De Herder kent zijn schapen

2013-09-21
  • Jaargang 57
  • nummer 18
‘Mag ik nog een bijbel van u?’ vraagt Ashly zodra ze zit. Ik kijk haar verbaasd aan. ‘Je hebt toch al twee bijbels?’ zeg ik. ‘Ja, maar weet u, ik heb nu een bijbel aan de ene kant van mijn bed en één aan de andere, maar het houdt niet op. Als ik nou eentje aan het voeteneind leg… Of bij mijn hoofd…’ Ze kijkt me aan en zwijgt. Vijftien is ze en ze kwam binnen als een zombie. Met politiegeweld weggehaald bij een man zonder wie én met wie ze niet kan leven. Ze was doodsbang dat ze iets zou gaan voelen in de inrichting, zonder drugs.

Na een tijdje knapt ze op. ‘Het is beter dan ik hier ben, dat zie ik nu wel in’, zegt ze.
Dan krijgt ze problemen. Ze slaapt slecht. Dat deed ze altijd al. En ze vertelt dat ze weleens huilt en bang is. Ten slotte vertelt ze me van schimmen, stemmen in de nacht en van iets wat haar vastpakt en heen en weer schudt. Ja, ze heeft occulte dingen gedaan en is zelfs ingewijd in een cultus. ‘Ik heb toch bescherming nodig!’ roept ze.
Ik vertel het verhaal van Jezus en de man met de vele boze geesten, en het verhaal over Maria Magdalena. Haar ogen lichten op. Wat een power! We bidden samen, ik geef haar het Onze Vader op papier en wijs palmen aan die ze kan lezen.
De eerste week gaat het goed. ‘Ik slaap weer!’ Dan komt het terug, zo mogelijk nog erger. De andere meisjes horen haar gillen, dus ze kan het niet langer verbergen. Ze krijgt van alle kanten tips. Een groepsleider belooft: ‘Ik zoek een goede dromenvanger voor je.’ Die groepsleider is heel verbaasd als ik vraag waarom ze zoiets niet met mij overlegt. ‘Maar jij bent toch christelijk?’ zegt ze. ‘Geloof jij in dromenvangers?’

Ashly heeft nu de bijbels in bed en twee kruisjes en de ring van haar overleden oma, die veel bad. ‘En nog ben ik niet beschermd’, zucht ze. Ze hoopt dat ik nog meer heb, nog meer dingen, magische woorden misschien. Ze hoopt dat ik snap hoe het werkt.
Ik word daar geweldig moe van, want ik wéét niet hoe het werkt. Ik heb geen krachten, geen invloed in de onzichtbare wereld. Ik ken God, ik ken zijn beloften en wat Hij van ons vraagt. Maar ik kan Hem niet narekenen, niet manipuleren en vaak ook niet begrijpen.
Voor dit meisje is Jezus de zoveelste kracht van wie ze haar heil verwacht, maar voor de zekerheid houdt ze ook de anderen aan het lijntje. Waarom laat God niet haar, mij en de hele inrichting versteld staan met een overtuigend wonder? Waarom danken we voor een week rust en komt het dan terug?

‘Wilt u nog eens bidden?’ zegt ze opeens. ‘Ik word daar zo rustig van. En ik wil u iets vertellen wat niemand weet.’
‘Waarom wil je dat aan mij vertellen?’ vraag ik.
‘U vertrouw ik. Ik weet niet waarom, maar u vertrouw ik wel en Jezus ook.’ Ik luister en ik bid met haar, met al het geloof dat ik bij elkaar kan schrapen.
Als ze weg is, denk ik opeens aan de vrouw uit de gemeente die voor me bidt op mijn werkdagen. Waarschijnlijk vanmorgen al. Ik zit hier niet alleen tegen alles en tegen mezelf op te boksen. Het is geen magie. Het is relatie. Met God en met zijn andere kinderen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief