Jeroen, jongen, sta op!

2014-06-14
  • Jaargang 58
  • nummer 12
Jeroen was een stille, rustige jongen, die deed wat een 19-jarige op het platteland pleegt te doen. Op een zondagmorgen vond zijn vader hem naast de schuur van het huis, met naast hem de windbuks. Politie en justitie moesten worden ingeschakeld: hij had het zelf gedaan. Waarom in vredesnaam?
Jeroen werd thuis in de voorkamer opgebaard en gedurende die tijd kwamen zijn vrienden en vriendinnen van de ‘keet’ en de ‘krachttoer’ (radioamateurs) bij hem op bezoek. Ze waren dan samen met hem. Velen namen iets voor hem mee. Aan het eind was hij omringd door allemaal spullen die bij hem hoorden.
Mij werd gevraagd om de dienst te leiden, omdat ik ook zijn opa had begraven. Jeroen was wel gedoopt, maar niet meer kerkelijk. Zijn ouders zijn warme, sociaal voelende mensen, maar niet actief in de kerk. Onderstaande meditatie hield ik in een afgeladen dorpshuis. Ik las het verhaal van het dochtertje van Jaïrus (Marcus 5:35-42).

Overdenking
‘Er klopt iets niet!’ Schrik en verbijstering. Actie, huilen, bellen. En dan: samen zijn met elkaar. Kijken naar je gestorven zoon. Ieder heeft wat meegebracht. Zijn tafeltennisbatje.
Een speelgoedtractor, ‘omdat we als kind hier samen mee speelden’.
‘Ik heb klompen meegebracht, die moest hij immers nog kopen.’ ‘Mag ik zijn haar doen?’ Zo krijgt hij voor de laatste keer gel in zijn haar en ligt midden tussen de dingen die vertellen wie hij was. Vrienden en vriendinnen drinken een biertje bij de baar: gewoon alsof hij er nog bij is. Je zou zo Jezus verwachten, die als Hij binnenkomt alle treurenden de deur wijst en zegt: ‘Hij is niet dood, hij slaapt... jongen sta op.’ En nu is het zover: we nemen afscheid van Jeroen. De plek bij de haard is leeg. In verdriet en met duizend vragen.
Waarom, waarom? En elke keer stoten we op die grens: we weten het niet. En dan zijn er de vragen in het kielzog van deze vraag. Wat zegt dit over ons? Wat zegt dit over de wereld waarin we leven?

Elke keer is er weer die grens: we weten het niet

Maar we willen dat die vragen op afstand blijven. Vandaag wel. Vandaag willen we ruimte om te gedenken wie hij was voor ons en zijn vrienden en niet alleen stilstaan bij dat laatste. We willen hem hooghouden en komen tot een afscheid, Jeroen waardig. We willen hem liefdevol toevertrouwen, niet alleen aan de aarde, maar ook aan zijn Schepper. En misschien komt ons in dit alles een woord van troost, licht, kracht tegemoet.
Jeroen. Hij was nog niet volgroeid, maar op weg het te worden. Hij was er bijna. En zoals vaak bij iemand van zijn leeftijd was er een verschil te zien tussen Jeroen thuis en Jeroen buitenshuis. Thuis ontmoetten we vooral de teruggetrokken Jeroen. Actief en sociaal was hij met zijn vrienden, maar hij vertelde daar nooit veel over. Je moest de dingen uit hem trekken. Hij vond het moeilijk zich te uiten als hij iets lastig vond of als hem iets dwars zat. En ook als hij gewoon iets nodig had, vond hij het moeilijk het gewoon te zeggen. Dat wist hij zelf en hij heeft ook weleens laten ontvallen dat hij daaronder leed. Je moest hem de tijd geven en misschien een beetje afstand bewaren.
Wat was het toch dat hem weerhield om zich te uiten?
Wat was het toch waardoor hij niet goed los kon komen?
Sinds kort werkte hij bij GTB. Dat gaf een nieuwe dimensie aan zijn leven. Je kon merken dat hij het fijn vond om vanuit zijn vak iets te kunnen doen voor een ander. Hij kreeg van zijn werkgever veel vertrouwen en had het in zich om hierin te groeien. Alleen de ambitie was er niet altijd. ‘Als het gezellig is, is het toch ook goed?’ Zo was hij: een 19-jarige van deze tijd. Leven met van alles een klein beetje. Met daarbij op de achtergrond de vraag die uiteindelijk toch iets van een antwoord moest krijgen.
Waar ga ik me in mijn leven nu écht op richten? Aan wat of wie ga ik me nu helemaal geven?

En dan is daar de grens. Waarom dat laatste? Aan liefde en warmte, aan vriendschap en waardering heeft het hem niet ontbroken. Is er iets gebeurd wat voor hém heel belangrijk was en waarmee hij naar zijn eigen maatstaven zichzelf of zijn omgeving niet onder ogen durfde komen? Had hij ondanks alles toch ergens het gevoel dat hij door het leven overvraagd werd? Heeft het ergens te maken met zijn moeite om zich te uiten en is er daarom een noodlottige gedachtestroom op gang gekomen die niet te stoppen was?
We weten het niet. Misschien is het wel niets van dit alles.
Hier ligt de grens. De grens die we allemaal ervaren. Dat er in alle vriendschap en communicatie een geheim blijft.
Een mens is altijd meer dan wat je van hem ziet. Een mens is zelfs meer dan wat hij van zichzelf weet… Vandaag denken we aan hem, zoals we hem hebben gekend.
En zo hebben we hem in ons hart. Zijn wat zachte blik maakt ons hart zacht. En tegelijk: hij is meer dan wat zichtbaar van hem is geworden. Er is er Eén die het geheim van Jeroen kent. Dat is zijn Schepper.

Ik wijs naar de kaars: Jeroen is gedoopt. Toen heeft God gezegd: ‘Jeroen, Ik noem je bij je naam, je hoort bij Mij.
Ik heb je naam in mijn handpalmen gegrift, zodat Ik bij alles wat Ik met mijn handen doe jou voor ogen heb. Jij beseft het niet, je bent nog maar een kind. Toch is het een realiteit. Dieper dan jij jezelf kent, ken Ik jou. Ik heb je gemaakt om Jeroen te zijn en steeds meer te worden. Ik zal je ziel bewaren, door water en vuur heen, zodat je – wát je ook doet – jezelf blijft: Jeroen. Tot in eeuwigheid.’ Wat let ons om te geloven dat de doop van toen werkelijk ergens op sloeg?

Wat let ons om te geloven dat God dit werkelijk gezegd heeft?
Wat let ons om daarop te vertrouwen en ons daardoor te laten troosten?
En ja, dat verhaal van Jezus blijft me bij. Ik geloof nog steeds dat het een keer gebeuren zal. Dat Jezus komt en al het wenen stopzet en zegt: ‘Stil, hij slaapt. Jongen, sta op.’ Het graf van Jeroen.

Je was een jongen van weinig woorden
maar duidelijk herkenbaar voor diegenen
die bij je hoorden.
Er was nog zoveel te beleven
dus nog lang niet klaar met je leven.
Machteloosheid en pijn
waarom heeft dit nu zo moeten zijn?

(tekst op de rouwkaart)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief