De kerk

2014-06-28
  • Jaargang 58
  • nummer 13
Onlangs organiseerde de EO een symposium over ‘Kerk in verval… of in verandering?’ De rubriek ‘Globaal bekeken’ in De Waarheidsvriend van 23 mei, het blad van de Gereformeerde Bond, is er helemaal aan gewijd. De schrijver, aangeduid met niet meer dan z’n initialen ‘v.d.G.’ (elke Bonder weet dat daarachter ir. J.
van der Graaf schuilgaat), publiceert een aantal fragmenten uit de gehouden lezingen. We luisteren even mee.
Om te beginnen naar het verhaal van drs. W.H. Dekker (socioloog van de CHE):

Mijn opa, christelijk gereformeerd in Harderwijk, geloofde met de kerk mee. Zijn kerk. Voor mij is hij altijd een toonbeeld van geloof geweest. Maar toen ik dit verhaal voorbereidde, realiseerde ik mij dat ik zijn persoonlijk geloofsverhaal niet ken. Heeft hij mij nooit verteld. Terwijl hij en zijn huis de kerk ademden. Zo voelde ik wanneer hij genoten had van een kerkdienst. Dan zong zijn lijf als het ware. (…) Zijn identiteit ontleende hij aan de kerk. Harmen Petersen, visser, vader, maar vooral christelijk gereformeerd in Harderwijk.
Die tijd is voorbij. Bij een kennismakingsrondje op de hogeschool vraag ik aan studenten altijd van welke kerk zij zijn. De laatste jaren luidt het antwoord steeds vaker dat zij zich aan het oriënteren zijn. Ik ben op zoek naar een kerk die bij mij past.

Dan ds. P.L. de Jong, emeritus predikant uit Rotterdam-Delfshaven:

De wegloop van de laatste veertig jaar was naar mijn idee niet allemaal ongeloof, vijandschap, ook veel onvermogen.
Als Protestantse Kerk loop je voorop in het verwerken van maatschappelijke veranderingen. Toen ik in Rotterdam predikant werd in 1992 was dat proces in volle gang. ‘Jij bent de laatste’, zei een oudere kerkrentmeester tegen me, bij de kennismaking.
En hij was zeker niet de enige die dat dacht. Kerkdiensten met bijbelse preken, dat leek voorbij.
Dat is heel anders gelopen. En niet alleen in Delfshaven, er zijn tal van plekken in de steden waar door een diep dal heen nieuw elan is geboren.
Gewoon binnen de Protestantse Kerk.
Terwijl ik in heel veel evangelische en ander soort groepen gezien heb hoe kort van adem men daar is. Men heeft zo weer een andere droom, roeping of visie. Men heeft een gave voor scheuren.
En stevige refokerken verdwenen helemaal uit de stad, ondanks hun zuivere prediking en zuivere regels.

Een soortgelijk verhaal komt ook uit Amsterdam, van de predikant van de Jeruzalemkerk, ds. B.J. van der Graaf:

De Jeruzalemkerk in Amsterdam-West kent een bewogen geschiedenis van verandering, verval en wederopstanding.
In de snel veranderende cultuur van de stad en de buurt moest ze zichzelf steeds opnieuw uitvinden, regelmatig balancerend op het randje van de afgrond. Anno 2014 is de Jeruzalemkerk een jonge, vitale maar ook kwetsbare gemeenschap in een dynamische buurt van de stad. (…) Jaren geleden vond ik daarvoor bij Hirsch en Frost, in hun boek ‘The Shaping of Things to Come’, een metafoor die prominent in ons beleidsplan terecht is gekomen. In Australië hebben veeboeren vaak enorme kuddes die ze weiden op enorme vlakten.
Daarbij is het ondenkbaar de kudde bij elkaar te houden door een hek.
Wat ze doen is dit: ze brengen de dieren bij een bron, waar de dieren uit drinken, even vandaan lopen en weer terugkeren. Zo wordt de kudde vanuit de bron bijeen gehouden.

Hoopvolle geluiden, juist uit de twee grootste steden van ons land.
En dan duik ik even in de geschiedenis.
In de begintijd van de kerk, de eerste eeuwen, waren het de grote steden waar het Evangelie het eerst gehoor vond, terwijl de bewoners van het platteland en de dorpen veel langer vasthielden aan de vanouds overgeleverde religieuze tradities.
De stedelijke samenleving stond blijkbaar meer open voor het nieuwe van de boodschap van het Evangelie.
Dat zal ermee samenhangen dat in de stad het individu belangrijker is dan de gemeenschap, terwijl dat in een rurale omgeving vaak andersom is: eerst is er de gemeenschap en dan pas het individu. Een breuk met het verleden zal zich daarom het eerst manifesteren in de stad.
Hoe staat het er vandaag voor met de kerk? De laatste tientallen jaren hebben we een beweging gezien waarin de kerk in de stad verregaand gemarginaliseerd is geraakt, terwijl ze zich op het platteland soms goed wist te handhaven. Een bijkomende ontwikkeling was de groei van de kerk in welvarende forensengemeenten, maar ook dat droeg bij aan het verdwijnen van de kerk uit de stad.
Nu maakt één zwaluw (of twee) nog geen zomer, maar zulke verhalen als hierboven stemmen mij hoopvol.
Zou het kunnen dat zich vandaag iets herhaalt van vroeger? En dat ook in onze tijd juist in de stad een nieuwe openheid voor het Evangelie ontstaat? Door het nulpunt van materialisme en nihilisme heen?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief