Maatschappijkritiek en het veranderen van strukturen

1971-11-19
  • Jaargang 15
  • nummer 32
Inleiding

Er wordt tegenwoordig veel over maatschappijkritiek gesproken. Velen gaan er prat op een maatschappijkritische instelling te hebben. Op zichzelf is dit een bijzonder gunstige zaak, want het zou niet best zijn wanneer men de gang van zaken in de samenleving niet meer kritisch zou willen beoordelen.
Vooral zogenaamde "linkse" studenten zijn tegenwoordig zeer absoluut en generaliserend in hun maatschappijkritiek.
En de vraag is begrijpelijk: Waarom dit felle en generaliserend protest?
Leven wij niet in een maatschappij met een overvloed aan konsumentieartikelen, sociale voorzieningen en veel goede salarissen?
Ja, zeggen de maatschappijkritici, dat is het hem nu juist! Er is een overvloed aan konsumptie-artikelen en er bestaat zelfs een door de industrieën berekende slijtage. Na een tamelijk nauwkeurig te berekenen aantal jaren is een artikel versleten en moet er een nieuw exemplaar gekocht worden. De produktie en de konsumptie staan in onze samenleving centraal en men streeft steeds naar een hogere produktiviteit. De t.v. en kommunikatiemedia werken er aan mee, dat deze produkten op zeer geraffineerde wijze bij ons in huis komen.
Men noemt dat proces tegenwoordig "manipulatie", dat wil zeggen dat steeds de indruk gewekt wordt dat men niet zonder deze artikelen kan en dat het ware menselijk geluk ervan afhangt.
Herbert Marcuse (de filosoof die de ideeën van de radikale studenten in boeken en artikelen uitwerkte) heeft in dit verband het onderscheid gemaakt tussen de feitelijke en de echte, werkelijke behoeften van de mens. Hij vroeg: is een mens wèrkelijk gelukkiger met een kleuren-t.v. dan met een zwartwit-beeld? Is het werkelijke geluk van de mens met twee auto's groter dan met één? Volgens Marcuse zijn dit door onze konsumptiemaatschappij kunstmatig gekweekte behoeften. Er zitten natuurlijk aantrekkelijke kanten aan, maar het wezenlijk geluk van de mens wordt er niet door bepaald. M.i. heeft Marcuse op dit punt gelijk!
Deze, altijd naar méér strevende maatschappij vertoont volgens veel mensen een angstaanjagende ontwikkeling. De mogelijkheid om tegen deze ontwikkeling in te gaan is vrijwel uitgesloten.
De verlangens en de wensen van de mensen vallen in belangrijke mate samen met de feitelijke stand van zaken en met de ontwikkeling van onze westerse konsumptiemaatschappij. Dit vrijwel samenvallen van het feitelijke en het wenselijke betekent, dat onze samenleving eigenlijk maar één dimensie heeft. Daarom spreekt Marcuse over de ééndimensionale samenleving en de ééndimensionale mens.
Eén dimensie en ééndimensionaal betekent eigenlijk, dat er in het mensenleven en in de samenleving geen diepte meer zit. Men voelt zich gelukkig met zijn kleuren-t.v. en de overvloed aan konsumptie-artikelen. Het materiële is het één en het al.
Men maakt van de buik zijn god en "op de zevende dag zult gij uw auto wassen".
Marcuse protesteert en terecht!
Het werkelijke mens-zijn wordt niet door die materiële dingen bepaald. Er is meer. Daarover straks.
Daar komt bij, dat onze konsumptiemaatschappij en onze welvaart duidelijke en langer wordende schaduwen vooruit werpt.
Er bestaat een hechte en moeilijk te ontwarren verwevenheid tussen de stijgende 'ontwikkeling van de industriële produktie en het militair apparaat. In veel landen wordt de nationale ekonomie in belangrijke mate bepaald door het in stand houden van het zogenaamde "industrieel-militair" geheel.
De "oorlogsindustrieën" zijn voor de nationale ekonomie niet van gering belang.
Ook deze ontwikkeling vervult velen met zorg voor de toekomst. Velen hebben angst voor de toekomst, die zij als ondoorzichtig en dreigend ervaren. Zij zien een dreigende Derde Wereldoorlog, een rampzalige milieuverontreiniging, naast de koude oorlog tussen Oost en West, een steeds groter wordende kloof tussen de rijke en de arme landen. Dit benauwt hen. Het politiek en industrieel bestel is zo ondoorzichtig geworden en omdat zij de mogelijkheden niet zien om er iets wezenlijks aan te veranderen, protesteren zij.
Het is een generaliserend en tragisch protest. Zij zien er geen gat meer in! Zij zien alleen dat het mis gaat!
Daarom is het goed deze mensen serieus te nemen.
Men kan over veel onderwerpen met hen van mening verschillen. Dit doet echter geen afbreuk aan het feit, dat zij door een grote onrust gedreven worden. En deze onrust is reëel, omdat de problemen die er aan ten grondslag liggen reëel zijn.

Maatschappijkritiek

In verband met dit onderwerp gaat het volgens prof.
Verkuyl om de transformatie van de samenleving. Ontvluchten wij deze strijd, dan verdedigen wij volgens hem de gevestigde orde in de samenleving. De dringende vragen van maatschappijkritiek en struktuurveranderingen vragen niet alleen de inzet van politici, maar zij vormen een uitdaging voor ieders besef van schuld en medeverantwoordelijkheid.
Er zijn problemen, die ons geen dag met rust mogen laten: de kloof tussen de rijke en de arme landen, de strijd van minderheidsgroepen voor vrijheid, bepaalde categorieën mensen die in de rijke westerse landen geen deel hebben aan de welvaart en in armoede leven, de verhouding tussen de rassen en vele andere.
Er bestaan in onze westerse samenleving scheef gegroeide verhoudingen.
Ik beweer niet, dat alle mensen aan elkaar gelijk moeten of kunnen zijn. Er bestaan mensen met lichamelijke gebreken en geestelijke tekorten. Er zijn ook mensen met bijzondere begaafdheden. Wij vinden deze en andere verschillen tussen de mensen terug in de vele verschillende samenlevingsverhoudingen. De verscheidenheid, de veelkleurigheid en het dynamische van de samenleving komt er in uit.
Het trieste is echter, dat er in onze samenleving ook zoveel onrechtvaardige verhoudingen bestaan. Wij denken in verband hiermee direkt aan de verschillen in inkomen en vermogen en aan bepaalde kategorieën mensen op wie de belastingen het zwaarst drukken. Ik weet, dat de situatie in Nederland (met name in verband met de sociale voorzieningen en verschillende subsidies) gelukkig veel beter is dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, maar dit neemt niet weg, dat wij onze maatschappijkritische instelling voortdurend levendig moeten houden en moeten toespitsen.
Wij zijn zo gauw geneigd de bestaande stand van zaken als vanzelfsprekend te aanvaarden, niet vermoedend dat er groot onrecht bestaat. Juist een christen moet met deze zaak grote ernst maken.
Terecht wijst prof. Verkuyl er op, dat veel christenen de zonde vaak beperkt hebben tot de gedragingen van de individuele mens. Maar ook hele groepen, klassen, volken en rassen vertonen in hun samenlevingsverhoudingen collectieve of strukturele zonden.
Prof. Verkuyl ontkent de zonde van de individuele mens en de bekering en de verlossing van de mens door Jezus Christus geenszins! Hij wijst er met nadruk op, dat dit essentieel is. Hij wijst er echter óók op, dat in de bijbel hele volken en groepen mensen tot bekering geroepen worden van hun kollektieve zonden waardoor in de samenleving wanverhoudingen zijn ontstaan.
Hoewel veel “kerkmensen" vroeger slechts aandacht hadden voor de individuele zonden en niet of amper oog hadden voor de in de samenleving verankerde kollektieve zonden, blijkt men tegenwoordig dit laatste het één en het al te vinden en het individuele geloofsleven te veronachtzamen. Overigens gaat het hier niet om een dilemma. Het zijn twee kanten van dezelfde zaak.

Geëngageerde prediking

De duitse theoloog Dorothee Sölle zei vorig jaar in de amsterdamse Westerkerk: "Een God die achter de rug van andere mensen om mij vergeeft wat ik hun misdaan heb, kan ik mij niet voorstellen." De r.k. hoogleraar dr. J. C. Groot antwoordde toen zeer terecht: "Maar God heeft in Jezus Christus toch het allerbelangrijkste achter onze rug gedaan?"!

Niet voor niets heeft Bonhoeffer gesproken over de onder christenen levende goedkope genade-opvatting, waarmee zij zichzelf suggereren dat zij dank zij Jezus van hun schuld en zonde vrij zijn, zonder dat er verder iets in hun leven verandert!
Niet de vergeving der zonden door God in Jezus Christus, maar wél de prediking wordt voos en ongeloofwaardig wanneer de politieke en maatschappelijke geëngageerdheid niet aanwezig is. De kerk is geen politieke partij en de preek geen politiek betoog. Maar in de prediking moet de klem van het evangelie zó krachtig zijn, dat zij een indirekte en toch onvoorwaardelijke politieke funktie heeft.

Hoewel velen de neiging hebben direkt en zonder reserve tegen Sölle e.a. de strijd aan te binden, is het zaak éérst goed naar hen te luisteren en te weten waar het hen om gaat. Hun problemen zijn de onze ook! De wijze van benadering en antwoord geven zal evenwel anders zijn. Een weerlegging van hun standpunt vind ik noodzakelijk, maar elke kritiek moet geënt zijn op een eigen integere overtuiging en impliceert daarom in de eerste plaats zelfkritiek.
Een prediking van de vergeving der zonden achter de rug van andere mensen om tegen wie wij iets misdaan hebben, die wij niet geholpen hebben en ten opzichte van wie wij onrechtvaardige verhoudingen hebben laten voortbestaan, zonder te proberen die te verbeteren, is geen bijbelse prediking. Die prediking is door Marx en Lenin terecht opium van en voor het volk genoemd.

Christelijke en marxistische visie

Veel tegenwoordige maatschappijkrrtici zijn nogal marxistisch-leninistisch ingesteld en hebben een zogenaamde "dialektische" maatschappij-opvatting. Dat wil zeggen een opvatting over de maatschappij, die uit tegenstel-
Lingen bestaat (bijvoorbeeld klassentegenstellingen).
Maar deze kritici stenen zichzelf ook tegenover de maatschappij op. Zij hechten zeer veel waarde aan de “Widerspruch", aan het beginsel van de kontradiktie (= tegenspraak, tegenstrijdig).
Zij zeggen ronder meer "nee!" tegen de bestaande samenlevingsvormen (strukturen), Zij willen deze elimineren en tot een vernieuwde samenlevingsorde komen op een hoger plan.
Bij dialektische denkers komt men de volgende gedachten in allerlei vormen regelmatig tegen: zoals de samenleving nu bestaat is het niet goed; het kan beter; wij nemen geen genoegen met de bestaande samenlevingsstrukturen; de bestaande samenlevingsorde moet geëlimineerd wonden, waarin de mens zich volkomen zal kunnen ontplooien.
Deze dialektische (uit tegenstellingen bestaande) wijze van denken impliceert een diep in de samenleving ingrijpende visie, stimuleert tot buitenparlementaire akties en dringt ons tot verder dóórvragen.
Tegenwoordig heeft de zgn. "kritische theorie" van de neo-marxistische Frankfurter Schule onder studenten veel belangstelling. Eén van de centrale gedachten in deze "kritische theorie" is, dat het individu niet meer in staar is te doorzien hoe zijn persoonlijke moeilijkheden en frustraties in verband staan met scheef gegroeide maatschappelijke verschijnselen waarbinnen hij leeft. Deze situatie leidt tot de mensonwaardige situatie, dat de mensen zich aan deze wanverhoudingen gaan aanpassen. Deze kritische theorie belicht o.a. de desastreuze gevolgen die bepaalde maatschappelijke verschijnselen hebben voor het mensenleven.
Hoewel het marxisme en het christelijk geloof elkaar in wezen vijandig gezind zijn, wil dat nog niet zeggen dat de marxistische theorieën christenen niets te zeggen zou hebben. Integendeel.
De marxisten hebben de christenen vaak aan hun hoge roeping herinnerd en hen in gebreke gesteld.
Men heeft het in het verleden dikwijls de feitelijk bestaande samenlevingsstrukturen voor normatief gehouden en gesproken over "onomstotelijke feiten"
en over "eeuwige strukturen" en daarmee de meest goddeloze sociale verhoudingen en wantoestanden in stand gehouden.
Het lijkt mij echter ook onzinnig dat christenen alleen maar bij marxisten in de leer gaan.
Suggereer ik een tussenpositie? In geen geval!
Christenen hebben door hun overtuiging een eigen uitgangspunt en een eigen visie op de samenleving.
Een normatieve, uit de christelijke geloofsovertuiging voortkomende beoordeling reikt ook boven de feitelijk bestaande samenlevingsstrukturen uit.
Dit betekent een voortdurende en intensieve konfrontatie van het letterlijk bestaande en de normatieve bezinning.
De woorden "maatschappijvormen" of "samenlevingsstrukturen” wekken vaak de Indruk van een vastgeroeste ordelijkheid in de samenleving. De samenlevingsstrukturen bestaan uit min of meer duurzame posities die de mensen innemen en dat zijn vaak machtsposities: de mogelijkheid om het gedrag van anderen (vaak in grote mate) te beïnvloeden. De strukturen ziet men dus vaak als vastgeroeste machtsverhoudingen en die moeten het tegenwoordig ontgelden.
Vanuit de christelijke geloofsovertuiging betekent dit een kritisch beoordelen van de bestaande verhoudingen in de samenleving. Dit betekent o.a. het streven naar de afbraak van onrechtvaardige machtsverhoudingen en het helpen bewonderen van ontwikkelingsmogelijkheden van zoveel mogelijk mensen in de samenleving. Of het nu gaat om protesten van studenten tegen te weinig inspraak, over pleidooien voor medezeggenschap en winstdeling van werknemers, of over stakingen van postbestelIers of baggeraars, het zijn meestal uitingen van in de samenleving bestaande onrechtvaardige verhoudingen en breukverschijnselen, die in de gezinnen met de lagere lonen en in het individuele mensenleven diep insnijden.
Wil een christelijke politiek in onze samenleving iets betekenen, dan moet zij in elk geval voor deze sociale kwesties oog houden en voortdurend bereid zijn aan de vernieuwing van de samenleving mee te werken
Maatschappijkritiek zonder zelfkritiek is leeg.
Zelfkritiek zonder maatschappijkritiek is blind.

(stelling behorend bij het proefschrift van dr J. Klapwijk "Tussen historisme en relativisme")

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief