Lijden om Christus’ wil
2013-11-01
Heb je wel eens een dreun gekregen, enkel en alleen omdat je trouw je Heiland wilt volgen? Dat hoeft niet altijd lichamelijk te zijn, er zijn meer manieren om je een flinke opdoffer te geven. Hoe ga je daarmee om?- Jaargang 57
- nummer 21
Prediker noemt het een grote leegte dat de wereld in veel opzichten op z’n kop staat. De mensen met de grootste ellenbogen komen het verst en worden uiteindelijk eervol begraven, terwijl de eenvoudige maar rechtvaardige mensen over het hoofd worden gezien en na hun sterven snel vergeten worden. Rechtvaardigen valt ten deel wat zondaars verdienen en zondaars valt ten deel wat rechtvaardigen verdienen (Pred.
8:10 e.v.). Daar klopt niets van! En hoe tenenkrommend kan het zijn. Niet zelden zit je juist als christen aan de kant waar het pijn doet.
Verdragen
Je kunt je baan erdoor verliezen. Als je plezier hebt in je werk en niet alleen mensen maar ook God daarin dient, kun je op een negatieve manier bekeken worden. Net zoals Daniël overkwam. Hij deed zijn taken met toewijding en werd daarin gezegend, prompt kreeg hij te maken met jaloezie en vergaande onverdraagzaamheid.
Zijn collega’s pikten dat niet, zeker niet van een Jood. Zij wilden hun wereldje van eigenbelang, manipulatie en intriges niet opgeven. Wat hen betreft mocht Daniël eindigen in de leeuwenkuil. Zo ging dat en zo kan dat nog steeds gaan. Als christen kun je onuitstaanbaar zijn. Daar kun je zelf aanleiding toe geven, pas daarvoor op. Voel je niet beter en zie niet op anderen neer. Maar ook al ben je nog zo open en vriendelijk, je geloofshouding kan al voldoende reden zijn om negatief over je te rapporteren en je buiten te sluiten.
Waar doe je goed aan als je solliciteert? Zet je in je cv dat je christen bent? Dat kan in je nadeel zijn. Maar het is toch ook gek om het weg te laten? Ga je je schamen voor je Heer? Ik weet van een jongeman die werd geweigerd bij de commando’s enkel en alleen omdat hij in een kleine groep op een gevaarlijke missie de eenheid zou kunnen verstoren met z’n bidden en Bijbellezen. Dat was een enorme teleurstelling voor hem. Zoiets gebeurt ongetwijfeld vaker bij sollicitaties, ook al zal het niet altijd zo gezegd worden. Heel onrechtvaardig voelt dat aan. De mooiste kansen kun je daardoor missen. Hoe verwerk je dat?
Wat God zei tegen Samuël lijkt me nog steeds een geweldige eyeopener. Die trouwe profeet paste ineens niet meer in de verwachtingspatronen van het volk, dus moest hij het veld ruimen voor een koning. Hij bad daarover tot de Heer, waarop hij dit antwoord uit de hemel kreeg: ‘Ze verwerpen niet jou, maar Mij’ (1 Sam. 8:7)! Daar zat de diepste reden, daarom moest Samuël weg, het ging niet om hem.
Paulus schrijft net zoiets. Als hij enorm veel moet lijden voor de gelovigen in Laodicea zegt hij dat hij in zijn lichaam aanvult wat aan Christus’ lijden ontbreekt (Kol. 1:24). Dat klinkt eerst wat raar in de oren, Christus heeft toch alles volbracht? Ja, dat is zeker zo. Maar Hij wordt nog steeds verworpen. Paulus zit niet in de gevangenis omdat hij een saai mannetje is, nee, het gaat om zijn boodschap, om Jezus Christus. ‘Ze verwerpen niet jou, maar Mij!’ Dit kan een heel andere kijk op je situatie geven als je iets dergelijks overkomt. Dit is wat je kunt verwachten als je Jezus volgt. Hij heeft zijn leerlingen daar op voorbereid toen Hij zei: ‘Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze Mij eerder haatte dan jullie. Ze hebben Mij vervolgd, dus zullen ze jullie ook vervolgen’ (Joh. 15:18-20). Als je wordt verworpen om Hem, rekent de Heer dit als een daad die rechtstreeks Hem wordt aangedaan. Hij vroeg niet aan Saulus waarom hij de christenen vervolgde, maar Hij zei: ‘Waarom vervolg je Mij?’ (Hand. 9.4). Dan mag je als christen je rug rechten, om dit met ere te ondergaan. Petrus schrijft: ‘Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust’ (1 Petr. 4:14). Dat is een heel andere kijk. Ook al ben je boos en teleurgesteld over de mogelijkheden die je worden afgepakt, je bent niet iemand van de gemiste kansen, integendeel. Kennelijk ben je iemand in wie de Geest van God herkenbaar is. Petrus zegt: wat wil je nog meer? Dit is je nieuwe leven, waarin Christus tevoorschijn komt en dat tegen spot en leed bestand is. Verheug je daarover! ‘Het is een blijk van Gods genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen’ (1 Petr. 2:19). Kruisdragen doe je nooit alleen, maar achter Jezus aan die nu regeert. Hij komt voor je op.
Sterven
Toch heeft kruisdragen primair een andere betekenis. Dan gaat het niet over het kruis dat anderen op je leggen, maar om het kruis dat je zelf oppakt. Zo zegt Jezus het: ‘Wie achter Mij aan wil komen moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. Want wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden’ (Mat. 16:24,25). Dit is duidelijk het lijden om Christus’ wil, een lijden waar je zelf voor kiest, het ingaan tegen jezelf, tegen je oude mens, vaak in stilte.
Juist in een tijd van uiterlijke vrede, welvaart en liberale ruimdenkendheid kan dat innerlijk een heftige strijd zijn. Paulus schrijft in haast extreme bewoordingen hoe hij het nodig vond om al het ogenschijnlijk waardevolle in zijn leven als afval weg te doen om Christus te winnen en één met Hem te zijn. ‘Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan Hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan’ (Fil. 3:10). De oude mens is onverzadigbaar, die begeert en consumeert tegen de klippen op. Als nieuwe mens heb je dat door, je zoekt naar hamer en spijkers om die oude natuur te kruisigen. Maar elke spijker sla je in je eigen vlees. Soms is Christus de enige die dat ziet. Hij zal je daar om prijzen en rijkelijk belonen. Maar het verborgen karakter hiervan maakt dat we dit lijden over het hoofd kunnen zien. Bidden voor vervolgde christenen is gemakkelijker, concreter. Bovendien zit daar niets in om je voor te schamen. Kennen we dit lijden? Hebben we hier woorden voor om elkaar hierin te bemoedigen? Het heeft er soms iets van weg dat de christen vandaag alleen nog maar in de overwinning wil staan.
Delen in de overwinning mag, zeker, maar opstaan in een nieuw leven zonder dat het oude sterft, bestaat niet. Vraag elkaar daar eens naar, niet alleen naar wat je doet voor Christus maar ook naar wat je voor Hem laat en wegdoet en hoeveel moeite dat kan kosten. Dan kun je elkaar misschien helpen uit allerlei verslavingspatronen of bij moeilijke keuzes. Gelukkig worden die nog gemaakt. Het komt voor dat een verkering wordt beëindigd om Jezus’ wil, omdat het niet mogelijk blijkt Hem samen te volgen ondanks het gevoel van onderlinge verbondenheid.
Ik weet van mensen die om Christus’ wil hun baan opgaven omdat van hen werd verwacht dat ze klanten zouden misleiden. Iemand bij de bank verliet zijn toppositie omdat hij voor zijn geweten niet mee kon gaan in de spiraal van steeds grotere risico’s met andermans geld. Ik ken de homofiel die in geloof besloot in de eerste plaats christen te zijn en te kiezen voor een leven in seksuele onthouding omdat hij alleen wil ontvangen wat duidelijk van God komt. Stuk voor stuk ingrijpende, pijnlijke beslissingen die een wond achterlaten. Ze zijn zonder twijfel met veel voorbeelden aan te vullen. Maar vooral is nu de vraag: herkennen we dit als lijden om Christus’ wil?
Kunnen we dit ook zo benoemen? In mijn beleving hoor ik te vaak mensen zeggen dat iets wel of niet mag van de kerk, op een manier die eerder afstandelijk is – alsof de kerk een boosdoener zou zijn, een traag instituut dat niet meegaat met de tijd waarin de dingen gewoon gebeuren. Dat lijkt me funest voor de persoonlijke motivatie. Want we volgen niet de kerk, wij volgen Jezus Christus. De kerk staat ook niet boven ons, maar zij is de gemeente om ons heen die ons helpt Christus te volgen, zonder dat zij daarbij een eigen agenda heeft. Als we dat helder zien en benoemen, kunnen we elkaar beter bemoedigen in voorkomende situaties. Dan kunnen we zomaar zeggen, na een spannende afweging: we weten dat dit je pijn doet, maar wat fijn dat je voor Christus kiest! Zo wordt kruisdragen weer eervol.
Dragen
Ook hebben we een kruis samen te dragen. Het wordt ons opgelegd en we kiezen ervoor. Jezus voorspelde namelijk dat velen het geloof zullen verliezen en iets daarvan maken we nu in Nederland mee. Kerken lopen leeg. Monumentale gebouwen, waarin vroeger God werd aanbeden, worden omgebouwd tot appartementencomplex of winkelcentrum. Veel wetenschappers zien de natuur als een eigen grootheid, de leer van de evolutie laat geen ruimte voor zondeval of schuld. Dus is er ook geen verzoening nodig. Wat blijft er dan aan boodschap over? Een positieve levensinstelling kun je ook wel ergens anders leren.
Dit denken heeft snel om zich heen gegrepen. Niet alleen is er een enorme kerkverlating op gang gekomen, ook is er onder christenen een verschuiving merkbaar naar kringen waar minder accent wordt gelegd op Gods vrije gunst en het ontvangen van verzoening.
Zo zien we ook in eigen kring de kerkgang afnemen. Leden nemen soms zomaar ineens afscheid. Lege plekken omringen de trouwe kerkgangers. Lijden aan de kerk wordt dat genoemd. Zij die blijven, kunnen daar somber van worden en zich ook zelf steeds negatiever over de kerk uitlaten.
Maar zou ook hiervoor niet gelden wat Jezus tegen Saulus zei? ‘Ze verwerpen niet jullie maar Mij!’ Natuurlijk moeten de kerken daarvoor dan geen aanleiding geven door bijvoorbeeld op een starre manier het contact met de maatschappij en de nieuwe generaties te verliezen. Maar als je eerlijk en eigentijds kerk wilt zijn als verkondiger van Jezus Christus die gekruisigd is en opgestaan, probeer dan ook het proces van zijn verlating te doorstaan met opgeheven hoofd. Kom op voor je Heer als Hij verworpen wordt en doe vooral niet mee aan het doemdenken over de kerk. Bovendien zijn er ook positieve signalen van oprechte vraag naar geloof. ‘God houdt zijn kerk in leven,’ zingen wij, en ‘een wolk van Godsgetuigen omringt ons in de strijd.’ Door zo samen te zingen, helpen we elkaar om met vertrouwen te blijven spreken over de Heer én zijn kerk. Ons kruis moeten we niet slepen maar met ere dragen.