Bidden met de psalmen

2013-11-01
  • Jaargang 57
  • nummer 21
Kort en krachtig kun je pastoraat omschrijven als: God ter sprake brengen bij de mensen en mensen ter sprake brengen bij God1. Puur het feit dat je komt als geroepen betekent al dat de pastorant zijn verhaal ‘voor Gods aangezicht’ vertelt. Alleen al door er te zijn, komt God ter sprake. De kunst is om dan zo te luisteren dat je daarna op een manier die aansluit bij de persoon die je bezoekt, hem/haar ter sprake brengt bij God.

Een bijzonder rijk hulpmiddel daarbij vormen de psalmen. Ze zijn de liederen waarin Gods volk reageert op de openbaring van God en tegelijk zijn ze een belangrijk deel van die openbaring zelf. Alles wat mensen meemaken, van de hoogste vreugde tot de diepste nood, komt er op een persoonlijke en herkenbare manier in voor.
De nieuwtestamenticus N.T. Wright schreef er onlangs een boek over: The Case for the Psalms: Why They Are Essential. Hij betoogt dat wij door de psalmen te bidden en te leven binnenkomen in een hele wereld waarin je God steeds persoonlijker kunt leren kennen en betrekken in je leven. Je leert richting en leiding in je leven te ontvangen.

Gebedspastoraat
In de NGK Apeldoorn bieden we een vorm van gebedspastoraat aan waarin de psalmen centraal staan (zie www.tabernakelkerk.nl onder Pastoraat). We hebben daarin veel geleerd van de NGK Houten die daar geregeld waardevolle cursussen voor aanbiedt. In Apeldoorn hebben we aan het gebedspastoraat een eigen kleur gegeven met het centraal stellen van de psalmen.
Als we in het pastorale bezoekwerk iemand ontmoeten die met hardnekkige problemen kampt, nodigen we hem of haar uit voor een intensieve vorm van pastoraat: drie gesprekken van een uur, met een tijd later nog een evaluatiegesprek. Als voorbereiding vragen we twee dingen: zoek eerst een gedeelte van een psalm waarin je jezelf herkent, en bedenk vervolgens wat je van God verlangt.
Als het zover is, ontvangen we hem/ haar met twee leden van het gebedsteam, een man en een vrouw of twee vrouwen. Na de kennismaking vragen we de bezoeker om het gekozen psalmgedeelte voor te lezen. Daar spreken we over door en vervolgens vertelt de pastorant wat hij/zij van God verlangt.
Daarmee gaan we in gebed naar God toe, doorgaans volgens het ministrymodel waarbij twee bidders naast je staan. We zien uit naar de verhoring van het gebed; over die verhoring spreken we op een volgende bijeenkomst.

Valkuil
Dit is heel in het kort hoe het gebedspastoraat in zijn werk gaat. Voor ik daar meer over ga zeggen, is het goed om door te geven wat ik leerde van Mary Pytches, de vrouw die aan de wieg stond van New Wine. Dat ging over het moment waarop je iemands trauma uit een ver verleden bespreekt, waarbij de pastorant als het ware aan zichzelf denkt als kind. Pytches zei daarover: ‘Als je een geliefde pastor wilt worden, dan moet je op dat moment het kleine kind van vroeger gaan troosten: dat voelt geweldig en het helpt niks, zodat ze altijd terug blijven komen.’ Met andere woorden: trap niet in die valkuil. Iemand is pas werkelijk geholpen als hij/zij op een volwassen manier met dat ‘kleintje’ leert omgaan.
Als je gaat doorvragen: wat vind je van dat kleine kind?, dan kom je misschien wel voor verrassingen te staan. Een volgende stap is dat je iemand kunt helpen om met de liefdevolle ogen van Christus naar het verleden te kijken. Uitwerking daarvan voert nu te ver, maar ik heb van Mary Pytches geleerd om kritisch naar mijn eigen en andermans pastoraat te kijken: hoe vaak bevestigen en troosten we iemand niet in z’n kleinheid en verdriet? Inderdaad: daar kun je je geliefd mee maken, maar het helpt niet. Een christen mag leren om als Gods geliefde zoon of dochter te leven, in wie God vreugde vindt. Zo immers heeft God ons in Christus als zijn kinderen en erfgenamen aangenomen.

Hoge drempel
Het gebedspastoraat dat ik nu beschrijf, heeft in zekere zin wel een hoge drempel: iemand die hulp nodig heeft, moet daar om vragen, bij mensen en bij God; voor sommige mensen is het lastig om die stap te zetten. Deze vorm van gebedspastoraat kan dan ook het traditionele pastoraat niet vervangen, maar als je iemand zover kunt krijgen om met z’n zonden en wonden zelf hulp te zoeken bij God, dan is er veel gewonnen. Het maakt echt verschil of iemand afwacht of hij getroost wordt, of dat hij de stap neemt om concreet te vragen om gebed. En het maakt verschil of iemand zelf gericht op zoek gaat naar een Bijbelgedeelte (een psalm in dit geval), of dat jij als pastor daarmee komt aanzetten.
Ik leg altijd uit: psalmen mag je uit hun verband rukken en toepassen in je eigen leven. Hoewel ze aan de ene kant de problemen wel helder en concreet benoemen, past jouw nood of probleem toch in dat stramien. Gaat het over de vijanden, dan mag je ook denken aan vijanden die in je eigen hoofd zitten. En enorme vreugde of diep verdriet kun je ook in het klein herkennen.
Zodra iemand tijdens gebedspastoraat het zelfgekozen psalmgedeelte voorleest en uitlegt, gebeurt er iets moois: het werkt naar twee kanten! De psalm helpt om uit te leggen wat het probleem is, maar tegelijk gééft de psalm ook uitleg aan het probleem. De ervaring van de pastorant wordt ingevoegd in de omgang met God. In de psalmen gaat het om precies dezelfde vreugde en verdriet, uitdagingen en teleurstellingen als wij vandaag kennen, maar die worden voortdurend in verband gebracht met God de Schepper en zijn verbond met ons. Psalmen helpen om je te brengen van een gerichtheid op jezelf alleen naar een gerichtheid op God in zijn verbond met ons.

Gods leiding
Een voorbeeld kan misschien verduidelijken hoe deze vorm van pastoraat in de praktijk werkt. Hanna heeft een zeurend gevoel van ontevredenheid. Er zijn problemen op het werk, maar ze vraagt zich ook af of ze zelf misschien aan dat gevoel van ontevredenheid bijdraagt. Ze zou willen dat God haar de weg wees. Ze legt Psalm 25 op tafel, vanwege de berijmde zin ‘Here, maak mij uwe wegen door uw woord en Geest bekend.’ Eerst vertelt ze waarom ze Gods leiding zoekt: ze voelt zich onzeker over het doel van haar leven. Eigenlijk wil ze gewoon dat God zegt hoe het moet. Ze heeft die wens herkend in de genoemde psalm en daarmee in de Bijbel. Terwijl we daarover samen lezen, gaat ze het zelf al met de psalm mee verbreden. Ze vertelt hoe zij Gods redding wel eens ervaren heeft, ze ziet het perspectief van Gods trouw door de eeuwen heen, ze gaat net als de psalmist terugkijken naar haar eigen jeugd, het komt tot een persoonlijk gebed om vergeving van bepaalde zonden, en dat baant de weg waarlangs ze zich kan uitstrekken naar leven in vrijheid. En zowaar, als we in dat verband nog eens bidden om Gods leiding, dan ziet Hanna de contouren daarvan opdoemen.
Wat gebeurt hier nu precies? Voor alle duidelijkheid eerst dit: pastoraat is geen therapie, ook al spelen er vergelijkbare mechanismen. Het eerste doel van pastoraat is niet om jeugdtrauma, bindingsangst en relatieproblemen op te lossen, ook al heeft het daar vaak invloed op. In pastoraat gaat het om onderhoud of herstel van de relatie met God. Opnieuw: het is God ter sprake brengen bij de mensen en de mensen ter sprake brengen bij God. En dat is wat er heel intensief gebeurt in deze vorm van pastoraat met de psalmen: levenservaringen worden herkend en erkend binnen de setting van Gods omgang met mensen. In feite is deze vorm van pastoraat dus altijd heilzaam, want iemand brengt zijn zonden en wonden bij het licht van een psalm bij God.

Opgeheven vingertje
Net als in alle vormen van pastoraat is het soms nodig om door te vragen. Mensen vragen bijna altijd om te bidden om kracht, maar daar ben ik heel voorzichtig mee. Is iemand ernstig ziek, dan is het natuurlijk wat anders. Maar vaak bidden mensen om kracht om hun huidige leven vol te houden. Als er iets verkeerds zit in je leven, dan is het niet aan te bevelen om meer kracht uit te oefenen, net zo min als je een kar harder moet duwen als er iets wringt.
Wanneer je hierover doorvraagt, kom je vaak op het moeilijke terrein van onbeleden zonden en verzwegen wonden.
Aan een opgeheven vingertje heeft de pastorant dan niets. Maar het is heel wat anders als je samen kunt bidden: ‘Toets mij of niet een weg in mij, mij schaadt en leidt aan U voorbij’ (met de berijming van Psalm 139).

Werkelijkheid
Je kunt niet alle wonden helen, maar je kunt ze wel verbinden. Ook hier weer een voorbeeld. Henry is zwaar depressief en wordt daar ook voor behandeld. Bij die professionele behandeling komen naar zijn idee alleen slimme gedragstherapeutische foefjes aan bod, maar daarin voelt hij zich niet gekend. Op aanraden van de pastoraal bezoeker meldt hij zich aan voor gebedspastoraat. De psalm die hij uitgekozen heeft om voor te lezen, is Psalm 88, een psalm vol van doffe ellende en duisternis. Hier is duidelijk een gewond schaap van de goede herder aan het woord. Twee waarschuwingen zijn dan op z’n plaats: meegaan in kritiek op andere hulpverleners of pastors heeft geen nut, en als iemand ver heen is, kan het schade aanrichten om al te diep te roeren in de problemen. Toch biedt juist deze donkere psalm ook dan ruimte voor echt pastoraat.
Alleen al de constatering dat narigheid expliciet een plek heeft in het hart van de Bijbel geeft al erkenning. En tegelijk doet die psalm ook iets terug. Hij begint met het enige licht in deze donkere kuil: HEER, God, mijn redder – dat is een uitnodiging om aan deze belijdenis vast te houden, hoe donker het ook is. Henry was na drie gesprekken echt niet van z’n depressie af, maar het is werkelijk een houvast voor hem dat hij het perspectief van de Korachieten die Psalm 88 schreven erbij heeft geleerd. Nog waardevoller dan alle bemoedigende woorden is de achterliggende werkelijkheid dat de Heer God je redder is, ook als het niet zo voelt.
Psalmen zijn zo echt als het leven zelf. Ik heb ze leren kennen als een gezegende hulp in het pastoraat. Het vergt een stap om ze biddend te gaan gebruiken. Maar waar het lukte om mensen over de streep te krijgen, heb ik er altijd zegen op gezien.

1 Deze definitie is afkomstig van Nico van der Voet, studentenpastor aan de CHE.

Ik gebruik als toelichting bij het ministrygebed het beeld van de biddende Mozes uit Exodus 17, met Aäron en Chur naast zich. Bidden doe je normaal gesproken natuurlijk zelf, maar soms heb je mensen naast je nodig die je helpen om je op God te richten. Wel te verstaan: voor God maakt het niet uit in welke vorm, houding of bewoording je bidt. Maar voor ons mensen maakt het wel degelijk verschil voor de mate waarin je kunt ontvangen. Ik raad daarvoor de Houtense cursus gebedspastoraat van harte aan; en neem er de psalmen in mee!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief