Totaal anders
2014-06-28
'Bestaat God?' vroeg een jongetje van zeven aan de oude, eerbiedwaardige RUG, de universiteit van Groningen. Een groepje hooggeleerde mevrouwen en meneren dacht diep na over de vraag. Het antwoord stond al vast, maar wie ging het geven?- Jaargang 58
- nummer 13
De faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap viel af. Je kon er vergif op innemen dat dat gedoe zou opleveren.
Wie dan? De keuze viel op hoogleraar Barthel van astronomie.
Vanuit de optiek van de RUG helemaal niet zo’n gekke keuze. Sterrenkundigen zijn nauw betrokken bij de vele miljarden die al de ruimte zijn ingeschoten om ontstaansantwoorden te vergaren.
Zo ongeveer kreeg het jongetje, Anco, een absoluut aardig antwoord van wetenschapper Barthel, waar die miljarden trouwens niet helemaal vanaf te lezen waren, maar waaraan je wel kon zien dat de man zijn best had gedaan. Een beetje vage brief, dat wel, maar misschien hoort dat bij wetenschappers.
'Nee, God bestaat niet als persoon, maar in de manier waarop jij en ik leven.' Voor volwassenen vertaald in: 'God kan niets en doet niets, maar Hij bezielt mensen en houdt hen de vraag voor: wat is wijs, wat is goed voor mij, voor de anderen, voor de wereld?' Het kan aan mij liggen, maar ik zie een tegenstelling. Hoe bezielt die God die niets kan en niets doet dan? Op welke manier houdt Hij mensen iets voor? Door andere mensen en door verhalen. Maar waar zijn die op hun beurt door geïnspireerd? Dikke duimen of wijze bollen hebben toch niet de kern van de Bijbel verzonnen om de ander lief te hebben als zichzelf, zoals Jezus heeft voorgeleefd en volbracht?
Dat is zo geweldig, zo totaal anders en wijkt zo af van de menselijke werkelijkheid – in welke cultuur dan ook.
Wat die astronomen meemaken, is ook geweldig. Ooit hoorde ik Wubbo Ockels vertellen dat hij, toen hij voor de eerste keer de ruimte inging, zich stellig had voorgenomen als nuchtere wetenschapper naar de aarde te kijken en niet zo hysterisch te reageren als 'die malle Amerikanen'. Maar ook Ockels verviel in louter bewonderende kreten toen hij de aarde achter de maan tevoorschijn zag komen. Zo fantastisch. Zo vol kleur. Zo magnifiek. En onze andere nationale ruimtetrots, André Kuipers, kan ook alleen in superlatieven over de aarde spreken.
De vraag die mij bezighoudt is: hoe komt het dat die aarde zo’n diepe indruk maakt op goed voorbereide astronauten?
Die reacties zijn van een andere orde dan je huis eens van de andere kant van de sloot bekijken. Hoe komt het dat die aarde zo totaal anders is in het heelal? Zou het kunnen dat die totaal andere God zelf op aarde is geweest? Dat Hij met zijn aanwezigheid de aarde heeft bezield en er leven en licht heeft gebracht?
En nog een vraagje: Waar leidt dat uitdijende sterrenstelsel naartoe? Een beetje bijbelvaste christen weet allang dat hemel en aarde eens voorbij zullen gaan. Hoe dat precies in zijn werk zal gaan? Daar werd altijd driftig over gespeculeerd.
Maar nu, met dank aan de sterrenkundigen, krijgen we geleidelijk een beeld.
Goede kans dat de rest van de Bijbel ook zal kloppen. Dat zon en maan eens niet meer nodig zijn, omdat God er zelf als Licht is, zoals in Openbaring 21 en 22 staat. Geeft dat alle antwoorden? Vast niet. Maar bij sterrenkundigen die zich openstellen voor dat Licht, kan ook nu al een veel minder vaag lampje opgaan.