‘Ontwaak ik, dan nog ben ik bij U’

2014-06-14
  • Jaargang 58
  • nummer 12
Op vrijdag 10 mei overleed Hillie Algra – Emmens, weduwe van ds. Arend Hendrik Algra. Als oudste zoon wil ik enkele herinneringen met u delen.


Moeder werd op 23 oktober 1922 geboren als vierde kind in een onderwijzersgezin. Haar vader was hoofd van de School met den Bijbel in Oostwold bij Leek. Toen ze drie jaar oud was, overleed hij. Haar eerste herinnering is de kist die in de woonkamer stond. Wie kan bevatten welke invloed deze gebeurtenis op haar heeft gehad? Een peuter, gevoelig voor indrukken, met al dat verdriet om zich heen...
Het gezin – vijf kinderen met hun alleenstaande moeder – moest verhuizen naar Drachten en daarna naar Leeuwarden.
Opnieuw ontworteling, weg uit de vertrouwde omgeving. Zuinigheid was daarbij geboden, zeker in de crisisjaren. Mijn oma verdiende buitenshuis bij, zodat alle kinderen een goede opleiding konden volgen.
Na de crisis kwam de oorlog. Maar zo mogelijk nog dieper trok de kerkelijke strijd in die jaren een wissel op mijn beide ouders. Mijn vader ging als enige uit het gezin, en zeer tegen de wil van mijn grootvader, mee met de Vrijmaking.

Beeldend
In 1948 was vader klaar met zijn studie theologie. Hij nam het beroep aan van de kerk van Waardhuizen, in het kerkelijk zwaarmoedige Land van Altena. Het was pionieren: pastorie en kerk moesten nog gebouwd worden.
Daarna volgde een nieuwe roeping: zendeling op Borneo.
Tot groot verdriet van moeder kon de pasgeboren Marijke niet meteen mee. Moeder zat klem tussen haar verantwoordelijkheid als vrouw van een zendeling en haar rol als moeder. Tientallen jaren heeft ze zich daar schuldig over gevoeld.

Moeder vond troost in de psalmen - een gelovige mag tegen God zeggen hoe diep hij in de put zit

Fysiek en emotioneel was Borneo voor moeder een zware tijd. Ik herinner me Borneo echter als een mooie tijd. Een dierbare herinnering vormen de verhalen uit de kinderbijbel van W.G. van der Hulst. Wat kon moeder mooi en beeldend vertellen! Als kleuter zag ik de bijbelse geschiedenissen gewoon voor mijn ogen gebeuren. En moeder genoot er zelf ook van.
Na de periode in de zending werd vader predikant in Gorkum. Al snel tekenden zich spanningen af binnen de gemeente en uiteindelijk kwam het tot een breuk. In het bijzijn van de kinderen werd er niet over gesproken, maar moeder had er als predikantsvrouw veel last van. In de kerk zocht ze veiligheid en beschutting, maar ze kreeg te maken met een verhard kerkelijk klimaat. Gelukkig was er de afleiding van zes kinderen, waar ze intens van genoot.
Haar liefde voor muziek kon ze kwijt op het Toonkunstkoor.
Ein Deutsches Requiem werd thuis helemaal geoefend.
Soms hielp vader twee handjes mee achter het harmonium.

Put
Hierna volgden de kerken van Wormer en Sliedrecht en uiteindelijk Maassluis. Vader was er nog maar kort predikant toen hij ziek werd. Met heel haar fysieke en emotionele kracht is moeder hem in die tijd nabij geweest.
In 1986 overleed vader. Moeder viel in een diep gat. In de eerste plaats was er het enorme gemis van vader. In haar bureau vonden we een gedicht van Willem de Mérode: Het is zo stil en wit, dit rusten.
Zo slapen enkel Gods gekusten, zo vredig licht en grond’loos diep.
De tijd valt lang voor hen die waken, maar God zal samen wakker maken, die Hij gescheiden tot zich riep.
Maar het verdriet ging dieper, naar vroegere pijnlijke perioden in haar leven.
Moeder vond troost in de psalmen. Een gelovige mag tegen God zeggen hoe diep hij in de put zit. Háár vijand was de depressie die haar steeds weer in de greep probeerde te krijgen.
Het steeds terugkerende gevoel tekortgeschoten te zijn. In die periode klonk geloofstwijfel door. Als ik het voor mensen niet goed heb gedaan, hoe zou ik dan voor God kunnen verschijnen?
De tekst van Lied 395 uit het Liedboek voor de kerken (Muus Jacobse) was haar in die tijd uit het hart gegrepen: Heer, roep mij als uw dwalend schaap, dat U niet zoekt en U niet vindt.
Geef mij, als één die Gij bemint, geef dat ik als uw eigen kind uw stem mag horen in mijn slaap.
Gelukkig was er pastorale zorg vanuit de kerk van Maassluis.
Met grote trouw gaven gemeenteleden aandacht aan moeder.
Voor de contacten met de familie was de telefoon haar levenslijn. ‘Jullie wonen allemaal zo ver weg’, verzuchtte ze regelmatig. Maar verhuizen wilde ze niet. Maassluis was haar thuisbasis geworden.

Doorgespit
Geleidelijk kwam er weer perspectief. De gevoeligheid voor depressie bleef, maar ze kon weer genieten. Zoals van het zicht op de zonsondergang vanuit de flat in Maassluis. En van het contact met de (klein)kinderen.
Ze had veel interesses: politiek, kerk, biologie, kunstgeschiedenis, literatuur. De hele krant werd doorgespit. Regelmatig belde ze op om een bepaald artikel door te nemen. ‘Wat vind jij daar nou van?’ Maar nog meer had het wel en wee van mensen haar intense belangstelling. Ze leefde mee met de buren in de flat, de familie, mensen in de kerk.

Ogen van Jezus
Muziek is altijd een passie geweest van moeder. Die passie gaf ze ook door aan haar (klein)kinderen. Wat vond ze het jammer dat haar eigen stem niet meer deed wat ze wilde. Maar ook luisteren naar muziek was een groot goed. We zongen samen regelmatig een psalm, moeder met zwakke stem, maar helemaal uit het hart. De meeste psalmen kende ze uit het hoofd, oude én nieuwe berijming.
Ze genoot van ontwikkelingen in de kerk. ‘Wat had ik vader dát graag gegund, die ruimte in de kerk!’ Dat was waar ze altijd naar verlangd had: een kerk waar mensen kijken door de ogen van Jezus.
Hierdoor keek ze ook niet zwart-wit naar het verleden. Ds.
Ies Maaswinkel zei tijdens de dankdienst voor haar leven dat ze ‘gunnend’ was, omdat ze het hart van Jezus had gezien en ervaren. Niet de ander zat fout, maar ‘wat hebben we vroeger veel ruzie gemaakt om dingen die niet wezenlijk waren voor de kerk’. Wat was ze dankbaar toen ik vertelde dat in Alkmaar de sinds 1968 gescheiden kerken elkaar weer gevonden hadden. ‘Wat fijn dat dat nu weer kan. Dat had vader ook mee moeten maken!’ En de veranderde keuze van liederen? Haar reactie: ‘Ik houd er niet zo van, maar als ik zie hoe het jonge mensen inspireert, dan vind ik het goed…’ Ook dat was moeder. Haar evangelische bewogenheid woog zwaarder dan haar eigen voorkeur.

Danken
Een paar dagen voor haar overlijden werd ze ziek: een beginnende longontsteking. ‘Ik heb een intensief leven gehad.
Ik heb veel meegemaakt’, zei ze twee dagen voor haar overlijden in het ziekenhuis. Ze had gedroomd dat ze uit bed was gestapt, maar dat haar voeten niet verder wilden. ‘Ik word niet meer beter. Het is goed zo. Ik weet waar ik naartoe ga.’ We lazen Psalm 139: ‘Ontwaak ik, dan nog ben ik bij U.’ ‘Als eens mijn laatste adem stokt, dan draagt mij uw muziek’, zongen we tijdens de dankdienst voor haar leven. Er was veel om voor te danken. Ze mag nu zonder gebrokenheid schuilen onder de vleugels van haar hemelse Vader. Samen met Arend Hendrik, die ze zo lief had.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief