Aanpassen aan de cultuur is een doodlopende weg
2005-08-12
Professor Bram van de Beek staat niet bekend om het fluweel waarin hij zijn visie verpakt. Voordeel daarvan is wel dat je weet waar je aan toe bent. Zo ook in een lezing die hij onlangs hield en waarvan het Centraal Weekblad van 3 juni de tekst onder bovenstaand opschrift publiceert. Van de Beek: - Jaargang 49
- nummer 15
Als we missionair willen zijn, moeten we eerst zelf helder weten wat onze missie is. In de kerk zijn grofweg drie typen van theologie te onderscheiden.
Zo is er de theologie van de vooruitgang: we bouwen aan het koninkrijk van God. Het gaat om verbetering van de wereld. Hierbij zijn twee varianten te onderscheiden: de meer oecumenische variant, die werkt aan gerechtigheid in de samenleving, dikwijls maatschappijkritisch en vooral te vinden in midden-orthodoxe gemeenten. De andere variant streeft naar een traditionele maatschappij van het christendom, met accent op orde en normen en waarden. De ethiek richt zich op het individuele leven. Men name het evangelische christendom staat hiervoor open. Het tweede theologische type is dat van de geborgenheid. Mensen voelen zich bedreigd en onzeker en zoeken naar veiligheid. Daarin verkondigen wij dat God zorgt voor ons. Het is de overheersende lijn in de gematigd orthodoxe gemeenten van de PKN en de andere kerken in de gereformeerde gezindte, maar ook in de RKK. Het ideaal van de zondagse dienst is dat we mooie liederen hebben gezongen, een fijne preek hebben gehoord, en bemoedigd en getroost huiswaarts gaan. Tenslotte is er de theologie van het oordeel en de gerechtigheid. God richt de wereld en brengt de grote scheiding aan. De prediking dringt tot onderzoek. Waar sta je? Het is de verkondiging van een kleine groep in de gereformeerde gezindte en van de traditionele evangelische beweging.
Het merendeel is inmiddels overgegaan op het geborgenheidstype. (...) De idealen van de jaren zestig en zeventig zijn in de cultuur voorbij. Een maatschappijkritische beweging voor een rechtvaardige samenleving is grotendeels verdampt. (...) Als er nu geroepen wordt om verandering van de samenleving is dat eerder een roep om orde. Het is niet meer een roep van links, maar van rechts. Mensen roepen daar om, maar zien dat niet als hun eigen roeping. De anderen moeten veranderen opdat wij een stil en gerust leven zullen hebben. Achter deze roep om vernieuwing zit de behoefte aan rust en nog meer de behoefte om met rust gelaten te worden.
Het laatste is eigenlijk overheersend en wie de rust doorbroken ziet of bedreigd, vraagt om rust te ontvangen.
Wie daarom de huidige cultuur goed peilt, en kerkelijk succes wil hebben op grond van wat de mensen vragen, moet een theologie en prediking van de geborgenheid ontwikkelen, met een positieve gemeenschap die van mensen niet teveel eist. Zelfs landelijke samenkomsten uit evangelische kring zijn niet langer bekeringscampagnes, maar opwekkingsbijeenkomsten om samen fijn te zingen en bemoedigd te worden. Die geborgenheid moet vooral niet te veel claims op mensen leggen. Ze mag alleen een beroep doen op mensen voor zover mensen positief daarin zichzelf ontplooien kunnen in alle vrijheid. Want samen werken kan het gevoel van geborgenheid versterken. Wil men mensen in Nederland in het begin van de eenentwintigste eeuw vanuit hun behoefte door het evangelie aanspreken dan is er maar één paradigma dat succes kan hebben: ‘Komt allen tot mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Ook daarmee zullen we geen grote massa’s bereiken, want de meeste mensen zoeken zozeer met rust gelaten te worden, dat zij alles ontkennen wat hun leven lastig maakt. Zij kunnen niet meer belast worden en vermoeid. Alles wat iets vraagt, wordt terzijde geschoven. Het is de generatie die niet meer de uitdaging van de werkelijk andere ander aankan. (...) Voor die mensen zegt zelfs geborgenheid niets meer. Heel de wereld is materiaal geworden voor de bevrediging van de eigen behoeften waaruit men eclectisch kiest.
Daarbij kan zelfs vluchtig het geloof een rol spelen. Religiositeit is ook een vorm van behoeftebevrediging, want mensen hebben nu eenmaal een aanleg voor religie. Maar daarmee bouwt men geen gemeente. De kern van de gemeente zal men nu het eerste vinden bij hen die zoeken naar geborgenheid omdat ze het leven zelf niet meer staande konden houden.
Het is duidelijk wat de mensen eventueel nog voor boodschap willen horen. Maar is dat onze missie?
Geborgenheid zonder gerechtigheid is oppervlakkig. Maar ook de maatschappijkritiek van het verleden doorzag niet hoe diep de zonde is. Niet ons doen verandert de wereld, maar Gods handelen heeft de wereld veranderd.
Alles is geschied in Christus. De wereld is alreeds geoordeeld en alleen in Hem is behoud. Dat is de boodschap die we moeten verkondigen.
(...) Zending is (...) de verkondiging van het oordeel over de wereld door Christus en de roep om zich te laten dopen in zijn Naam. En van die doop word je erg nat. Je gaat onder in de dood. Voor verwende mensen is dat geen aantrekkelijk vooruitzicht.
Maar het evangelie is niet om mensen te behagen. Het is bedoeld om mensen te redden. En de redding is in geen ander dan in de gekruisigde.