Over God die dichtbij komt
2005-08-12
‘Die ver is, is nabij’. Dat is de nieuwsgierig makende titel van het nieuwe boek van Wim Rietkerk. Op het eerste gezicht een wat cryptische en wellicht minder directe titel dan die van zijn meest recente boeken zoals het handboek voor twijfelaars ‘In dubio’(2000) of ‘De kunst van het loslaten’(2001). Toch bestaat ook dit boek weer uit een bijzondere combinatie van doorleefd bijbels denken en voeling met de tijd waarin wij leven.- Jaargang 49
- nummer 15
Die tijd waarin wij leven wordt volgens Rietkerk gekenmerkt door het feit dat religie - tegen alle verwachtingen inspringlevend is, maar tegelijkertijd een slechte pers krijgt. Op de achterflap wordt een zeer recente gebeurtenis genoemd: de moord op Theo van Gogh waardoor de gedachte in de hand is gewerkt dat godsdienst ziek en zelfs gewelddadig maakt. De l’Abri-lezingen en artikelen die in dit boek gebundeld zijn laten zien dat het christelijk geloof met die gedachte fundamenteel onrecht wordt gedaan. Het is juist het geloof dat de mens tot zijn vreugdevolle bestemming leidt: ‘In de relatie met God komt de mens tot zijn recht’. Dat is de ondertitel van dit boek dat bestemd is voor christenen en niet-christenen.
Ver en nabij
Het betoog in het eerste hoofdstuk kan op de lezer een wat onbestemde indruk maken. Tenminste dat was mijn ervaring in eerste instantie: waarom juist deze insteek? Rietkerk begint het boek met een hoofdstuk over intimiteit en de psychologische ontwikkelingsgang van de mens. Over de cryptische uitspraak dat God die ver is, tegelijkertijd nabij is. Dat geheim onderscheidt het christelijk geloof van de islam waarin Allah vooral ‘ver’ is en de oosterse godsdiensten waarin de godheid vooral ‘nabij’ is. Maar dit schijnbaar onbestemde betoog blijkt, als je verder leest, nodig als basis en uitgangspunt voor de volgende hoofdstukken. In die volgende hoofdstukken gaat het namelijk over de persoonlijke omgang die wij mensen met God mogen hebben: het gebed, wandelen met God, zijn leiding in ons leven, geestelijke depressie, geestelijke volwassenheid en tenslotte in het achtste hoofdstuk het doel van het leven. Thema’s die alles te maken hebben met hoe je tegen God aankijkt en tegen de verhouding God-mens. Eerst moet je tussen alle religieuze ideeën over God het kaf van het koren scheiden. Dan pas kan het christelijk geloof naar voren komen als de waarheid die heilzaam is.
Overgave
Rietkerk betrekt bij zijn bijbellezen zoals voor hem typerend al het mogelijke om de mens van deze tijd in beeld te krijgen: literatuur en poëzie, persoonlijke ervaringen, de actualiteit, de wetenschappen met daarin de psychologie voorop. Namen als Erik H.Erikson, Larry Crabb, W.Zijlstra komen voorbij. Dat levert bijzondere en verrassende inzichten op. In het eerste hoofdstuk blijkt dan ook hoe boeiend het is om God zowel als de Verhevene als de Nabije te zien. Want in de omgang met God speelt dit telkens een rol: we zitten of op de ene pool of op de andere. In de intimiteit met God kun je in beide extremen vervallen: of je eigen ik verliezen en versmelten met God (mystiek, of beter gezegd: valse mystiek) of God claimen en dwingen (het wetticisme). Maar tussen dit versmelten en claimen zit overgave. Je geeft je over aan God die buiten jou als mens staat maar door Jezus Christus wel nabij komt en met je te maken wil hebben. In dit eerste hoofdstuk komt verder o.a. de vraag aan de orde of bekering verlies van persoonlijkheid betekent. Dat is een vraag die Rietkerk ontkennend beantwoordt: juist het omgekeerde is het geval. In Gods nabijheid krijgen wij pas goed de kleur die we altijd al als bestemming in ons droegen. Een kernachtig citaat: ‘God houdt niet van kopieën, maar van originelen’.
Verbeelding
Wat mij verder opviel bij het lezen van dit boek is dat apologetiek (de theorie van de verdediging van het geloof) niet meer zo door het verstand wordt bepaald als in het verleden wel is gebeurd. Rietkerk zegt het ook met zoveel woorden in het ‘Woord vooraf’. Namelijk dat het boek bestemd is voor wie het christelijk geloof niet van buitenaf bewezen wil zien, maar voor wie nu eens meer in de binnenkamer wil kijken. Eigenlijk is dit de grote waarde van het boek: dat er zoveel inspirerende spiritualiteit meekomt in de exegese van allerlei teksten en in de analyses van allerlei processen in de omgang met God en de naaste.
Een voorbeeld hiervan is het derde hoofdstuk waar het gaat over wandelen met God. In dit hoofdstuk komt Rietkerk op voor de plaats van het voorstellingsvermogen en de verbeelding in het mensenleven. Als mensen die staan in een westerse rationele traditie hebben we de neiging het voorstellingsvermogen zowel te overschatten als te onderschatten. Ook hierin wijst de Bijbel weer de goede weg tussen een al te rationele instelling die verveling oproept en het opgaan in fantasiewerelden. In deze ‘verloste verbeelding’ kunnen we God leren kennen. Verbeelding als de sleutel tot de waarheid.
Genade en groei
Een aantal andere hoofstukken cirkelt rondom het thema ‘persoonlijkheidsgroei’. Je moet eigenlijk zeggen dat het hele boek daarover gaat. Ook als het gaat om de praktijk van het geloof in het gebed bijvoorbeeld dat deel van het geloofsleven staat niet los van de ontwikkelingsgang die je als gelovige doormaakt. Rietkerk werkt het begrip ‘genade’ in deze hoofdstukken uit in de richting van ‘worden wie je bent’. Wie uitgekeken is op het woord ‘genade’ en daar teveel preken over heeft gehoord, moet deze lezingen zeker eens lezen. Je komt onder de indruk van de onverwachte diepten die er in dit woord zitten. Om een voorproefje te geven: het gaat dan over genade en wat de genade doet in een mensenleven. Als eerste verbreekt genade de onzichtbare banden die ons tot gevangenen maken van ons verleden. Ten tweede ontmaskert genade onze verdedigingsmechanismen. En ten derde is genade de enige basis voor een gepast gevoel van eigenwaarde.
Deze lezing over genade wordt dan gevolgd door een lezing over geestelijke volwassenheid. Rietkerk gebruikt daarbij het model van W.Zijlstra over de vier verschillende typen mensen. Daarbij laat hij telkens zien hoe Jezus werkelijk de enige volwassene was. Hoe Hij in Getsemane bijvoorbeeld de menselijke behoefte aan steun had (‘Konden jullie niet eens één uur met mij waken?’) maar tegelijkertijd zijn waardigheid liet zien (‘Slaap nu maar, ook zonder jullie kan Ik verder’). Jezus: de enige volwassene. Het is ongeveer 15 jaar geleden dat ik bij l’Abri die gewaagde maar boeiende stelling voor het eerst hoorde. Nu lees ik het terug in een boek over geestelijke groei waarin deze stelling volledig op zijn plaats valt.
Vrucht en vreugde
Het boek eindigt in het laatste hoofdstuk over geluk en vruchtdragen met de vreugde. Ook daarin haalt Rietkerk elementen naar voren die orthodoxe christenen misschien wel eens vergeten zijn. In ieder geval is het een verkwikkend geluid in onze gehaaste tijd. God heeft de wereld tot vreugde geschapen. Daarmee laat Rietkerk opnieuw zien dat de mens meer is dan zijn verstand en dat God ons in al ons zijn tot ons recht wil laten komen. De lezingen en artikelen in dit boek worden telkens afgesloten door gespreksvragen. Dat maakt het zeer geschikt voor gebruik in kringen en in groepen. In die interactie is het boek ook merkbaar ontstaan.
N.a.v. Die ver is, is nabij. In de relatie met God komt de mens tot zijn recht. Wim Rietkerk, Kok Kampen, 187 p. 14,90.