Leven en nog eens leven

2014-06-28
  • Jaargang 58
  • nummer 13
Jesaja 65 is een eigenaardig hoofdstuk. Het doet ergens denken aan het visioen van de apostel Johannes (Openbaring 21), maar het is toch ook echt anders. De profeet zit veel dichter bij ons alledaagse leven. Bij hem hoor je geen boodschap van opstanding en geen belofte van eeuwig leven, zoals in Openbaring. Hij spreekt over zuigelingen en bejaarden, over ‘het lange leven’. Daar zit iets pastoraals in.

De medische wereld en alle hulporganisaties hebben in zekere zin het visioen van Jesaja 65 voor ogen Het verrast misschien wel dat het eeuwige leven bij Jesaja niet verder komt dan het lange leven van zuigeling tot grijsaard, een leven van eten en drinken, huis, kerk, werk en school. Waarbij vooral één ding er echt uitspringt: ‘dat er geen zuigeling zal zijn die slechts enkele dagen leeft, geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit; want een kind zal pas sterven als honderdjarige, en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt’ (65:20).
Je herkent daarin iets van een rouwadvertentie over een vrouw van ver in de 90: ‘Na een lang en rijk leven ging van ons heen...’ Wel sterven, maar zoveel minder bitter dan wanneer het halverwege het leven was geweest. Alsof het leven door de jaren is geleefd en de dood iets krijgt van de laatste steek van het breiwerk. Het is goed zo, zeg je dan. Ze heeft niet hoeven lijden, ze heeft een goed leven gehad. Dat is de sfeer van Jesaja 65.

Hier en nu
Op deze manier zit er in Jesaja 65 iets van een mengeling. Jesaja spreekt echt over het leventje zoals we dat leven – zuigelingen, bejaarden, de wijk, het werk, de school – maar dan wel met die heel bijzondere kant dat de voortijdige dood niet meer zal zijn. Daarin komt de profeet heel dicht bij onze directe menselijke verlangens. Daar zit iets invoelends in, iets pastoraals.
Vooral voor de momenten dat de boodschap van eeuwig leven ons door diep verdriet in het hier en nu ergens te groot en te machtig is.
Je ziet dat terug bij iemand als Martha, de zus van de gestorven Lazarus. Jezus zegt heel beloftevol dat Lazarus zal opstaan op de jongste dag, maar of dat echt binnenkomt bij Martha? ‘Ja, ik wéét dat hij zal opstaan bij de opstanding op de jongste dag’, zegt ze. Maar klinkt dat niet als een boodschap die gewoon te groot en te ver is om te bevatten en die daarom in het hier en nu niet echt binnenkomt?
Op zulke momenten is er eigenlijk maar één verlangen: dat je je geliefde hier en nu terug ontvangt uit de dood.
In feite verlang je naar een opwekking uit de dood, zoals die van het dochtertje van Jaïrus of van Lazarus. Of je hunkert naar het lange leven, zoals je dat verwoord vindt in Jesaja 65, waar een baby niet na enkele dagen sterft en een moeder niet wegvalt uit haar gezin, maar alleen grijsaards begraven worden. Kortom: de voortijdige dood zal niet meer zijn. Als alleen die boodschap al eens waar zou worden, op aarde! Dat er geen mens meer sterft voor zijn tijd. Wat zou dat geweldig zijn.
Je kunt rustig zeggen dat de medische wereld en alle hulporganisaties in zekere zin dit visioen van Jesaja 65 voor ogen hebben. Zij hebben hun doel bereikt als de voortijdige dood is uitgebannen.
En het kost ons geen moeite om het heerlijke daarvan te proeven.

Doortikken
Toch is deze heilsprofetie van de profeet Jesaja niet het laatste woord over dood en leven. Want in het laatste bijbelboek keert deze profetie in de overtreffende trap terug in het vergezicht van de apostel Johannes.
Jesaja mag komen met een visioen waarin je meekrijgt dat een eerste angel uit de dood zal worden weggehaald – namelijk de angel van de ontijdigheid – maar Openbaring geeft de belofte dat de dood überhaupt tot staan zal worden gebracht. De dood zal niet meer zijn, zo hoor je in het boek Openbaring. Wat God voor ogen heeft, gaat dus nog veel verder dan die soms heel heftige verlangens.
Wat is de komst van Jezus hierin cruciaal. In Hem zijn zo veel dingen anders komen te liggen. Zonde en vergeving gaan via Hem lopen, maar ook de dood, die is overwonnen in Hem. Jezus wordt getypeerd als de eerstgeborene uit de doden. Daaruit mag je opmaken dat zijn opstanding echt een andere is dan die van het dochtertje van, de zoon van en de broer van... Je proeft de eeuwigheid in Jezus’ opstanding, terwijl je bij die drie andere opwekkingen de klok gewoon hoort doortikken. Jezus opstanding is anders. En de nieuwheid van zijn bestaan is fascinerend. Waarbij de kern van het Evangelie is dat de opstanding van Jezus zo’n kracht heeft dat wie met Jezus leeft, deel krijgt aan dat nieuwe leven met Hem.

Knoop
De profeet en de apostel spreken beiden over leven en dood, waarbij de profeet door de apostel niet tot zwijgen wordt gebracht. Want tot op vandaag raakt Jesaja’s visioen onze gevoelens van vrede, vreugde en verdriet, bedoeld voor mensen onderweg, nog niet gearriveerd bij dat eindpunt van ‘alles wordt nieuw’. Ook na de opstanding van onze Here Jezus Christus is het goed dat we niet alleen de ontknoping van de bijbelse boodschap over de dood hebben, maar ook de lange weg van de ontwarring van deze bittere knoop.
De profeet vangt ons op en de apostel is er om ons open te maken voor dat verlangen naar meer. Dat God ons meer wil geven dan we vaak zo primair verlangen. Nieuw leven voor het aangezicht van God. Daar gaat het leven nooit voorbij ... (Psalmen voor Nu 133).

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief