Ik val niet uit zijn hand
2013-11-01
‘Als je een succesverhaal zoekt, dan moet je niet bij ons zijn. Ik bedoel dan een verhaal van iemand die ziek is geworden – die door God is stilgezet – en er sterker uit komt dan hij was voor zijn ziekte. Voor zo ’ n verhaal ben je bij ons niet aan het goed adres. Het zou geen recht doen aan de werkelijkheid.’- Jaargang 57
- nummer 21
Aan het woord is de christelijk-gereformeerde predikant Bert Renkema. In 2008 verhuisde hij met zijn vrouw Miranda en hun drie kinderen van Haarlem naar Hilversum. Nu, vijf jaar later, is hun leven anders dan zij zich dat bij de verhuizing hadden voorgesteld. Bij Bert werd in de zomer van 2012 een goedaardige tumor ontdekt bij de hersenen en hij moest neurochirurgische operaties ondergaan. Op dit moment zijn de operaties achter de rug, maar de spanning en onzekerheid blijft.
Tijdens de eerste operatie, die risicovol was en ruim achttien uur duurde, zorgden complicaties voor een beschadiging van de aangezichtszenuw, waardoor Berts gezicht halfzijdig verlamd raakte. Sinds die operatie zijn er daardoor grote beperkingen, onder andere op het gebied van gehoor, evenwicht en motoriek, gezichtsvermogen en vooral ook spreken. Bert en Miranda wachten momenteel op de resultaten van een inmiddels uitgevoerde tweede operatie; de uitkomst is nog onzeker. De vraag is of Bert zodanig zal herstellen dat hij weer kan preken en weer aan het werk kan als predikant.
Waaromvraag
In het afgelopen jaar hield Miranda een weblog bij waarop ze berichtte over de medische situatie van Bert, maar ook woorden gaf aan haar gevoelens, gedachten en geloof in deze moeilijke maanden. Ondanks deze openheid op het internet twijfelden ze over dit interview omdat ze geen pasklare theologische antwoorden hebben op de vraag bijvoorbeeld waarom Bert zijn ambt, waardoor hij door God geroepen is, niet meer kan uitvoeren.
‘We zitten nog middenin het proces om een manier te vinden om met wonden om te gaan,’ zegt Miranda. Bert vult aan: ‘We zijn echt nog aan het zoeken. Maar in die zoektocht heb ik nooit de waaromvraag gesteld in de zin van: God, waarom overkomt mij dit? Ik heb God nooit ter verantwoording geroepen, want ik weet dat aan christenen het lijden niet voorbij gaat.’ Hij illustreert dit met een voor hem veelzeggend voorbeeld. Er zijn in het afgelopen jaar veel mensen geweest die uit medeleven de opmerking maakten: ‘Waarom moet dit jullie overkomen?’ Bert antwoordde dan vaak met een tegenvraag: ‘Waarom ons niet eigenlijk?’
Diepere betekenis De waaromvraag hield Bert dus niet zo bezig. Wel rees bij hem vaak de vraag naar de zin van wat hem en daarmee zijn gezin is overkomen. ‘Het afgelopen jaar lijkt een verloren jaar en voor mijn gevoel is dat het ook. Ik heb wel dingen meegemaakt die kostbaar en waardevol zijn, die van betekenis zijn. Maar een antwoord op de vraag naar de zin van deze tijd heb ik niet.’
Miranda knikt en vult dit aan met een ervaring uit het afgelopen jaar. Soms proberen mensen ons te bemoedigen door te zeggen: ‘Als je maar veel bidt, dan geneest hij wel weer. Het komt wel weer goed. Later zul je begrijpen waarom dit moest gebeuren.’ Even laat ze een stilte vallen. ‘Maar er zijn zoveel voorbeelden in de Bijbel waarin mensen de betekenis helemaal nooit hebben begrepen.’ Bert: ‘Maar ik hoef gelukkig ook niet actief te zoeken naar een antwoord op de vraag wat hier de bedoeling van is. Ik geloof dat je soms geen antwoorden krijgt omdat we leven in een gebroken wereld. Door die gebrokenheid kunnen ons dingen overkomen zonder dat daar altijd een diepere bedoeling voor onszelf achter hoeft te zitten.’
Niets van onszelf Hoewel ze de vraag naar de betekenis en de zin van wat hen is overkomen niet kunnen beantwoorden, zijn hun gedurende de periode wel andere fundamentele zaken duidelijk geworden. Bert: ‘Ik heb geleerd dat ziekte, tegenslag, lijden en onmacht een mens niet vanzelfsprekend dichter bij God brengen. Als God mij niet had vastgehouden, dan had ik het geloof allang losgelaten.’
Er valt een stilte. ‘Voor mijn ziekte zat er al niet veel van mezelf in, maar nu zit er helemaal niets meer in van mijzelf.’ Miranda herkent zijn woorden. ‘Mensen hebben wel eens gezegd dat ze het knap van ons vonden dat we zo dicht bij God konden blijven. Maar dat was helemaal niet knap want dat was echt niet onze verdienste. God heeft ons vastgehouden. Dat is bijzonder om te ervaren en geeft moed voor een andere keer. God is en was de sterke grond onder de afgelopen periode.’ Op de vraag of het haar dan alleen passief is overkomen, vult Miranda zichzelf aan: ‘De allerdiepste grond onder mijn leven is de zekerheid dat ik nooit uit Gods hand val, en die zekerheid ligt vast buiten mij, dat is puur genade van God. Wel was het een bewuste keuze om in alles wat er gebeurde te proberen dicht bij Hem te blijven, ik had me ook voor God af kunnen sluiten.’
Grote vragen
Op de vraag of ze zich altijd voor God hebben kunnen openstellen, antwoordt Bert in alle eerlijkheid.
‘Vaak wel. Maar er zijn momenten geweest dat ik het niet kon. Ik heb gewoon dagen gehad dat ik lichamelijke pijn had en dat ik niet met geestelijke zaken bezig kon zijn. Ik was in die dagen zo gefixeerd op wat mij lichamelijk overkwam dat er geen ruimte was voor omgang met God.’ Op deze woorden van Bert volgt een soort korte schuldbelijdenis. ‘Misschien dat ik voorheen, als predikant en pastor, wel eens te gemakkelijk tegen mensen heb gezegd dat ze in moeilijke perioden juist bij God moesten zijn en moesten bidden. Maar nu realiseer ik dat je soms echt geen contact met God kan maken.’
Miranda haakt in op die woorden door te zeggen dat ze daar verschillend in stonden. ‘Ik heb die lichamelijke moeiten niet zelf gevoeld, ik stond ernaast – dat maakt misschien dat ik wat meer gelegenheid had om dingen, ook in geloof, te overdenken.’ Soms hielpen preken haar daarbij. Zoals een preek over Prediker 7:2, waar staat dat het beter is in een huis van rouw te zijn dan in een huis vol feestrumoer. ‘Dat lijkt een rare uitspraak, maar wat die tekst wil zeggen is dat je in moeilijke perioden van het leven gedwongen bent om stil te staan, dat je juist dan met grote vragen geconfronteerd wordt. Juist in die diepte heb je een kans om meer van Gods liefde te leren, om wijsheid op te doen, zoals die tekst zegt, en dat is wat ik graag wilde.’
Psalmen
Ze onderstreept dit door te vertellen dat ze ontdekt heeft dat de blijdschap die je in God hebt en de relatie met God niet afhankelijk zijn van de omstandigheden. ‘De blijdschap in God is een blijdschap niet om wat Hij geeft, maar om wie Hij is. Dat is een lijn die je in veel psalmen terugziet, bijvoorbeeld in Psalm 16, Psalm 4, Psalm 131. Juist te midden van moeilijke omstandigheden spreken die psalmen van blijdschap en van veiligheid en rust bij God. Psalm 4 zegt: die veiligheid en vrede van de Here God is mij meer waard dan wat ook, daarmee heb ik eigenlijk alles. En ook Psalm 23 zegt zoiets: hoe de omstandigheden ook zijn, ‘mij ontbreekt niets’. Dat is een heel mooie lijn die heel sterk voor ons is gaan leven en waar we houvast in hebben gevonden‘.
Overgave
Echt iets nieuws hebben Bert en Miranda niet geleerd. ‘Theologisch wisten we dit natuurlijk allemaal best.
Maar nu hebben we ervaren dat het ook zo is, want er is een verschil tussen het verstandelijk weten en je er zelf aan overgeven. Het vraagt om overgave om je in slechte dagen ook aan Hem toe te vertrouwen.’
Bert merkt daarbij op dat hij ontdekte dat veel mensen, ook christenen, het moeilijk vinden met ziekte of tegenslag om te gaan. ‘Als het goed gaat, dan zien en ervaren ze God. Maar als het niet goed gaat, dan raken ze in paniek en weten ze het niet meer zo goed. Dan verbind je dus eigenlijk voorspoed in je leven met Gods zegen en nabijheid. Maar wanneer er lijden in je leven komt, dan zijn die zegen en nabijheid er niet minder.’ Miranda zegt dat dit ook een reden was om wat langer door te schrijven in de nieuwsbrieven en de blogs: ‘Door wat meer te laten merken van wat er in ons omging, meer dan alleen de medische stand van zaken, hoopten we dat we ook anderen misschien wat konden bemoedigen.’ Zelf hebben Bert en Miranda ook vaak de hulp van anderen nodig gehad. Bert: ‘Ik leefde een lange tijd op gebed van anderen. Ook het omzien uit de kring van collega’s heeft ons geholpen. Ze kwamen heel vaak ongevraagd op het goede moment langs. Daar heb ik Gods hand in gezien.’ Als Bert Deo Volente over een paar maanden weer als predikant aan het werk mag, dan is dit iets wat hij mee zal nemen. ‘Als je het hebt over de vraag hoe je het lijden een plek kunt geven in de gemeenschap, dan weet ik niet precies hoe je dat moet doen. Ik denk dat het niet altijd te organiseren valt. Maar dat we in de gemeente aan elkaar gegeven zijn om elkaar te dragen en met Gods Woord verder te helpen, dat heb ik zelf in de afgelopen tijd wel op een heel bijzondere manier ervaren.’ Tegelijk was er juist op dit punt soms ook spanning. Aan de ene kant waren ze gewone gemeenteleden die te kampen hadden met ziekte en tegenslag. Aan de andere kant had Bert als predikant een ambtelijke taak in diezelfde gemeente en voelden ze zich bezwaard omdat ze de gemeente niet konden dienen.
Realistisch
De afgelopen maanden zullen in de toekomst zeker invloed hebben op zijn pastorale werk en op zijn preken.
Bert en Miranda herkennen zich in de woorden van Henri Nouwen, die schrijft dat gebrokenheid niet alleen iets is om verdriet van te hebben, maar ook zorgt voor meer empathie. ‘Je kunt daardoor inderdaad sneller van hart tot hart met mensen spreken, en dat werkt ook andersom. Als je in een kwetsbare periode zit, heb je diepgaande gesprekken met mensen die bij jou komen, maar mensen komen ook sneller met eigen moeite bij jou. Het creëert openheid.’
Of Bert ooit weer als dominee aan het werk kan, is nog hoogst onzeker. Er klinken woorden als echo terug. ‘We zijn onderweg naar een nieuwe wereld, maar onderweg ernaartoe ontmoet je gebrokenheid. Sommigen noemen dit neerslachtig, maar ik noem het realistisch. Maar dat betekent niet dat het gemakkelijk is. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik niet meer terug kan komen.’ ‘De liefde voor het werk is misschien in deze periode nog wel meer gegroeid,’ zegt Miranda. Bert knikt en vertelt enthousiast hoe hij bezig is met een preek voor de startzondag, die iemand anders dan zal voordragen. Hij voegt daar aan toe: ‘We kijken gespannen uit naar wat God gaat geven.’