Open en eerlijk over verslaving

2013-11-01
  • Jaargang 57
  • nummer 21
‘We willen getuigen over een van de meest intieme momenten van het mensenleven: seksualiteit. We willen niet langer meer in de duisternis staan, maar in het licht treden.’ Met deze woorden begon het getuigenis van Kees en Linda (beiden 33 jaar), dat ze vorig jaar samen voorin de kerk hebben uitgesproken.
Het ging over de gevolgen van de seksverslaving van Kees; eerlijk, open, dapper en kwetsbaar.

Die stap naar openheid wilden ze allereerst zetten om zelf in het licht te treden en op weg te gaan naar vergeving en bevrijding, maar ook omdat ze het taboe wilden doorbreken. ‘Het kan heel goed zijn dat er broers en zussen zijn die met dezelfde problemen worstelen. Houd het niet geheim, maar ga praten met mensen.
We weten uit ervaring dat de duivel de schaamte gebruikt. Hij vindt het alleen maar fijn als je er niet over praat, want dan kunnen er ongemerkt etterende wonden ontstaan. Worstel je er niet mee, wees God daar dankbaar voor en bied een luisterend oor aan hen die er wel mee worstelen; veroordeel hen niet.
De strijd die ze strijden is zwaar.’ Kees en Linda hebben in hun getuigenis niet alleen de blik gericht op volwassenen, maar vooral ook op de jongeren.
Linda richtte zich speciaal tot hen: ‘Jullie groeien op in een wereld die schreeuwt over en om seks, een wereld die schreeuwt dat een relatie en vooral seks iets is waar jijzelf beter van moet worden en van moet genieten. God leert ons iets anders. God laat duidelijk zien dat seks een geschenk voor binnen het huwelijk is. Juist omdat jullie opgroeien in een wereld waarin een heel ander beeld wordt uitgestraald, roep ik jullie op om vragen te gaan stellen over hoe God relaties en seks heeft bedoeld. Ga praten met mensen in de kerk om een goed beeld te krijgen.’

Verknipt beeld
Deze oproep aan de jongeren ging gepaard met een oproep aan ouders om woorden van waarheid en liefde door te geven aan jongeren. Niet zonder reden. Juist die woorden heeft Kees in zijn jeugd gemist. Hij vertelt erover tijdens dit interview. ‘Ik kom uit een christelijk gezin, maar er werd bij ons thuis niet gesproken over gevoelens, en zeker niet over seksualiteit en het aangaan van relaties.’ Kees is eerlijk en geeft toe dat dat niet de enige oorzaak is van zijn verslaving, maar wel de basis. ‘Ik vergat een ding: hoe heeft God seksualiteit bedoeld? Ik was ervan overtuigd dat seks voor het huwelijk niet de bedoeling was. Maar alle dingen eromheen waren geen probleem voor mij: seks op televisie, porno, tijdschriften. Ik zag vrouwen als lustobject.’
De verslaving van Kees begon in het onschuldige. Hij zocht een uitweg uit lichttraumatische ervaringen, acceptatie, een plek om zich op zijn gemak te voelen. Jaren later, op zijn zeventiende, kreeg hij een relatie met Linda. Zij vertelde hem dat zijn beeld en praktijk van seksualiteit niet normaal waren. Daar werden ze het samen over eens, maar in hun reactie waren ze enigszins naïef. ‘We dachten: als we straks getrouwd zijn, dan houdt het wel op; als je getrouwd bent, speelt de verslaving geen rol meer, want dat is immers de plek waar alle ruimte is om seksualiteit te beleven.’
Kees zucht en vervolgt. ‘Ik wist toen nog niet goed dat er een heel andere oorzaak achter het verlangen en kijken naar porno zit. Die oorzaak ben ik de afgelopen jaren gaan ontdekken en ik ben gaan inzien dat het beeld dat ik van seks had, verknipt was.’
Het probleem onder ogen zien is een, ermee aan de slag gaan wat anders. Linda illustreert dit ironisch. ‘In december zijn we twaalfenhalf jaar getrouwd, maar ik moet zeggen dat hij mij eigenlijk nog niet een jaar trouw is geweest; zo bekijk ik dat. Het is toch zo, dat als je je door je oog laat verleiden, dan is het al zonde.
Dat geldt voor Kees, maar ook voor mij. Je maakt samen fouten en doet zonde.’ Hier wil ze niet al te lang over nadenken. Tranen liggen op de loer.

Tranen
Die tranen hebben de afgelopen jaren vaak en veel gestroomd. Niet alleen worstelde Kees, en Linda met hem, met een verwoestende verslaving, er waren ook problemen in de relatie met zijn ouders. De vader van Kees bleek net als hij te worstelen met relaties en seksualiteit. Hij had buitenechtelijke relaties gehad. Linda: ‘We zien het echt een beetje als erfzonde. De opa van Kees had soortgelijke problemen.’ Dat zorgde voor spanning: zou dit ook met Kees gebeuren als hij niet rigoureus met zijn zonde brak?
De manier waarop de ouders van Kees met deze problemen omgingen, maakte het moeilijk. Linda: ‘Het moest koste wat kost geheim blijven, maar dat wilden en konden wij niet. Openheid is volgens ons een stap vooruit en biedt perspectief.’ Kees vult aan: ‘Wij hadden te maken met dezelfde problemen en wilden graag met hen praten.’ Dat gesprek is er nooit gekomen en de verwijdering gaf een sterk gevoel van eenzaamheid.

Vicieuze cirkel
Kees raakte daardoor gevangen in een vicieuze cirkel. Hij durfde er met Linda niet over te spreken dat hij nog altijd met zijn verslaving worstelde. ‘Je weet niet waar je goed aan doet. Als je er open over bent, dan kwetst het haar en heeft het een uitwerking op haar. En als het een uitwerking op haar heeft, dan ook weer op mij. Zo houd je elkaar gegijzeld.’
Uiteindelijk ging Kees in gesprek met een therapeut. Hij leerde zichzelf kennen, maar durfde nog geen schoon schip te maken, ook niet na het getuigenis van vorig jaar in de kerk. Linda zegt tegen hem: ‘Je kent je eigen probleem nu goed, maar je gaat de confrontatie niet aan. Daardoor blijf je erin hangen.’
Even is het stil, dan antwoordt Kees: ‘Ja, dat weet ik zelf ook. Vaak is het ook dat je dingen gewoon maar moet doen. Maar dat gewoon doen betekent wel dat ik door bepaalde fases heen moet gaan en daar zie ik tegenop. Ik zat echt in een emotionele achtbaan toen ik het verhaal van mijn vader hoorde; toen kwam zelfs wel eens de gedachte op om er een einde aan te maken. Het was uitzichtloos. Diezelfde pijn en moedeloosheid wil ik niet nog een keer ervaren.’ Linda knikt begrijpend, maar voegt eraan toe. ‘Je gebruikt dat vaak als excuus, en van uitstel komt afstel.’
Linda is, ook al zegt ze dit zo recht voor z’n raap, beslist geen harde en weinig invoelende vrouw. Integendeel, zij heeft in de afgelopen jaren misschien wel de grootste verandering doorgemaakt. Niet alleen Kees doet dingen verkeerd, maar zij ook. ‘Vaak is het zo dat je tegenover elkaar gaat staan in zo’n verslaving. Maar God heeft me laten zien dat ik naast Kees mag gaan staan. Het is heel gemakkelijk als partner om er tegenover te gaan staan en te zeggen: het ligt allemaal aan jou. Zo werkt het natuurlijk niet. Ik doe ook dingen verkeerd. Ik denk dat God mij dat heel duidelijk heeft laten merken door gedachtes en mo menten. Ik ben nogal vasthoudend en opvliegend, ik kan behoorlijk direct over komen. Dat heb ik afgeleerd tegen Kees. Zonder Gods hulp had ik me dat niet gerealiseerd en was ik niet veranderd.’ Kees is blij met wat ze zegt. ‘Ja, als zij niet was veranderd, dan hadden we heel anders tegenover elkaar gestaan en niet hier gezeten.’

Houvast
God heeft haar veranderd en is haar houvast. Dat heeft ze nodig, want hoewel er onder andere door het getuigenis voorin de kerk wel wat openheid is ontstaan, blijft het gesprek met anderen moeilijk. Er is nog veel onbegrip, oordeel en schaamte. Dat maakt haar soms eenzaam. ‘Er zijn eigenlijk maar twee vriendinnen bij wie ik helemaal mezelf durf te zijn en aan wie ik alles durf te zeggen. God is mijn enige houvast geweest om maar gewoon door te gaan in het vaste geloof dat Hij het goed zal maken. Ik zie het als een soort navelstreng. Van wie moet ik het anders verwachten?’
Kees staat anders in het geloof. ‘Ik ben meer een kennisgelovige en vind het moeilijk om wat ik weet te verbinden met het leven. Het ontbreekt mij aan goede hulp om meer met God bezig te zijn. Ik weet ook wel dat God je altijd ziet en er altijd voor je is, maar dat ervaar ik niet zo. Misschien komt dat ook wel doordat ik de hemelse Vader vaak vergelijk met mijn aardse vader.’ Linda vult aan: ‘Voor mij is geloven ook overgeven en daar heeft Kees veel meer moeite mee, in alles van het leven. Hij wil altijd de touwtjes in handen houden. Die zou hij moeten loslaten, ook om van zijn verslaving af te komen.’ Kees geeft haar gelijk. ‘Ik ben alleen bang voor het onbekende, voor de pijn. Hopelijk kan ik binnenkort zeggen: God, kom binnen en breek de boel af om er iets moois voor in de plaats te bouwen.’

Toekomst
Linda hoopt dat de gemeenschap daarin ook een rol mag spelen. ‘Openheid zorgt ook voor een opdracht naar de ander toe. In de gemeenschap draag je elkaars lasten. Dat betekent niet dat je alles van elkaar goed moet vinden. Vermaning hoort er zeker ook bij, maar we zijn niet alleen een groep die blijdschap met elkaar deelt. God geeft ons een opdracht om samen op te trekken. Jezus deed niets anders dan omzien naar mensen met moeiten. Hij was er voor ons.’
Niet iedereen hoeft op dezelfde manier te helpen in het dragen en delen van lasten, voegt Kees toe; niet iedereen heeft er de talenten voor. Maar in eenzaamheid de strijd aangaan is gedoemd te mislukken; eenzaamheid is de voedingsbodem van de duivel, dat hebben Linda en Kees ervaren.
Afsluitend kijkt ook Kees naar de jeugd van de kerk en naar de kinderen in hun eigen gezin. ‘Wat zal er met hen gebeuren als hun niet een goed beeld van relaties en huwelijk wordt bijgebracht? Ik hoop dat wij en andere christenen, ondanks alles, goede voorbeelden zijn van hoe God seksualiteit en relaties bedoeld heeft.’

Kees en Linda heten in werkelijkheid anders. Zij staan open voor contact met anderen met soortgelijke problematiek. Mocht u contact met hen willen zoeken, dan kan dat via de redactie. Vertrouwelijkheid is daarbij gewaarborgd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief