Welkom in de strijd!

2013-08-03
  • Jaargang 57
  • nummer 15
Na het afleggen van geloofsbelijdenis wordt er weleens tegen je gezegd: welkom in de strijd! Ik heb dat altijd een vreemde uitdrukking gevonden. Toen ik als tiener vrolijk voor in de kerk felicitaties stond te ontvangen, kon ik het niet helemaal plaatsen. Belijdenis doen is toch iets moois? Maar misschien wilde men mij wel voorbereiden op de weg die voor me lag. ‘Denk niet dat je er al bent, je hebt nog een lange weg te gaan.’ Nu, 13 jaar later, besef ik dat men weleens gelijk kon hebben.

Met het woord strijd kun je bijbels gezien meerdere kanten op. Allereerst valt te denken aan de geestelijke strijd, in de zin van oorlog. Het bekende gedeelte uit de brief aan de Efeziërs beschrijft de wapenuitrusting van God, die je helpt staande te blijven in dat wapengekletter.
Zelf heb ik altijd meer gehad met de sportmetafoor: de wedloop. Die komen we tegen in Hebreeën 12: ‘…vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt’. Het geloofsleven wordt daarin voorgesteld als een marathon. Geen marathon voor professionals, maar voor gewone mensen, die hem lopen om hem uit te lopen, niet om te winnen. De eindstreep halen is al beloning genoeg. Voor dit soort lopers is het een kwestie van volhouden.

Een goede atleet ben ik niet. Ik ben nooit verder gekomen dat een tienkilometerloopje hier en daar. En dat bleek voor mij al een hele opgave. Zo’n loopje is echt een gevecht met mezelf. Ik heb geen ijzersterke conditie en al helemaal geen doorzettingsvermogen, dus dat maakt het behoorlijk zwaar.
Gelukkig komt er af en toe een haas voorbij. Dat is een getrainde loper die 5 of 10 kilometer binnen een bepaalde tijd aflegt. Hij of zij heeft vaak een vlaggetje bij zich waarop die tijd staat aangegeven. Je kunt je dan even optrekken aan zo’n haas en achter hem of haar aanlopen. Die haas helpt jou verder.
De schrijver van de Hebreeënbrief beschrijft mensen waar wij ons aan kunnen optrekken in het geloof. Geloofsgetuigen die ons zijn voorgegaan, zoals Mozes, Abraham, Sara, Noach en vele anderen. Zij hebben de race al gelopen. En zij wisten nog niet eens wat er aan de finish wachtte. Maar ze hielden stand. Zij hebben ook getwijfeld, ze zijn ook weleens gestruikeld, maar door de kracht van het geloof hebben ze het volgehouden tot het eind.
We hebben zulke voorbeelden nodig in de strijd. Daarom staat de Bijbel vol met al hun ervaringen. Om ervan te leren. Hoe deden zij het? Hoe hielden zij stand als het moeilijk werd? Hoe gingen zij om met twijfel? Hoe reageerden zij op Gods Woord? Het is goed om geregeld achter zo’n haas te gaan hangen en je weer mee te laten slepen naar het hart van de wedstrijd.

Demonen
Het lopen van een marathon is een strijd met jezelf, maar ook een strijd met jouw demonen. Die stemmetjes in je hoofd die zeggen dat je niet meer verder kunt, die maken dat je af wilt haken, die zeggen dat je slechter bent dan alle andere lopers om je heen. Dat iedereen je uitlacht en dat je de finish nooit zult halen. Allemaal gedachten die je belemmeren bij het lopen. De wedloop van het geloof kent ook zo zijn demonen. De schrijver van Hebreeën raadt je aan die demonen van je af te werpen. Hij noemt het de last van de zonde. Gooi die af! Alsof je een slecht zittende jas uittrekt.
Dat lijkt makkelijker gezegd dat gedaan. Maar jij weet zelf het beste waar de zonde macht heeft over je leven. Je kent zelf je zwakke plekken. Je weet waar je kwetsbaar bent. Vaak ben je inderdaad zelf je grootste tegenstander, ook in het geloof, doordat je vasthoudt aan verkeerde ideeën.

Last
Kun je dat allemaal zelf: je af en toe optrekken aan een getrainde voorganger en van je af laten glijden wat niet goed voor je is? Of is er meer voor nodig om te volharden in de strijd?
Ja, we hebben hulp nodig van buitenaf. Of liever gezegd: van hogerhand. Want hoezeer je je ook kunt optrekken aan je voorgangers en hoezeer je jezelf ook moed inspreekt, daar red je het helaas niet mee. Het belangrijkste in de wedloop van het geloof is dat je gericht bent en blijft op Christus.
Hij is voor ons meer dan een voorbeeld in het geloof. Hij is de grondlegger en de voltooier van de race en Hij heeft hem zelf ook gelopen.
Maar zijn strijd is op geen enkele manier met de onze te vergelijken. Hij verscheen aan de start zonder belemmeringen. Zonder de last van de zonde. Hij koos ervoor om onze zondelast op zich te nemen. Alles wat wij moeten afleggen, nam hij op zijn rug. Die last nam de vorm aan van een zwaar, houten kruis. Hij is zo de weg voor ons gegaan, zodat wij het minder zwaar zouden hebben.

Onze ogen op Hem gericht houden tijdens de race wil zeggen: steeds opnieuw overdenken wat Hij voor ons heeft gedaan. Dat mag je de moed geven om al die belemmeringen van je af te werpen, omdat je weet dat Hij die van je heeft afgenomen. Hij heeft jouw last gedragen, waarom zou je daar dan nog mee blijven zeulen?
En als je moe wordt, als je het niet meer ziet zitten, als je dreigt te vallen, hoe houd je dan vol? Bedenk dan ook dat Christus, die de race voor jou gelopen heeft, nu in de hemel voor je bidt en voor je pleit. Dat maakt dat we het werkelijk kunnen volhouden tot het eind. Hij bidt ons naar zich toe en wacht ons op aan de finish.

Judith Cooiman-Bouma is predikant van de NGK Zeist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief