Kanttekeningen bij de HC
2013-09-21
Hans Burger is niet de enige die kritische noten plaatst bij de structuur van de Heidelbergse Catechismus. Ds. Jos Douma haakte onlangs in een blog (www.josdouma.wordpress.com) aan bij de gedachten van Burger en voegde enkele kanttekeningen toe.- Jaargang 57
- nummer 18
Al enige tijd is er veel belangstelling voor het 450-jarig bestaan van de Heidelbergse Catechismus. Er zijn congressen en boeken aan gewijd, hele krantenpagina’s voor gereserveerd en ook het huisorgaan van de GKv-predikanten (Pro Ministerio) wijdde er een themanummer aan. Die aandacht is enerzijds begrijpelijk: de HC heeft al eeuwenlang grote invloed op de spiritualiteit van (gereformeerde) christenen. Anderzijds vind ik de aandacht persoonlijk ook nogal vervreemdend. We belijden tenslotte dat het een menselijk geschrift is. Vieren we ook zo uitbundig feest als het Evangelie van Marcus laten we zeggen 2000 jaar bestaat?
Nu worden er in elk boek en elk artikel en tijdens elk evenement rond de Heidelberger uiteraard ook kanttekeningen geplaatst: de HC is niet volmaakt en ook wel erg historisch bepaald. Ik wil daar in dit verhaal een kanttekening aan toevoegen die te maken heeft met de opbouw van de Catechismus. Ik vraag me namelijk af hoe blij we er nu eigenlijk mee moeten zijn dat de geloofsbeleving van ontelbare gereformeerde christenen al eeuwenlang gekleurd wordt door de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid en door specifieke HC-accenten die ten koste gaan van andere bijbelse accenten.
Al in 2001 vroeg Hans Burger aandacht voor de structuur van de Catechismus en het effect van die structuur op geloofsoverdracht en spiritualiteit. Kort gezegd komt zijn betoog hierop neer: de (hoofd)structuur van een evangelisatiepresentatie heeft grote gevolgen voor de wijze waarop mensen hun geloof verwoorden en beleven en de accenten die zij daarin zetten. ‘Een gekozen structuur heeft een sorterend effect met blijvende gevolgen.’
Hans Burger toont op een heel aantal punten aan dat er een verband is tussen (eenzijdige) accenten die je aantreft in de geloofsbeleving van gereformeerde christenen en de manier waarop de Heidelbergse Catechismus is opgebouwd, c.q. eigen (historisch bepaalde) accenten zet.
In Hans Burgers artikel in dit nummer noemt hij hier enkele voorbeelden van. Ik voeg daar nog wat voorbeelden aan toe:
De term dankbaarheid heeft door haar prominente plaats in de hoofdstructuur het gevaar in zich onderbelicht te laten dat het gaat om het vernieuwende werk van Christus’ Geest in onze levens (meer dan mooi verwoord in vraag en antwoord 86, maar niet deel uitmakend van de hoofdstructuur).
De ethiek wordt behandeld aan de hand van de Tien Geboden (een regelethiek), terwijl het ook denkbaar is om de ethiek ter sprake te brengen aan de hand van de vrucht van de Geest of vanuit het toeleven naar Christus’ komst.
Generaties christenen zijn opgegroeid met deze ene centrale vraag: ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’
Daarmee is troost een kernwoord in de geloofsbeleving geworden. Maar is dat terecht? Is dat op zijn minst niet eenzijdig? Is bijvoorbeeld de weerstand die een pleidooi voor discipelschap oproept niet mede te verklaren vanuit de eenzijdige dominantie van het troost-motief?
Hoe vaak ook gezegd mag worden dat de drieslag ellende-verlossingdankbaarheid geen chronologische volgorde aanduidt, toch moet het telkens opnieuw gezegd worden, omdat dit nu eenmaal een misverstand is dat gewekt wordt en ook vaste voet aan de grond heeft gekregen.
De HC wordt vaak geroemd om haar persoonlijke toonzetting: wat heb ik eraan? Maar het mag ons niet ontgaan dat we inmiddels in een hyperindividualistische tijd leven die niet zozeer vraagt om dit persoonlijke accent van het ik, maar om het accent van de gemeenschap.
In de boodschap van Jezus stond het Koninkrijk van God centraal. Dat is, zacht gezegd, in de Heidelbergse Catechismus niet het geval.
In de woorden van Hans Burger: ‘Er zijn nogal wat punten te ontdekken waar de zwakke punten van de structuur van de centrale theologische redenering van de Catechismus enerzijds en de zwakke punten in ons geloofsleven anderzijds merkwaardig goed op elkaar passen.’
En zo komt de vraag op of het niet goed zou zijn om gebruik te maken van een alternatieve structuur om het Evangelie te presenteren aan nieuwe gelovigen en aan catechisanten. Dat is dan ook de reden dat ik zelf het komende jaar het boek Eenvoudig christelijk van Tom Wright als uitgangspunt neem voor een jaargang belijdeniscatechisatie.
Ds. Jos Douma is predikant van de Plantagekerk in Zwolle. Zie ook www.josdouma.wordpress.com.