Homofilie

2014-06-14
  • Jaargang 58
  • nummer 12
Eerst was er het christelijk-gereformeerde rapport Homoseksualiteit en homoseksuele relaties. Daarna kwam het boek Homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit van dr. A.A.A. Prosman, geschreven op verzoek van de Gereformeerde Bond. Beide dateren uit 2013, beide hebben dezelfde uitkomst: je mag het wel zijn, maar niet doen. Niet vreemd dus dat er ook in de kerkelijke bladen weer veel aandacht is voor homofilie. Zowel De Waarheidsvriend (8 mei) als Kontekstueel (mei) wijdden er een themanummer aan.
Hoewel het lastig is om nog iets te bedenken wat niet eerder is gezegd, is de blijvende aandacht wel een signaal dat het nog steeds ‘een netelig vraagstuk’ is (aldus de titel van een boek uit 1981). In veel publicaties wordt grote nadruk gelegd op de noodzaak voor de kerk om vooral pastoraal te zijn. Prima natuurlijk, maar, zegt ds. P.L. de Jong in Kontekstueel:

Het schiet niet echt op in de orthodoxe kerken van de hervormdgereformeerde familie en in vele evangelische gemeenten, met de toelating van samenlevende homo’s en lesbo’s bij de viering van het Avondmaal. Voor veel kerkenraden vormen zij een groot probleem. Op zich is het fijn dat ze na hun coming out meelevende mensen bleven. Maar vanaf het moment dat ze een partner vinden en samen hun weg gaan in een duurzame relatie van liefde en trouw, voelen kerkenraden zich gedrongen om hen de toegang tot het Avondmaal te ontzeggen. Natuurlijk gebeurt dat niet zomaar () maar zijn er een aantal pastorale gesprekken vol begrip en empathie. Toch is het resultaat hetzelfde: u leeft in zonde, u kunt niet gedoopt worden en belijdenis doen, u bent niet welkom aan de tafel van Christus.

De keus van De Jong is duidelijk: draai de volgorde radicaal om, laat het samen vieren van het avondmaal het startpunt en niet het eindpunt zijn, als een soort beloning voor goed gedrag:

Pastoraal kun je mijns inziens alleen iets betekenen als je de geaardheid erkent, homoseksuelen binnenlaat en toelaat bij de viering van het sacrament. Dat is de knop die om moet. Als je dat hebt gedaan: doe dan de bijbel weer open en ga opnieuw luisteren. Ook naar de bekende rij teksten.

In Kontekstueel komt ook de Workumse predikante H.M. Schormans-Marchand aan het woord. Zij schrijft:

Ik heb weleens het idee dat in alle verschuivingen die er in kerkelijk Nederland plaatsvinden, het afwijzen van homoseksualiteit voor sommige orthodoxe en evangelische delen van de kerk als een soort bijbelgetrouw anker fungeert, een vlag die moet aangeven dat men de zuivere leer vervoert. Als we op het vlak van echtscheiding, omgang met geld, mediagebruik, vrouwenemancipatie enzovoort hebben moeten toezien hoe er van alles veranderde, dan hebben we in ieder geval dit nog: homoseksualiteit wijzen we af. Met name de verbetenheid waarmee de discussies her en der worden gevoerd, maakt mij argwanend. Wat wil men bewijzen?

Wat niet wil zeggen dat ik niet het goed recht van een afwijzend standpunt erken. Bijbels, theologisch, ethisch is daar genoeg over te zeggen, dat gebeurt ook elders in dit blad.
Zelf ben ik door de jaren heen op het standpunt komen te staan, dat ook al heeft homoseksualiteit iets met gebrokenheid te maken (op grond van de Schrift moet ik dat concluderen), of beter gezegd: juist wanneer het met gebrokenheid te maken heeft, dan heeft men toch des te meer behoefte aan een gemeenschap van gelovigen om zich heen, aan evangelieverkondiging, aan het ontvangen van het Avondmaal. Wat betreft relaties, ik meen dat een homorelatie in liefde en trouw een gegeven is, dat door de betrokkenen, bij alle vragen die er misschien blijven, ook als een geschenk mag worden ontvangen. () Ik denk dat de samenleving en dat homo’s een kerk nodig hebben die tussen de klippen van (verholen?) afwijzing en (geveinsd?) applaus doorzeilt, een kerk die het uithoudt in de spanning van waarheid en genade.
En in dat spanningsveld vraag ik me af, of we nú als kerk niet moeten overhellen naar de zijde van de genade. In het vertrouwen dat er dan ook ruimte komt om elkaar de vraag te stellen, hoe wij concreet in relaties en seksualiteit aan Christus toebehoren, hoe wij heilig zullen leven.
Met een variant op een uitspraak die betrekking heeft op de prediking: ‘als je een koude oordelende wind laat waaien, trekken mensen hun jassen dichter om zich heen. De zon van de genade zorgt ervoor dat ze die jas uitdoen’. ()
Het lijkt me dat we de zon moeten laten schijnen over andersgeaarde gemeenteleden. Laat er ruimte zijn voor het onder ogen zien van gebrokenheid, waarin wij allen delen.
Die ruimte is er alleen, als iemand zich volledig aanvaard mag weten in Christus. En welke jasjes er dan precies uitgetrokken worden en door wie, dat zullen we luisterend naar de Schriften en biddend gaan zien.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief