Achab
2014-06-14
Mevrouw Tonger is verhuisd. Ze verbleef op de psychogeriatrische afdeling (dementie) van ons verpleeghuis, maar nu was er een plaatsje voor haar bij de woongroep aan het andere einde van de straat.- Jaargang 58
- nummer 12
Mevrouw Tonger is een ontwikkelde vrouw, die met haar man in het buitenland heeft gewoond en bijzonder actief was in het kerkelijke leven. Ze was pianiste en organiste. In haar dementie lijdt ze aan een soort intellectuele en emotionele ontremming. Was ze voorheen redelijk gesloten, nu zegt ze direct wat er in haar opkomt. Niet alleen emoties, maar ook moeilijke levensvragen.
Ze heeft besef van haar situatie en dat drukt haar neer. Ze heeft de neiging om wanneer ze maar kan op bed te gaan liggen. Wij dachten dat ze daarom misschien beter zou floreren in een woongroep, waar het contact met anderen makkelijker is.
Ik bezoek haar op de woongroep. Ze heeft net haar ontbijt, zit rustig aan tafel en is blij me te zien. ‘U hier, dat is een verrassing.’ We gaan naar haar kamer. Ze wil niet op de stoel zitten, maar op de rand van het bed.
‘Hoe is het met u hier?’ vraag ik. En dan begint het… ‘Slecht. Iedereen zegt direct: wat leuk dat je hier bent, je hebt nu een eigen kamer. Maar het is hier helemaal niet leuk. Niemand vraagt mij hier iets. Je bent al je zelfstandigheid kwijt. Je moet doen wat ze zeggen. Ik wil niet doen wat ze zeggen. Ik wil zelf beslissen. Ze kwamen met medicijnen, maar ik zeg: “Nee, ik wil ze niet, laat de dokter zelf maar komen.” Ik ben boos. Ik ben boos op God. Waarom moet het allemaal zo? Waarom laat Hij toe dat mijn man dood is? Mijn man is dood. Hij heeft mijn man doodgemaakt.
Waarom? Jij kunt daar ook geen antwoord op geven. Je praat wel mooi op de preekstoel, maar er klopt helemaal niets van. Je weet nergens van. Je zegt dat God alles van tevoren bepaalt en bestuurt. Maar dat klopt helemaal niet. Jij jokt en je mag niet jokken. Ik ben boos op God en ook boos op jou. Nou, ik vind het fijn dat je er bent, maar ik ben boos op God. Ik kan wel vloeken, maar dat mag ik niet, maar ik doe het toch, maar dat meen ik niet. Ik ben ook boos op jou, maar ik meen het niet hoor. Maar ik ben eerlijk. Ik zeg hoe het is. Als ik het niet met je eens ben, zeg ik dat gewoon.
Vind jij dat je mag vloeken?’ ‘Soms mag je vloeken’, antwoord ik.
‘Je liegt. Je mag niet vloeken.’ ‘Soms zoekt de boosheid een uitweg.’ ‘Dat is mooi gezegd, maar het is een smoesje. Je mag niet vloeken. Ik ben blij dat je er bent. Ach, ik ben een zeur.
Vind je mij een zeur? Waarom laat God dit toe? Daar kan jij ook geen antwoord op geven… Ik kan niet bidden, maar ik bid elke avond. Waarom moest mijn man dood? Ik wil naar huis.’
Zo gaat het door. Soms bevestig ik haar gevoel. Soms geef ik tegengas. Soms zeg ik niks. Maar nooit is het goed. Het vervelende voor mij is dat ook mijn goedbedoelde reacties (‘ik zie dat u het niet gemakkelijk hebt’) direct het label ‘onoprecht’ krijgen.
Ik hou van haar. Het is een moeilijke maar bijzondere vrouw, met een scherp observatievermogen en authentieke reacties. Maar wat lijdt ze aan haar onvermogen om haar gedachten en emoties te ordenen.
Het moeilijke van mensen met dementie is de onredelijkheid van hun reacties. Je kunt hun emoties en gedachten niet volgen. Maar zo wordt voor mij de goddelijke waarheid levend dat God ons dieper kent dan wij onszelf kennen.
Deze vrouw zou je weliswaar niet met die waarheid kunnen bereiken – ze zou je afserveren met haar scherpe tong – maar ik koester het in mijzelf en het motiveert mij om het beeld van deze God te vertonen en te blijven zoeken naar de worstelende ziel die in deze woordenvloed verborgen ligt.
Ze is inmiddels op bed gaan liggen, met het gezicht naar de wand, zoals eens Achab. Ik zit me af te vragen wat ik nu voor haar heb betekend. Toen ik kwam, zat ze rustig aan tafel te eten. Nu ik wegga, ligt ze op bed met haar boosheid.
Geen klinkend resultaat voor een begeleiding die beoogt mensen op te beuren...
‘Aan jou heb ik ook niks’, zegt ze. ‘Hoepel nu maar op. Maar ik vind het fijn dat je er was. Kom je gauw eens terug?’ Zit het daar misschien in?