De Heidelbergse Catechismus: contextuele theologie uit de zestiende eeuw

2013-09-21
  • Jaargang 57
  • nummer 18
Het Evangelie is goed nieuws voor iedereen en is het waard om aan iedereen op een begrijpelijke manier uitgelegd te worden. Maar hoe doe je dat? Lange tijd was de Heidelbergse Catechismus dé handleiding op dit gebied.
Maar de Catechismus is slechts één manier om het Evangelie te presenteren, schrijft Hans Burger.

Elke leraar weet: als je iets wilt uitleggen, sluit je zo veel mogelijk aan bij je leerlingen. Je ordent de lesstof zo helder mogelijk en kiest voor een goede opbouw van je lessen. Dat geldt in elke lessituatie, maar al helemaal bij zoiets belangrijks als het Evangelie.
In dit verband gebruikt C.J. Haak in De klok van nieuw leven: gemeente en evangelisatie: een methodiek het begrip ‘evangeliepresentatielijn’. Als je het Evangelie aan iemand wilt uitleggen, kies je een ingang en een ordening van de stof die aansluiten bij je gesprekspartner. Immers, aan iemand moet in zijn of haar persoonlijke situatie duidelijk worden gemaakt waarom Jezus Christus in eigen persoon het Evangelie is.
Om dat in verschillende situaties mogelijk te maken, reikt Haak een aantal presentatielijnen aan: één gericht op mensen uit traditionele kerken die nooit gegrepen zijn door het Evangelie, één voor mensen met een postmodern levensgevoel bij wie de vraag naar zingeving voorop staat en één voor mensen die voor hun religiositeit te rade gaan bij New Age. De ene presentatielijn is in de ene situatie goed bruikbaar, de andere niet, zodat het handig is om meerdere presentatielijnen te beheersen.
Deze evangeliepresentatielijnen zijn niet alleen van belang in evangelisatiegesprekken, maar in elke vorm van geloofsoverdracht. Elke evangeliepresentatielijn sluit aan bij een vraag en kiest daarmee een startpunt. Verder wordt een selectie van thema’s en een ordening gekozen die aansluiten bij het bevattingsvermogen van je gesprekspartners en bij de stof. Sommige thema’s krijgen nadruk, andere juist niet.
Alles bij elkaar leidt het tot een evangeliepresentatie met sterke punten, maar ook met zwakke. Uiteraard hebben zulke keuzes gevolgen voor hoe we het Evangelie begrijpen en dus voor ons christelijke leven.

Ingewikkeld
Net als elke evangeliepresentatielijn bieden onze verschillende confessies een perspectief op het Evangelie en op de christelijke leer. Ook de Heidelbergse Catechismus. Het is alsof in de Catechismus de structuur bepaald wordt door de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid, maar dat is alleen de oppervlaktestructuur. Op een dieper niveau bepaalt een ingewikkelder theologische redenering de structuur.
Deze redenering gaat als volgt:
1. God heeft mensen goed geschapen, in staat om te volbrengen wat Gods wet eist.
2. Door onze val in zonde zijn we daartoe niet langer in staat, maar zijn we geneigd tot elk kwaad.
3. God wil de zonde van de mens door zijn rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen.
4. Wij kunnen aan deze straf ontkomen als aan Gods gerechtigheid voldaan wordt door volledige betaling.
5. Wij kunnen zelf niet betalen.
6. Alleen Jezus Christus – echt en rechtvaardig mens, maar ook echt God – kan betalen voor onze zonde, de last van Gods toorn dragen en ons herstellen in gerechtigheid.
7. Alleen wie door waar geloof in Christus zijn ingelijfd, ontvangen de weldaden van zijn verlossing.
8. Een christen moet geloven wat het Evangelie belooft. In verband hiermee wordt de inhoud van de Apostolische Geloofsbelijdenis behandeld.
9. Alleen door waar geloof in Jezus Christus zijn we rechtvaardig voor God, omdat God ons de volmaakte voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus geeft.
10. Onze goede werken voegen aan onze gerechtigheid niets toe.
11. Als alleen geloof ons deel geeft aan Christus en zijn weldaden, is het belangrijk te weten waar dit geloof vandaan komt: van de Heilige Geest, die gebruikmaakt van de verkondiging van het Evangelie en de sacramenten. Daarop volgt een behandeling van Woord en sacramenten.
Zij verzekeren ons ervan dat we deel hebben aan het offer van Christus. En in het geval van het avondmaal: aan zijn weldaden.
12. Het Koninkrijk van de hemel wordt geopend en gesloten door de sleutels van het Koninkrijk, die vragen om bekering en waar geloof.
13. Gerechtvaardigd door geloof moeten we nog wel goede werken doen omdat Christus’ Geest ons vernieuwt naar het beeld van Christus. De oude mens moet sterven en de nieuwe mens opstaan.
14. Door geloof worden goede werken gedaan naar de wet van God. In verband hiermee worden de Tien Geboden behandeld.
15. Hoewel we deze geboden niet volmaakt kunnen houden, worden ze gepreekt om ons steeds beter te leren wat onze zondige aard is, wat de verlossing in Christus inhoudt, en om te bidden om de heiliging door de Heilige Geest.
16. Het gebed is nodig, want dit is het allerbelangrijkste in de dankbaarheid die God van ons eist.
Dan volgt de behandeling van het gebed.

In de roos
De Heidelbergse Catechismus blijkt een knap staaltje ‘contextuele theologie’, waarbij de rechtvaardiging door het geloof het kernthema is.
Het Evangelie wordt uitgelegd aan laatmiddeleeuwse christenen die leven met onzekerheid over hun heil. Dominant in hun spiritualiteit zijn de biecht (in elk geval één keer per jaar) en de daarbij behorende boetedoening, het beangstigende vooruitzicht van het laatste oordeel en een kerk die enerzijds zichzelf heel belangrijk vindt als distributeur van het eeuwige heil, maar anderzijds in verval is.
Wie de Catechismus gebruikt om het Evangelie uit te leggen aan een onzekere zestiende-eeuwse kerkverlater, schiet in de roos. Duidelijk wordt uitgelegd: hoe ben ik rechtvaardig voor God? Maar er is meer over het Evangelie te zeggen. Het is belangrijk te zien wat de HC wel zegt en wat niet.

Voorstellingsvermogen
De Heidelbergse Catechismus legt het Evangelie uit in termen die aansluiten bij het sacrament van de biecht. Zij richt zich op een individu in termen die vooral ontleend zijn aan de wereld van de rechtspraak: wet, schuld, geschonden recht, gerechtigheid, rechtsherstel, voldoening, rechtvaardiging. Dit is een goede mogelijkheid, maar niet de enige. De Bijbel gebruikt ook beelden die ontleend zijn aan de wereld van de tempel. Dan gaat het over onreinheid, onheiligheid, schuld, verzoening, een offer, een priester, een tempel, toewijding, heiliging. Ook kunnen beelden gebruikt worden ontleend aan de wereld van het ziekenhuis (arts, wonden, medicijn, genezing), de wereld van de slavenmarkt (gevangenschap, losgeld, bevrijding) en de wereld van het slagveld (strijd, vijand, tegenstander, overwinning). Het zijn bijbelse beelden die andere aspecten van het Evangelie naar voren halen en appelleren aan andere gebieden van ons voorstellingsvermogen.

Verder gaat de Catechismus voorbij aan de ontwikkeling van de heilsgeschiedenis en de rol die Israël en de kerk hebben in de gang naar Gods Koninkrijk. Israël was geroepen om als volk van priesters voor alle volken tot een zegen te zijn (Exodus 19:4-6). Pas in Christus wordt die missionaire roeping vervuld (1 Petrus 2:9).
Daarnaast zal in Christus Gods wereldwijde regering eindelijk werkelijkheid worden door het in ere herstelde Davidische koningschap. In Gods Koninkrijk wordt Israël met Davids huis in volle glorie hersteld. Dit perspectief op missie, op Israël en op Gods Rijk ontbreekt in de Catechismus.
Dit zijn enkele voorbeelden die de beperktheid van die ene evangeliepresentatielijn laten zien. Door prediking en catechese vanuit de Catechismus is onze spiritualiteit daar wel eeuwenlang door gestempeld. Het is belangrijk om ons bewust te zijn van de eenzijdigheden daarvan en te beseffen dat de Heidelbergse Catechismus niet geschreven is om het Evangelie uit te leggen aan 21ste-eeuwse mensen. Eigentijds bijbels denkwerk is nodig om in de 21ste eeuw het Evangelie werkelijk te kunnen presenteren. De Heidelbergse Catechismus biedt ons contextuele theologie uit de zestiende eeuw. Laten wij in de 21ste eeuw dat voorbeeld volgen.

Hans Burger is onderzoeker aan de TU in Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief