Op eigen kracht bracht Hij redding

2005-08-12
  • Jaargang 49
  • nummer 15
Tot geloof komen door de profeet Jesaja te lezen! Dat gebeurde een zekere Bruinsma, hoogleraar in de plantenfysiologie in Wageningen. Hij was betrokken geweest bij de vrijmetselarij, hield zich bezig met dromenuitleg en gebruikte daarbij het meest eerbiedwaardige boek dat hij in huis had, de bijbel. Het recept was eenvoudig: hij liet het boek openvallen, prikte met de vinger en overwoog of de tekst correspondeerde met zijn droom... of niet.

Laat dat dikke boek nu toch steeds vaker openvallen bij één van de vier knechtsliederen uit de profetieën van Jesaja. Niet steeds hetzelfde lied, maar wel over die knecht des Heren. Een andere bijbeluitgave hielp ook al niet.
Toen besloot Bruinsma Jesaja maar eens te gaan lezen, gewoon 66 hoofdstukken stukje voor stukje. En via Jesaja werd het Matteüs, steeds meer mediterend en biddend. Aan het eind van het eerste evangelie was Johan Bruinsma overtuigd christen. Een ontroerend verhaal, dat ik hoorde in de reeks interviews die Pieter van Kampen jarenlang voor de EO-radio hield en waaraan ik vaak moet denken als ik Jesaja opsla.

Aardlagen
De profetie van Jesaja omspant de eeuwen, daarvan raakte Bruinsma gaandeweg overtuigd. Alleen al omdat die wonderlijke knecht (vooral in Jesaja 53!) alles te maken moest hebben met Jezus. Toch krijg je al lezend ook de indruk dat het boek zèlf een langere tijdsspanne beschrijft. In de eerste 39 hoofdstukken hoor je vooral over de periode, waarin Assyrië de wereldheerschappij had (zo rond 700 voor Christus). Samaria ging in die tijd ten onder en het tienstammenrijk werd weggevoerd. Maar in de hoofdstukken 40 tot 55 sta je aan Babels stromenruim 150 jaar later - met ballingen afkomstig uit Jeruzalem en omstreken.
De ballingschap loopt dan op zijn eind door toedoen van Cyrus, de machthebber van het Perzische rijk. Na hoofstuk 55 lijkt de positionering opnieuw anders, want dan gaat het weer over Jeruzalem en het herstel van die stad.
Al moet ik er bij zeggen, dat het soms ook lijkt of de wegvoering nog maar net achter de rug is en je de kersverse achterblijvers hoort (bv 64:8-11, 65:1-12). Terwijl Jesaja 35 uit het eerste deel qua sfeer weer heel goed past bij de hoofstukken 40-55. Tineke Plooij had een vergelijkbare ervaring en zij schrijft: ‘Ik vond Jesaja een boeiend, fascinerend en soms heel lastig boek. Het tijdsperspectief is me lang niet altijd duidelijk; in de eerste 39 hoofdstukken deels omdat ik de feitelijke chronologie niet goed ken; in de latere hoofdstukken omdat het vaak om verschillende tijden door elkaar heen lijkt te gaan.
Het lijkt soms net of er een aantal tijdslagen, uit heden, verleden en toekomst door elkaar geschud zijn als aardlagen of archeologische lagen door een aardbeving. Ik kan daar niet altijd wijs uit worden, al zijn een aantal thema's wel duidelijk.’

Sear-Jasub
Dat een beetje als achtergrond, maar de laatste opmerking van Tineke zet ons op de inhoudelijke sporen, waarlangs je ervaart hoe eensgeestes dit profetische boek is.
Er zijn veel thema’s die door het hele boek heen spelen. De gedachte bijvoorbeeld dat God tot in het oordeel en zelfs door het oordeel heen zijn reddende hand uitsteekt naar zijn volk.
‘Had de Heer ons niet een laatste rest gelaten, het zou ons vergaan zijn als Sodom en Gomorra’ zo lees je al in hoofdstuk 1:9. En zo komt het nog vaak terug. Bij de roeping van Jesaja, als het gaat over een afgehouwen tronk met toch een heilig zaad (6:13).
En het klinkt door in de naam van één van de kinderen van de profeet, Sear-Jasub: een rest keert terug - met zijn dreiging en belofte. En dat tot op het laatst, in Jesaja 65 (8,9). Corrie Sonke schreef, dat ze de thematiek van de rest ook zo herkenbaar vond in het hier en nu. En zij was niet de enige.

Abrupt
Het valt ook steeds weer op hoe scherp oordeelsaankondigingen en heilsprofetieën elkaar kunnen afwisselen. Dat herken je als je ziet hoe vers 18-20 is ingebed in Jesaja 1. En niet veel anders is het donkere decor van de hoofdstukken 8 en 9, waartegen de ‘Messiah’- heilsprofetie oplicht. Verwonderlijk, steeds weer ‘zonder overgang, zonder voorwaarden vooraf: De Heer maakt een nieuw begin’, zoals Kees Bos ergens opmerkt. ‘God zit gewoon te wachten tot hij weer genadig kan zijn’, schrijft Bob Wielenga met de woorden van Jesaja 30:18. En hij voegt er aan toe dat, mochten wij al die oordeelsprofetieën maar vermoeiend vinden om te lezen, we Gods eindeloos geduldige pogingen om zijn volk tot inkeer te brengen maar in gedachten moeten houden. Om van daaruit over oordeel en redding te lezen met een open oog op onze eigen situatie.

Social gospel
Aan bijna niemand ontging een ander confronterend motief uit dit profetische boek. Dan heb ik het over Jesaja’s vlijmscherpe kritiek op de sociale wantoestanden, vaak hand in hand met een uiterlijke godsdienstigheid. Ook dat vind je in het eerste hoofdstuk, maar het keert voortdurend terug, tot in de bekende Messiaanse profetieën toe (bv Jesaja 2,9,11,42). Herman Takken schrijft: ‘Als je Jesaja 58:7 en 10 leest in de directheid van de NBV denk je met schrik: wat maak ik hier van waar?’ Bob Wielenga sluit daar bij aan: ‘Alweer die nadruk op het handhaven van het recht... Wat is dat toch dat wij maar praten over de vergeving van de zonden, die vooral individualistisch-persoonlijk gedefinieerd worden, terwijl we de bijbelse nadruk op sociale gerechtigheid gewoon niet opmerken! Angst voor social gospel, voor Marxisme van voor 1989 of ook gewoon een verevangelicalisering van het evangelie op zijn Amerikaans? Zie nog 59:14, Het recht is verdrongen en de gerechtigheid blijft ver van ons; de waarheid struikelt op straat en de oprechtheid krijgt nergens toegang. Kan het duidelijker?’.
Ook Tineke zag de scherpe lijn naar hier en nu: ‘Zich huis na huis toeeigenen, akker aan akker voegen. Is er veel verschil
met kamers per matras verhuren aan illegale werkers in Nederland?’

Vrederijk
En dan de prachtige kralenketting, waardoor Jesaja wel de evangelist van het Oude Testament wordt genoemd.
Jaap (Jacob) Kanis - hij schreef dat zijn joodse voorouders al rond 1450 naar Nederland trokken! - is altijd weer onder de indruk van de profetieën over het komende vrederijk, die je vooral in het eerste deel van het profetenboek vindt (Jesaja, 2,9,11,25,35, maar ook 65). Wat een vergezichten!
Indringend ook, omdat er beslissend veel in het heil van Gods kant moet komen. Want de vrede in en tussen mensen en een ongebroken schepping komen door menselijk ingrijpen niet merkbaar dichterbij. Soms worden de contouren van een Messiaanse gestalte zichtbaar, zoals in hoofdstuk 9 en 11, waar het gaat over Davids troon en de stronk van Isaï. Echt een nieuw begin dus, waarbij teruggesnoeid wordt tot op de roots van het huis van David.

De Ene en de velen
In Jesaja 40 tot 55 loopt die Messiaanse draad door, al is verbeelding en verwoording anders dan in 1-39. De Messiaanse gestalte ontmoet je hier in de knecht des Heren - of op zijn NBV’s ‘dienaar van de Heer’. Het mooie van zo’n lezing aan één stuk is dat je ook momenten hebt waarbij het met deze dienaar eerder over Israël of de profeet lijkt te gaan. Zoals in Jesaja 41:8,9, waar Israël verkozen wordt tot dienaar - ‘in’ Abraham en met een toespeling op Jakob, die als eerste de naam Israël kreeg. Maar juist dan valt op dat de dienaar van Jesaja 42 van een andere orde is. Veel meer een eenling, die misschien eerst nog wel voor volksvertegenwoordiger van Israël zou kunnen doorgaan (42:1, 49:3), maar daarna in 49:5 een taak krijgt met het oog op álle volken, Israël incluis. Dat brengt lijden met zich mee (50:4-9), waarvan de ware diepte in Jesaja 53 zichtbaar wordt. In dat hoofdstuk verliest de dienaar ook voorgoed de trekken van volksvertegenwoordiger en treedt namens God voor de mensen in. Wat er nog aan volk is, is daar toeschouwer!
Inderdaad ‘Op eigen kracht bracht Hij redding’ (59:16, 63:5) en niemand stond hem bij. ‘Als we niet in inspiratie zouden geloven, zou dit Schriftdeel ons er toch van moeten overtuigen.
Dit kan niet uit eens mensen geest zijn voortgekomen, hoe geniaal ook’, schrijft Bob Wielenga over het hele tweede deel van Jesaja. En daarbinnen is Jesaja 53 toch het hoogtepunt, dat ons zet op het spoor naar Jezus, die kwam om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.

En nog veel meer!
En zo is er meer, wat heel de profetie van Jesaja doortrekt: de volken die toestromen, de metafoor van het dove en blinde, de kritiek op de beeldendienst, de waarzeggerij, de loskoop, het fnuikende van de hoogmoed. Alle reden om het boek zelf eens door te lezen... zoals die professor uit het begin van dit artikel deed.

Rooster
Jeremia, Klaagliederen (kopijdatum 12-08-05)
Ezechiel (kopijdatum 26-8-05)
e-mail: f.gerkema@solcon.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief