Tien vragen aan jongerenwerkers
2014-01-25
Waar bestaat je werk als jongerenwerker uit?- Jaargang 58
- nummer 2
‘In Hengelo doe ik jeugdpastoraat. In Amersfoort en Enschede ben ik “tweedelijnsjeugdwerker”.
Ik werk daar niet direct met de jeugd zelf, maar faciliteer alles eromheen: het jeugdbeleid, de toerusting van de jeugdleiders en op dit moment ook een traject voor geloofsopvoeding met ouders.’
Waarom ben je dit werk gaan doen?
‘Ik ben erin gerold. Tijdens mijn opleiding Godsdienst Pastoraal Werk in Ede richtte ik me niet specifiek op jeugdwerk, maar na mijn afstuderen drie jaar geleden bleken er vooral veel vacatures voor jongerenwerkers te zijn. Omdat ik nog best jong ben en gemeenten vaak een jonger iemand zoeken, kwam ik in het jeugdwerk terecht.
Los daarvan vind ik het heel mooi om te werken aan de integratie van het jeugdwerk in de gemeente. Jeugdwerk wordt vaak als iets losstaands gezien, terwijl ouderen juist nodig zijn om jongeren te laten zien wat geloven betekent. Ik probeer het jeugdwerk onderdeel te laten zijn van het hele gemeente-zijn.’
Hoe probeer je tieners te verbinden met Jezus?
‘Het eerste wat bij mij opkomt is dat ik dat niet zelf kan. Wel kan ik laten zien hoe Jezus zich aan mij verbonden heeft en hoe Hij dat ook bij jongeren wil doen, op hun eigen manier. Want iedereen komt op zijn eigen manier dichter bij Jezus.’
Is het mogelijk om als jongerenwerker zonder verborgen agenda met tieners om te gaan?
‘Het mooie van tieners is dat ze feilloos door een verborgen agenda heen prikken. Ze verwachten ook niet dat je je altijd van je beste kant laat zien of dat je op alle vragen antwoord hebt. Ze verwachten dat je oprecht bent en eerlijk bent over wie God voor jou is.
Dat confronteert je wel met de vraag: wát betekent God dan voor mij? Ik leef uit genade, maar hoe zie je dat dan in mijn dagelijks leven? Jongeren prikkelen je om over je eigen leven na te denken.’
Wat voor plek hebben tieners bij jullie in de gemeente?
‘In Enschede zijn de jongeren vaak wat aan het zoeken naar welke plek zij innemen in de gemeente. Daar zie ik wel een uitdaging: we zouden hun een meer vanzelfsprekende rol moeten geven, hen moeten betrekken bij dingen en eenheid moeten zoeken tussen de generaties. Minder activiteiten dus die alleen op de jeugd gericht zijn.’
Wat vind je het mooiste aan het werken met tieners?
‘Ik vind het heel bijzonder om getuige te zijn van wat God doet en hoe Hij zich op heel veel manieren laat kennen. En om dan voor je ogen te zien gebeuren hoe een jongere ontdekt wie God voor hem is. Dat is heel bijzonder om mee te maken en sterkt je ook in je eigen geloof.’
Wat is voor jou de grootste valkuil in het werk onder tieners?
‘Voor mij persoonlijk is dat dat ik vaak veel zelf wil doen en regelen. Hoeveel verwacht ik dan nog van God? Het is moeilijk om een goede balans te vinden tussen je eigen plannen en activiteiten en tegelijkertijd dat afhankelijk zijn van God. Maar af en toe laat Hij even zien: Ik ben degene die het werk doet. Hij wil de jongeren grijpen.’
Kun je een volwassene noemen die, toen jij zelf een tiener was, belangrijk voor jou is geweest op je weg in het geloof of in je verbinding met de kerk?
‘Ik heb die vraag laatst zelf gesteld aan jeugdleiders, maar had er zelf nog niet zo over nagedacht. Maar ik was als jongere lid van een jongerengroep die door drie volwassenen geleid werd. Zij gaven mij direct het gevoel dat ik erbij hoorde. Ik werd heel vaak uitgenodigd en ze brachten het geloof heel dichtbij. Zij waren zeker een voorbeeld voor mij.’
Wat heb je in je jaren als jeugdwerker geleerd over wat werkt en wat niet werkt?
‘Ik ben niet zo geneigd om te kijken naar wat “werkt”. Je kunt het vaak ook niet direct zien. Soms draagt iets veel meer vrucht dan je in eerste instantie denkt.
Ik zie wel dingen die je niet moet doen, zoals heel veel over maar weinig met jongeren praten. Dat zou ik anderen wel willen meegeven: als je iets uitdenkt, heb het er dan ook over met de jongeren. Vraag hun wat zij denken dat belangrijk is in bijvoorbeeld nieuw jeugdbeleid.’
Welke bijbeltekst inspireert je in je werk met tieners?
‘Naar aanleiding van mijn wens om mij meer afhankelijk van God op te stellen, noem ik Psalm 127: “Als de HEER het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers.” Dat is voor mijzelf een reality check: je eigen bouwsels zijn heel gaaf, maar je moet je ervan bewust zijn dat het God is die het werk doet. Daar moet je altijd weer naar terugkeren.’
Mariët Odink is lid van de GKv Enschede en sinds september 2013 freelance jeugdwerker van de NGK Enschede (letterlijk een paar deuren verderop). Ze verricht verder ook jeugdwerk in vrijgemaakte gemeenten in Amersfoort en Hengelo (zie www.marietodink.nl).