Man/vrouw/kerk
2013-07-13
Het zij me vergeven dat ik hier nogal eens iets doorgeef uit de wereld van de GKv. Ik ga er maar van uit dat u als lezer net als ik toch altijd wat extra geïnteresseerd bent in de ontwikkelingen in deze kerken, waaruit wij als NGK ooit voortgekomen zijn.- Jaargang 57
- nummer 14
Nu maakt gindse broederschap het een eenvoudige persschouwer ook wel gemakkelijk: in de GKv moet men namelijk niets hebben van achterkamertjespolitiek.
En dus worden allerlei zaken waarover discussie gaande is in alle openheid in de kerkelijke pers besproken.
Zo wijdt De Reformatie een groot deel van het nummer van 13 juni aan ‘open en eerlijk spreken over de plaats en de taak van mannen en vrouwen in de kerk’. Het is boeiend om een viertal auteurs langs verschillende wegen te zien zoeken naar één en hetzelfde doel: het creëren van een tikkeltje meer ruimte om uiteindelijk ooit de stap te kunnen zetten naar openstelling van de ambten voor de vrijgemaakte zusters.
Maar valt er eigenlijk nog ‘open en eerlijk’ te spreken over een onderwerp waarover de meningen toch wel behoorlijk vast lijken te liggen? Jawel, zegt Jan Westert. En dan noemt hij vier invalshoeken vanwaaruit hij de discussie hoopt verder te helpen:
Onze veranderde opvattingen over christelijk leiderschap, de interpretatie van de zogenaamde zwijgteksten, de zorgvuldigheid van de besluitvorming in de kerkenraad () en ons getuigenis in de samenleving. () Er is alle reden om het gesprek over de plaats van de man en de vrouw in het ambt op een ontspannen en onbevangen wijze opnieuw te voeren. Christelijke vrijheid biedt ruimte om nieuwe wegen te doordenken en andere keuzes te maken dan in het verleden. Het is onze verantwoordelijkheid daar zuiver en wijs mee om te gaan.
In een volgend artikel gaat ds. Bas Luiten in op de ideeën van Almatine Leene. In haar dissertatie Triniteit, antropologie en ecclesiologie doordenkt zij de vragen vanuit de drie-eenheid.
God is drie-enig en de mens is geschapen naar het beeld van God. Dat heeft consequenties. Luiten:
De man werd als eerste geschapen, dat staat algemeen bekend als de scheppingsorde.
Sommigen zien daar een rangorde in. Wij gaan meestal zover niet, maar benoemen dit toch wel als een door God gewilde volgorde.
Leene bestrijdt beide. Zij stelt de vraag waarom de man als eerste werd geschapen.
Was dat om de eerste te zijn of om het mogelijk te maken dat de vrouw uit hem werd genomen? Een verrassende benadering! En het antwoord lijkt vanuit God bezien niet moeilijk: de Vader was niet eerder dan de Zoon en de Geest, wel leven Zij in een allesomvattende relatie. Daarin dienen we de essentie te zoeken van het beeld van God. De mens is mannelijk en vrouwelijk geschapen, in een diepe eenheid waarin man en vrouw van elkaar doortrokken zijn zonder in elkaar op te gaan. Als dit waar is, kantelt er nogal wat in ons gereformeerde denken. Het voorop gaan van de man en het volgen van de vrouw zit diep tussen onze gelovige oren. Maar als dat niet de essentie is, als het niet om ‘volgorde’ gaat maar om ‘samen één in alles’, is dat het einde van de scheppingsorde zoals wij die hebben opgevat.
Het minst uitgesproken is Harmke Vlieg. Dat is ook logisch: zij maakt deel uit van het deputaatschap dat zich juist nu op deze vragen beraadt. Toch schrijft ook zij te hopen dat er
binnen de kerken genoeg ruimte en vertrouwen mag zijn om onbevangen, open en eerlijk het gesprek over dit gevoelige onderwerp te kunnen voeren.
In dat gesprek rond de Schrift kan niemand buiten schot blijven. Het zal erom gaan dat we ons afvragen hoe we vandaag vorm kunnen geven aan ons leven als mannen en vrouwen: hoe doen we recht aan elkaar en laten we zien wat het nieuwe samenleven in Christus inhoudt?
Ook hier weer die twee kernwoorden: ‘ruimte’ en ‘onbevangen’.
Misschien is de bijdrage van Maarten Verkerk nog wel het meest realistisch.
Hij noemt vier redenen waarom deze discussie nauwelijks nog onbevangen gevoerd kan worden. Ik neem hier de vierde over (die wel zo weggelopen lijkt uit het NGK-rapport op grond waarvan onze kerken besloten hebben de ambten open te stellen):
Tot slot is er de nuchtere constatering dat theologische bezinning ons blijkbaar niet tot een eenduidig antwoord leidt. Zowel voor- als tegenstanders zijn op bijbelse gronden overtuigd van hun standpunt. De Bijbel wordt verschillend gelezen, verschillend geïnterpreteerd en verschillend getaxeerd. Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn. Het kan daarom best zin hebben om weer opnieuw naar de bijbelse argumenten te kijken, als we maar niet de illusie hebben dat een nieuwe commissie tot een eenduidig rapport zal komen dat door iedereen als evenwichtig en gezaghebbend aanvaard zal worden.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.