Op weg naar heelheid
2013-11-01
Een vriendin van mij liep in het buitenland een verwonding op aan haar voet. De wond raakte geïnfecteerd met een zeldzaam virus. Het kostte zeven jaar voordat artsen de precieze oorzaak achterhaalden en de juiste behandeling in gang zetten. Eindelijk genas de wond. Voor mijn vriendin, die danseres en dansdocent is, was het een lange en frustrerende weg.- Jaargang 57
- nummer 21
In onze westerse maatschappij gebeurt zoiets gelukkig maar heel zelden. Met fysieke wonden hoeven we niet rond te blijven lopen. Met de juiste kennis en goede geneesmiddelen weten we het helend vermogen dat God in de schepping gelegd heeft, te stimuleren en activeren zodat genezing intreedt. Lichamelijke wonden zullen onder de juiste voorwaarden en zo nodig met wat hulp van buitenaf uiteindelijk genezen.
Mijns inziens geldt dit ook voor psychische wonden. Zoals wij fysiek verwond kunnen raken door iets wat we meemaken, wat we zelf doen of wat ons overkomt, zo kunnen we ook zielswonden oplopen. En net zoals het lichaam over een zelfhelend vermogen beschikt, door God aan ons gegeven, zo is er ook een psychisch zelfhelend vermogen.
Verwerken
De dingen die we meemaken in het dagelijks leven verwerken we meestal zonder ons ervan bewust te zijn.
Eén van de belangrijkste verwerkingsmechanismes is dromen.
Verwerken kun je omschrijven als: de dingen een plekje geven. De ervaringen en gebeurtenissen die wij meemaken, met de bijbehorende, gevoelens, gedachten, beelden en fysieke beleving, worden geïntegreerd, dat wil zeggen: opgeslagen in ons brein op een manier die past bij alle andere dingen die we meegemaakt hebben. Je zou dat met behulp van een metafoor als volgt kunnen omschrijven: aan het einde van de werkdag wordt het bureau (brein) opgeruimd, alle dossiers waaraan gewerkt is, worden in het juiste archieflaatje gestopt en het bureau is weer leeg, klaar voor de volgende dag. Er kan weer gewerkt worden.
Trauma
Wat mijn vriendin overkwam met haar voet, kan je echter ook met psychische wonden overkomen. Soms is een gebeurtenis te pijnlijk, te overweldigend, te heftig: ons verwerkingmechanisme trekt het niet meer. Het kan zijn dat het verwerkingsmechanisme niet goed functioneert omdat de interne hulpbronnen niet sterk of adequaat genoeg zijn. Iemand kan overbelast, uitgeput of gestrest zijn. In zo’n geval wordt de gebeurtenis niet verwerkt, niet geïntegreerd. De gebeurtenis blijft zich dan herhaaldelijk aan zo iemand opdringen door middel van nachtmerries, flashbacks, onverklaarbare of onredelijke emoties/reacties, psychosomatische klachten of gedrag dat we niet kunnen plaatsen en ook niet kunnen veranderen. We spreken dan van trauma.
In de psychologie wordt trauma als volgt gedefinieerd: van een trauma is sprake als de persoon die het betreft getuige is geweest van of werd geconfronteerd met één of meer gebeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebrachten, of die een bedreiging vormden voor de fysieke integriteit van de persoon of van anderen. De persoon reageert met intense angst, hulpeloosheid of afschuw.
In de wereld van de psychologie en psychotherapie groeit tegenwoordig het besef dat trauma een bredere betekenis heeft. Als je naar de bovenstaande definitie kijkt vanuit de aanname en Bijbelse zienswijze dat de mens een integraal geheel is van lichaam, ziel en geest, dan kan ‘een ernstige verwonding’ zowel psychisch als fysiek zijn. Nare gebeurtenissen en ervaringen kunnen ook een ernstige emotionele verwonding veroorzaken of een bedreiging vormen voor de emotionele en psychische integriteit van de persoon.
Integratie
Denk bijvoorbeeld aan pesten. Door de herhaalde gevoelens van machteloosheid, hulpeloosheid, schaamte en angst die opgeroepen worden door vernedering en bedreiging, is het voor een kind haast onmogelijk om een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Ook andere nare ervaringen (bijvoorbeeld afwijzing, misbruik, verlating, eenzaamheid of verlies van een dierbare) kunnen vergelijkbare sporen van trauma achterlaten op de ziel, omdat ook die gepaard gaan met gevoelens van angst, machteloosheid, hulpeloosheid en afschuw.
Dit is soms moeilijk te vatten, vooral als we gaan vergelijken. ‘Waarom heb ik nog steeds zo’n last van die situatie van vroeger en mijn zus niet?’ vraagt iemand zich af. Om deze vraag te beantwoorden, wil ik dieper ingaan op het verwerken van gebeurtenissen. Vanuit het neurofysiologisch kader kun je zeggen dat psychische gezondheid gelijk is aan integratie: belevingen en herinneringen die geïntegreerd opgeslagen worden, veroorzaken later geen problemen.
Wanneer er sprake is van een niet geïntegreerde, pijnlijke herinnering kunnen we spreken van een verwonding.
Gevoelsbeweging
Als we een emotie ervaren die ons pijn doet, gebruiken we de psychische en fysieke energie die vrijkomt bij die emotie om op een bepaalde manier te handelen. Een emotie heeft een actieneiging, dat wil zeggen: een emotie zet ons aan tot actie, de fysieke beleving van een emotie zet ons in beweging. Wanneer we die handeling uitvoeren of die beweging afmaken, neemt de lading van de emotie af en komen we tot rust. Het is als een golfbeweging die tot een piek komt en dan wegebt.
Als we bijvoorbeeld de emotie angst ervaren, dus als we bang zijn, kan die emotie ons aanzetten tot vluchten (we zoeken veiligheid) of tot vechten (we verzamelen moed om de bedreiging uit de weg te ruimen). Als we boos zijn, zet ons dat ertoe aan dat we grenzen stellen of opkomen voor onrechtvaardigheid. Als we verdrietig zijn, gaan we huilen, ons verdriet met anderen delen, troost zoeken, enzovoort. Mensen hebben de liefdevolle aanwezigheid en de empathie van anderen nodig om emoties volledig te voelen, de actieneiging toe te laten en in beweging te komen. Daarbij moeten ze zich bewust zijn van de situatie en van zichzelf. Hier ligt een belangrijke taak voor de (kerk)gemeenschap, maar ook de liefdevolle aanwezigheid van God de Vader is belangrijk. Als het ons lukt om de gevoelsbeweging tijdens een gebeurtenis op deze manier af te maken en tot een gezonde actie te komen die we bewust zelf kiezen, is de kans groot dat de emotie niet tot een trauma leidt. Het zelfhelend vermogen van onze ziel kan ervoor zorgen dat de gebeurtenis verwerkt wordt.
Categorieën
In de gebrokenheid van ons bestaan missen we soms helaas die essentiële steun; niet altijd zijn er liefdevolle, empatische mensen aanwezig op het moment dat we die nodig hebben. Hoewel ook volwassenen getraumatiseerd kunnen raken, overkomt het vooral kinderen en jonge mensen dat ze gewond raken doordat hun omgeving niet adequaat op de emotionele beleving reageert. Ook veel christenen zijn op die manier in hun jeugd verwond door onbegrip, verwaarlozing, verlating, vernedering of door een opvoeding die voornamelijk bestond uit moeten, uit verplichtingen, regels en controle. Daardoor hebben ze niet geleerd dat ze hun emoties mogen voelen en evenmin hoe ze de gevoelsbeweging kunnen afmaken. Die verwondingen (trauma’s) dragen ze soms als volwassenen nog met zich mee.
Er zijn twee categorieën trauma’s: trauma’s die ontstaan doordat mensen noodzakelijke dingen onthouden werden en trauma’s die ontstaan door specifieke situaties of gebeurtenissen die een persoon meemaakt. In de eerste categorie vallen hechtingsstoornissen en verwaarlozing. Deze trauma’s komen vaak opnieuw naar boven in het volwassen leven wanneer de persoon proeft wat hij of zij gemist heeft en de pijn en hunkering van het gemis ervaart. In de tweede categorie vallen bijvoorbeeld verkrachting, geweld, vernedering, afwijzing, pesten, verlating en ongelukken.
Overleven
Of het ons verwerkingsmechanisme lukt om een gebeurtenis te integreren in onze ziel hangt van verschillende factoren af. Sommige situaties die voor de een goed te hanteren zijn, kunnen voor een ander heel traumatisch zijn. Van invloed op de mate van traumatisering zijn leeftijd (hoe jonger het kind, hoe overweldigender een situatie kan zijn), het al dan niet ervaren van empatische steun, maar ook het eigen temperament, erfelijke kwetsbaarheid, duur of herhaling van de gebeurtenis of situatie die de negatieve emotie veroorzaakt. Al die factoren zijn van invloed op de ernst van de verwonding.
Een onverwerkt trauma overleven we door ons van binnen op te splitsen in een deel dat het trauma ervaart (traumadeel) en een deel dat het overleeft (overlevingsdeel). Er is dan geen sprake van integratie: de gebeurtenis en de daarbij behorende beleving blijven opgesloten in een ‘neuronet’ dat niet meefunctioneert met de rest van de persoonlijkheid; de gebeurtenis wordt opgeslagen als een fragment. Als zodanig blijft het onverwerkte trauma aanwezig, als het ware los van de rest van onze ziel.
Lijfwachten
Als je op deze manier naar trauma’s kijkt, werpt dat ook een bepaald licht op de missie van Jezus.
Over Hem wordt in Jesaja 61:1 gezegd: ‘De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. (…) om aan verslagen harten hoop te bieden.’ Letterlijk staat er: aan de gebrokenen, de versplinterden van hart. Wanneer wij een getraumatiseerd zielsdeel hebben dat niet geïntegreerd is, kunnen we dat merken doordat we geen regie hebben over wat dat deel van ons doet, voelt en gelooft. Door de fragmentatie verliezen we ook het vermogen om de emoties ervan te kunnen reguleren. We ontwikkelen vervolgens, meestal onbewust, manieren om ermee om te gaan om toch redelijk te kunnen functioneren in het leven. We vermijden situaties of mensen die het pijnlijke gevoel oproepen, we ontwikkelen verslaving om de activering van het oude gevoel te verdoven, we zorgen voor voortdurende afleiding. We negeren ons lichaam en onze gevoelens en houden met ons hoofd de regie, waar dingen wel kloppen. We houden mensen op afstand, zodat we onze eigen kwetsbaarheid niet hoeven voelen. We zijn heel creatief in het vinden van manieren om minder last te hebben van onze verwondingen.
Veel van deze overlevingsmechanismes ontwikkelen we al vrij vroeg, als we jong verwond zijn. Ze zijn bedoeld als lijfwachten om ons te beschermen en te helpen. Maar hoe ouder we worden, hoe meer deze patronen vastgeroest raken, totdat ze uiteindelijk zelf het probleem worden. Onze lijfwachten worden cipiers die onze ziel gevangen houden. In onze relatie met God worden we uitgenodigd om oude beschermingspatronen los te laten en het licht van God naar binnen te laten schijnen, zodat we geheeld kunnen worden (Luc. 11:36).
Relaties
Hoe komen wij dan tot heelheid en volwassenheid? Het is een proces dat we in elk geval als individu te doorlopen hebben, maar waarbij we elkaar ook absoluut nodig hebben. Een kerkgemeenschap vervult hierin een belangrijke rol. Door liefdevolle acceptatie van elkaars verwondingen en gebrokenheid kunnen we elkaar bemoedigen in het doorvoelen van de pijnlijke emoties van het verleden. Een mooi gezegde hierbij is: zoals wij verwond worden in de context van relaties, worden wij ook geheeld in de context van relaties.