingen Mozes’ roeping bij de brandende doornstruik, Mozes die met zijn staf een pad laat ontstaan door de Rietzee en Mozes die de Tien Geboden ontvangt. Rechts van het midden zie we hoe Mozes het volk water uit de rots mag geven, hoe hij biddend de aanval van de Amalekieten weerstaat en hoe hij Israël op de koperen slang wijst als teken van redding.
Achter al deze afbeeldingen staat een heel verhaal, niet alleen van wonderen die God via Mozes heeft gedaan, maar ook van moeiten die Mozes met de Israëlieten heeft meegemaakt. Rebellie, ongeloof, zelfs afgoderij. Mozes heeft veel moeten doorstaan om de Israëlieten veilig naar het beloofde land te leiden. Had God voor Mozes dan niet een uitzondering kunnen maken, denk je dan. Waarom moest Hij die ene zonde zo streng bestraffen en mocht Mozes zijn karwei niet afmaken?
Toch komt de HEER op een bijzondere manier tegemoet aan Mozes en aan zijn verlangen om ‘dat goede land aan de overkant van de Jordaan’ te mogen zien. Want het is toch ook wel indrukwekkend dat God Mozes de gunst schenkt om het hele land vanaf de Nebo te mogen zien. Misschien is de vreugde van de aanblik daarvan bij Mozes op dat moment wel groter geweest dan het verdriet van het gemis en heeft deze vreugde alle woestijnervaringen overstemd. Zoals het boek Jesaja dat ook van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zegt: ‘Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest. Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat ik schep’ (Jesaja 65:17b-18a). Zo kan het ook Mozes zijn vergaan op de berg Nebo.
Zoals het Nieuwe Testament ook van Simeon vertelt dat hij na het zien van de vervulling van Gods belofte in vrede kon heengaan (Lucas 2:25-35).
Prachtig!
Voor ogen
Tijdens zijn leven had Mozes alleen Gods belofte dat het goede land waarheen hij met Israël op weg was geen utopia zou zijn, maar dat God zijn volk er werkelijk heen zou leiden. Ten diepste is dat natuurlijk het wezen van het geloof, ook vandaag. Dat we op weg zijn naar het goede land van Gods belofte en dat we daar zelfs reikhalzend naar uit mogen kijken (Hebreeën 11:16). Maar ook dat we daar in het hier en nu nog geen zicht op krijgen. We wandelen in geloof, niet in aanschouwen (2 Korintiërs 5:7).
Maar waarom staat dit verhaal van de bijzondere genade die Mozes bij zijn sterven ten deel viel dan in de Bijbel? Mij dunkt dat het een bemoediging wil zijn voor gelovigen die nog onderweg zijn. Dit bijbelverhaal onderstreept dat God zeker zal doen wat Hij belooft. Zoals Mozes letterlijk zicht kreeg op de vervulling, zo moeten wij die vervulling tijdens ons leven geestelijk voor ogen houden.
Want ook ons heeft God een land beloofd.
Het voor ogen houden hiervan kan helpen om in geloof te leven en om, als het zover is, ook in geloof te sterven. Met zicht op de vervulling.
Van afstand
Door Gods bijzondere genade mocht Mozes het land van de belofte ‘van een afstand’ zien. Hoe je je dat precies moet voorstellen, is niet zo eenvoudig.
Vanaf de Nebo heb je namelijk een prachtig uitzicht, maar het is onmogelijk heel het land te overzien.
De Bijbel benadrukt weliswaar dat Mozes’ ogen niet waren verzwakt, maar zelfs met de ogen van een jongeman kun je vanaf de Nebo niet alles in beeld krijgen. De woorden ‘van afstand’ kunnen daarom weleens een dubbele betekenis hebben; niet alleen geografisch, maar ook in de zin van tijd.
Het is opmerkelijk hoe het land in Deuteronomium 34:1-3 wordt aangeduid: ‘Het hele gebied van Gilead tot aan Dan, Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen, de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar.’ Voor een deel zijn dit namen die het land pas na de intocht heeft gekregen. Pas na de verdeling van het land konden er gebieden met de namen van de twaalf stammen worden aangewezen.
In wat God Mozes liet zien kwam de toekomst al min of meer mee.
Er zat dus ook al een geestelijke dimensie aan de wijze waarop Mozes het land zag. Hij mocht het land in dubbele zin van afstand zien. God gaf hem zicht op de vervulling. En Mozes zag dat het goed was.
De maker van het Mozesraam heeft dit tot uitdrukking gebracht door niet alleen de stad Jericho af te beelden – de ommuurde stad aan Mozes’ voeten – maar door in de verte ook de latere tempelstad Jeruzalem af te beelden. Daarin komt de uittocht uit Egypte ook pas tot zijn doel, in de tempelstad waar de HEER voor zichzelf een woning stichtte om van daaruit zijn koningschap uit te oefenen (Exodus 15:17-18), niet alleen over Israël, maar over heel de aarde.
Overdracht
Overigens heeft de gebeurtenis op de Nebo iets sacramenteels. Dat God het beloofde land in al zijn rijkdom aan Mozes liet zien, was tegelijk ook een rechtshandeling. Als iemand in het oude Nabije Oosten een stuk grond kocht (of erfde), dan vond er een akte van overdracht plaats. Een vast onderdeel daarvan was dat de koper de grond in ogenschouw nam en het land ging inspecteren. De overdracht van het land werd bekrachtigd door aan de aspirant-koper de grenzen van het land te laten zien, in het bijzijn van getuigen. De koper kon het land dan officieel goedkeuren (zie bijvoorbeeld Lucas 14:18).
Prachtig kom je dit tegen bij Abraham.
Als hij en Lot elk een eigen plaats zoeken in het land, laat Lot zijn blik gaan over de vruchtbare Jordaanvallei en keurt hij deze goed als plaats om zich te vestigen (Genesis 13:10-11). Vervolgens moedigt de HEER Abraham aan om ook zijn land in ogenschouw te nemen: ‘Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Al het land dat je ziet geef ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd. (…) Kom, doorkruis het land in zijn volle lengte en breedte, want aan jou zal ik het geven’ (Genesis 13:14-17).
In feite is dit een overdracht in de vorm van een belofte. Daarmee geeft dit verhaal een voorproefje van het verhaal van Mozes. In de persoon van Mozes vindt de officiële landoverdracht plaats aan de nakomelingen van Abraham.
De getuigen die normaal gesproken bij zo’n akte van overdracht aanwezig hoorden te zijn ontbreken weliswaar, maar daar staat tegenover dat dit bijbelverhaal als een getuigenis voor ons is opgetekend. Als bijbellezers mogen wij nu als het ware met Mozes meekijken en zien dat het goed is.
Via Mozes geeft God ook ons zicht op de vervulling van zijn belofte, waarbij je in het verlengde van het beloofde land de nieuwe aarde mag zien liggen.
Want de nadruk die de Bijbel legt op de vruchtbaarheid van het beloofde land onderstreept dat God Kanaän als een voorgestalte van de nieuwe aarde heeft bedoeld. In het Nieuwe Testament wordt Abraham om die reden een erfgenaam genoemd, niet enkel van het land Kanaän, maar van de wereld (Romeinen 4:13).
Het Mozesraam laat de vruchtbaarheid van het land van de belofte prachtig zien. Kijk maar naar de druiventros die de twee verspieders dragen en naar de taferelen van het ploegen en oogsten die je in het klein achter hen kunt zien.
Zo herinnert het Mozesraam in de Lasonderkerk de kerkgangers er steeds weer aan dat ook zij onderweg zijn naar de vervulling. Het wil het eeuwigheidsbesef wakker roepen en levend houden. Een stimulans om te leven en te sterven met zicht op de vervulling. Omdat Gods beloften zeker zijn.
Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK Enschede en docent bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.
| De grote ramen van de Lasonderkerk zijn gemaakt door J. Veldhuis, één van de bekendste glazeniers van het vermaarde atelier ’t Prinsenhof in Delft. Bijzonder is dat de ramen zijn uitgevoerd in mozaïek. Die oudste glazenierstechniek werd tot dusver slechts voor kleinere ramen gebruikt. Normaliter werd voor grote ramen het glas beschilderd en daarna gebrand. Hier werd met gekleurd glas als het ware geschilderd: het palet bestond uit stukjes glas in honderden kleuren, tinten en nuanceringen, die in de vereiste vormen gesneden en daarna met het lood aan elkaar verbonden werden. Alleen voor de gezichten, handen en fijnere gedeelten werd de andere methode toegepast. Het experiment had een verrassend resultaat. |