Vermaning
2013-08-03
Vooruit, nog één keer een Persschouw over onze vrijgemaakte broeders en zusters. In de beide vorige nummers heb ik aandacht gegeven aan de ontwikkelingen in die kerken op twee punten: de binding aan de belijdenis en de vrouw in het ambt. Niet iedereen juicht deze ontwikkelingen toe. In eigen kring klinken er geregeld verontruste stemmen, en ook in het buitenland is er veel zorg. Dat heeft de GKv nu tweemaal een officiële vermaning opgeleverd, eerst van de Australische zusterkerken en recent ook van de Canadian Reformed Churches.- Jaargang 57
- nummer 15
In de Gereformeerde Kerkbode van 28 juni schrijft ds. Jan Kuiper:
In de acta van de Canadese synode () kun je de punten terugvinden waar het om gaat. Ik noem er een paar:
* Een andere omgang met de Bijbel. Zelfs het woord schriftkritiek valt. () In het algemeen: zorg rond de Theologische Universiteit te Kampen.
* Contact met de Nederlands Gereformeerde Kerken, die zich niet volledig binden aan de belijdenissen en in een aantal kerken vrouwelijke ambtsdragers kennen.
* De discussie over de vrouw in het ambt, met als bijkomend punt de vraag hoe om te gaan met vrouwelijke deputaten vanuit Nederland op de eigen synode.
* Het meedoen aan de Nationale Synode met veel andere protestantse kerken. Zet je daarmee de belijdenis rond de ware en valse kerk niet buitenspel?
* Vrijbuiterij rond artikel 67 van de kerkorde (die afspraken bevat over de liturgie). In de vermaning geven zij aan dat er een grens bereikt is. En dan is de synode nog gematigder dan veel plaatselijke kerken, die aangaven dat het voor hen nu al ophoudt.
Inderdaad, in het oude vaderland is echt wel iets veranderd. Kuiper:
Wat opvalt in de acta van de synode () is de stelligheid waarmee een en ander gezegd wordt. Neem de vraag naar de vrouw in het ambt. Als de Nederlandse kerken daar opening voor gaan bieden is dat een punt waarop de correspondentie met Canada stuk gaat lopen. Nu is het rapport van het speciale deputaatschap daarover nog niet gepubliceerd. Dat hoeft ook nog niet, dat komt in het najaar. Maar je zou toch een zekere nieuwsgierigheid verwachten. Stel dat zij gaan voorstellen om de mogelijkheid te openen voor vrouwelijke ambtsdragers, dan gaat het toch om de vraag of je dat vanuit de Bijbel kunt onderbouwen? () Ooit gaf een synode in een ander kerkverband (Kuiper doelt op de CGK, MB) de opdracht aan een deputaatschap om vanuit de Bijbel duidelijk te maken dat vrouwelijke ambtsdragers niet kunnen. Onze synode gaf die opdracht niet. Kan die openheid? () Een ander punt is de manier waarop we omgaan met andere kerken in Nederland. De Canadese kerken leggen er de vinger bij dat het onderscheid waar-vals (zie hierover de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27-29) niet meer zo gehanteerd wordt als vroeger. Zij doen dat nog wel ().
Je kunt niet ontkennen dat de belijdenis van de kerk anders gehanteerd wordt dan dertig jaar geleden. () Je kunt je wel afvragen of die veranderende opstelling in de praktijk voldoende onderbouwd is. Ik ken wel publicaties over de omgang met de Bijbel, maar weinig of geen over de kerk en de manier waarop je in deze tijd ware kerk van Christus bent, in onderscheid van gemeenschappen die ook die naam dragen, maar van Christus weinig laten zien.
Tijden veranderen, en wij in hen, is een oud gezegde. De Canadese kerken hebben er oog voor dat wij hier in Nederland in een sterk geseculariseerde samenleving kerk zijn. Ze hebben ook oog voor de vele goede dingen in ons kerkverband. Ik merk in onze kerken de worsteling om het geloof vandaag handen en voeten te geven. Het gegeven dat we nu twee officiële vermaningen hebben, moet aanleiding zijn tot zelfonderzoek: veranderingen zijn onvermijdelijk, maar beweeg je je daarbij naar de Bijbel toe of ga je er misschien verder van af?
Zelfonderzoek dus. Maar hoe moet je dat doen? Je zou je in feite moeten losmaken uit de concrete sociaal-culturele context waarbinnen je kerk van Christus bent; een haast onmogelijke opgave.
De buitenlandse zusterkerken vervullen intussen wel een soort gewetensfunctie voor de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. In beide gevallen gaat het om kerken die ontstaan zijn door emigratie vanuit Nederland. Ze staan daarmee ook voor het eigen verleden van deze kerken; de standpunten die nu overzee worden gehuldigd werden een paar decennia geleden hier in Nederland met evenveel vuur verdedigd. Terecht zegt Kuiper dat de veranderingen in de GKv doorgaans niet expliciet en zeker niet royaal verantwoord zijn.
Al met al geeft de GKv zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een ‘gewoon’ kerkgenootschap. En daarmee bedoel ik niet in de laatste plaats dat zij, net als andere kerken, afhankelijk zijn van de leiding en de bescherming van de Goede Herder.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.