Ambt
2014-01-25
De laatste Theologia Reformata van 2013 is een themanummer over ‘het ambt’. Met name een artikel van redactielid en gereformeerd-vrijgemaakt hoogleraar dr. M. te Velde levert boeiende leesstof op.- Jaargang 58
- nummer 2
Hij begint met het bekende gegeven dat de ambtsdrager niet meer, zoals vroeger, een vanzelfsprekend gezag heeft. Het komt nu veel meer aan op een overtuigende presentatie.
Predikanten blijken verschillend te reageren op die uitdaging. Te Velde komt tot, wat hij noemt, een ‘kleine typologie’:
Er zijn er die in hun (s)preken met een zekere sacraliteit de aloude woorden en zinswendingen zo hanteren dat er een gezagssfeer wordt gecreëerd die de culturele democratie onder hun hoorders vriendelijk overstemt. Dat roept een loyaliteit op waarin de terreinen van kerkdienst, catechese en pastoraat lange tijd veilig kunnen blijven tegen allerlei tegenspraak en verbrokkeling. Het schept bij velen tegelijk een tweewerelden-systeem waarbij het leven buiten de kerkmuren z’n eigen gang kan gaan. Maar het zorgt voorlopig ook voor een prettige stabiliteit in het kerkelijk leven. Het mag overal in ons bestaan hectisch zijn, in de kerk heersen de gewenste zekerheid en rust. Er zijn ook voorgangers die zich ‘redden’ door zich qua stijl van communiceren (woordgebruik, kleding, presentatie) op een gematigde manier aan te passen aan het eigentijdse publiek. Ik zie in deze categorie weer twee subgroepen.
Er zijn predikanten die binnen die stijl toch tamelijk weinig interactie hebben met de cultuur en de denkwereld van hun hoorders. Ze trekken zich terug op wat ze zeker weten en ze communiceren dat op een eigentijdse manier en met het nodige talent. Ook hier kan bij de hoorders loyaliteit ontstaan en een redelijke stabiliteit. Er is het gevoel dat men eigentijds benaderd wordt, maar het gebeurt meer op communicatief dan op inhoudelijk niveau.
Er zijn in deze stijl ook predikanten die de interactie met de cultuur wel meer aangaan. Ze hebben het lef om naar eigen inzicht op aspecten van die cultuur in te spelen. Ze durven individualiseren, hun eigen persoon en zienswijzen inbrengen. Ze zetten kleine experimentele stappen in de vorm en inhoud van preek en eredienst. Daarmee roepen ze bij een deel van de kerkgangers kritiek en verzet op. Het is dus niet heel stabiel. Toch zie je hier dat het vrij algemeen wordt gewaardeerd dat de voorganger actief eigentijdsheid nastreeft. Voor een hele categorie ouderen hoeft het niet zo nodig, maar ze gunnen het hun kinderen en kleinkinderen wel. En het houdt mensen bij de kerk die anders vertrokken zouden zijn.
En dan zie ik nog een derde type voorgangers. Bij hen zie je een existentiële en inhoudelijke combinatie van een dieper verstaan en uitleggen van de Schrift enerzijds en een dieper peilen en honoreren van de cultuur anderzijds.
Ze nemen verantwoordelijkheid om geestelijke leiding te geven in de wisselwerking tussen die beide, en dat op een manier die leeftijden en richtingen in de kerk overbrugt.
Aardige vraag voor dominees: waar hoor ik bij? En dan natuurlijk ook voor gemeenteleden: in welke categorie zit mijn dominee?
Nog wat gedachten van Te Velde:
Een centrale uitdaging voor het ambt vandaag ligt in het gestalte geven aan een krachtige liturgie, waarin het lezen en bedienen van Gods Woord en de viering van de sacramenten de glanzende kernen zijn.
Ik stel dat aan de orde vanuit de overtuiging dat de zondagse eredienst het hart is van het samen kerk-zijn midden in de wereld. (Daar wordt) vooral duidelijk dat het ambt niet gemist kan worden.
‘Het ambt’ – dat is eigenlijk een akelig abstractum. Want zo werkt God niet. Onze liefdevolle Heer werkt niet door middel van gezichtloze geüniformeerde officieren, maar door concreet geprofileerde mensen, door de Geest begiftigd met merkbare talenten. Talenten om vóór te gaan in de liturgie. Misschien moeten we de taken daarin wel meer verdelen: niet alles in de eredienst door één man laten doen. Maar er moeten er wel altijd zijn die het ernstig en vrolijk op zich nemen de eredienst te leiden. En we noemen die dan ambtsdragers en willen graag dat het mensen zijn die je machtig mooi meenemen op Gods weg.
Daarbij wil Te Velde graag ruimte voor het experiment:
In de gereformeerde traditie hebben we weinig durf om te experimenteren. We zijn onder invloed van onder andere de Verlichting tamelijk fundamentalistisch: we willen ons beleid, onze vormen en manieren ook, graag vanuit principes kunnen beredeneren en legitimeren voordat we tot een bepaalde verandering besluiten. Dat beschermt ons tegen meegaan in de waan van de dag. Maar het toont ook weinig vertrouwen in praktische wijsheid en intuïtie. En het doet tekort aan het adagium ‘semper reformanda’ dat ons leert steeds in beweging te blijven.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.