Oefenruimte
2014-01-25
Kiezen om leerling van Jezus te zijn zet je leven beslissend op een ander spoor. En Jezus dringt aan op een dergelijke keuze: Hij roept leerlingen (discipelen), geen kerkmensen. Aldus dr. Sake Stoppels in zijn inmiddels veelbesproken boek Oefenruimte. Leren vraagt om openheid, om de bereidheid andere inzichten en nieuwe kennis toe te laten. ‘Discipelschap kunnen we mede zien als een oefening in ontvankelijkheid.’ - Jaargang 58
- nummer 2
De kerk dient mensen te helpen om het discipel-zijn gestalte te geven in hun dagelijks leven. Bestaande kerkelijke vormen en praktijken die hier niet aan bijdragen, of die dat mogelijk zelfs in de weg staan, moeten worden herzien.
Tegelijk is het de opdracht van de kerk om geen hoge muren op te trekken, maar gastvrij te zijn. ‘De kerk van de toekomst – of beter: de kerk die toekomst wil hebben – kenmerkt zich in mijn ogen door de mix van een royale mate van gastvrijheid en een helder inhoudelijk profiel, ook ten aanzien van wederzijdse verwachtingen.’ Anders gezegd: om te leren oefenen zal er een uitnodigende ruimte moeten zijn en tegelijk zal de ‘oefenstof ’ ook moeten uitdagen.
Leefregel
Als je de kerk primair beziet als ‘oefenruimte voor discipelen’, heeft dat de nodige gevolgen.
Voor ons theologische denken: ‘We moeten leren meer vanuit het Koninkrijk Gods na te denken over de kerk dan omgekeerd.’ Oftewel: niet het kerkgebouw staat centraal, maar het volle leven, met al zijn natuurlijke netwerken en knooppunten. Voor de rol van de predikant: deze is er niet primair om de diepgewortelde ‘pastorale verzorgingscultuur’ in stand te houden, maar om mensen, inclusief zogeheten ‘potentials’, toe te rusten.
Voor de preek: ‘Juist discipelschap in het leven van alledag is gebaat bij concreetheid en toespitsing, maar deze ontbreken nogal eens in de prediking.’
Voor de onderlinge vermaning en tucht: ‘De “goedkope genade” wil van geen tucht weten, maar de “kostbare genade” ziet haar als een geschenk en als een bouwsteen op de weg achter Christus aan.’
Voor de doop: het is wijs ‘de zuigelingendoop in te wisselen voor het zegenen van zuigelingen en de doop te reserveren voor dat moment waarop gelovigen besluiten zich toe te wijden aan God, zijn Rijk en de gemeenschap van mensen die dat ook willen’.
Voor de onderlinge gemeenschap: een gezamenlijk opgestelde ‘leefregel’, zoals in kloosters, kan hier richting en houvast bieden.
Voor kleine groepen met goed toegeruste leiders: hierin kan het gesprek worden gevoerd over ‘wie Christus voor ons is, wat we van God ervaren, over de vraag naar de vernieuwende werking van de Heilige Geest in ons eigen leven en onze leerweg achter Christus aan’.
Voor het vormingsaanbod in de gemeente: denk aan het ‘ontwikkelen van een antenne om leerprocessen op gang te brengen in situaties waarin het leren niet expliciet voorop staat’. Het kan daarbij gaan om scharniermomenten als huwelijk en doop, waarbij ervaringsdeskundigen zoals andere doopouders of andere jonge stellen kunnen worden betrokken.
Overigens is het belangrijk te onderkennen dat waar discipelschap wordt gethematiseerd, de nodige weerstanden naar boven zullen komen. Ook in onszelf. ‘We staan altijd weer ambivalent tegenover het Evangelie van Jezus
Christus. We omarmen het én we verwerpen het.’
Verdienste
Met bovenstaande schets heb ik willen laten zien dat Oefenruimte een prikkelend boek is. Richtinggevend, helder geschreven, bewogen en gepassioneerd en met oog voor de praktijk. Niettemin is het realistisch om te zeggen dat dit boek ook de nodige theologische discussie zal oproepen, omdat de variëteit aan theologische visies rondom diverse thema’s niet altijd wordt geëxpliciteerd of verdisconteerd. Hierbij gaat het om onderwerpen als het Koninkrijk Gods, de roeping en rol van de discipelen rondom Jezus in vergelijking met die van christenen vandaag, de doop (en het verbond), de kerk en om wat traditioneel heet de ‘toe-eigening des heils’.
Mijn hoop is dat dit boek zijn weg vindt naar gemeenteleden en kerkenraden om met elkaar (nader) in gesprek te komen over waar het nu écht om draait in het kerk-zijn vandaag en hoe dit optimaal gefaciliteerd kan worden.
Daartoe daagt Oefenruimte onmiskenbaar uit, en dat is geen geringe verdienste.
Daarbij mogen we bedenken dat Jezus niet alleen oproept om van Hem te leren (‘leert van Mij’), maar dat Hij daaraan toevoegt: ‘gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht’ (Matteüs 11:28-29).
Stoppels, S. (2013), Oefenruimte. Gemeente en parochie als gemeenschap van leerlingen. Boekencentrum Zoetermeer. 176p. € 15,90.
Dr. Robert Doornenbal is opleidingsdocent Theologie aan de CHE en lid van de NGK Ede.