Om te geloven heb ik de kerk nodig
2014-07-12
Het is een ik-uitspraak: ‘Om te geloven heb ik de kerk nodig.’ Harald Overeem, predikant binnen de PKN, gaat anderen niet vertellen wat zij moeten doen. Hij heeft het over zichzelf. Hij schrijft een boek over de dingen die hem motiveren bij de kerkgang en vertelt daarbij ook over zichzelf. Daarmee maakt hij dit boek persoonlijk. Zo vertelt hij dat hij bij een reis met studenten van bijbelschool de Wittenberg naar Taizé onder de indruk raakte van de vroomheid van één van de broeders daar: ‘Ik vond hem een vroom mens – vrij, dicht bij zichzelf, sprekend en reagerend vanuit de omgang met de Heer. Die paar keer dat we hem ontmoetten, merkte ik dat ik ontroerd werd.’ - Jaargang 58
- nummer 14
VVV
Hulde voor de uitgever om dit boekje uit te geven. Hoeveel mensen zijn er niet die naar hun zeggen wel gelovig zijn, maar niet meer naar de kerk gaan? Dit boekje is nuttig en nodig.
Arjan Plaisier, scriba van de PKN, en Henk van den Bosch, docent nascholing aan het Seminarium, geven beiden hun aanbeveling.
Het is misschien niet zo’n modieus onderwerp, maar het blijft belangrijk om de kerkgang te bevorderen. Dit gebeurt niet op een moraliserende manier. Integendeel. Het boek lijkt wel de VVV, want er komen maar liefst vijf woorden voorbij die beginnen met een v: de kerk als plaats van vergeving, vrede, vrijheid, vreugde, vriendschap en vroomheid.
Elk begrip wordt uitvoerig verhelderd aan de hand van moderne lectuur.
Schrijvers als Lewis, Augustinus, Van Ruler, Bonhoeffer komen voorbij om duidelijk te maken wat wij onder bijvoorbeeld vroomheid of vrijheid moeten verstaan. Feitelijk heeft Overeem het niet alleen over de kerkgang, maar over het deel uitmaken van een kerkelijke gemeenschap in al zijn facetten.
Tijdens een preek hield hij twee dezelfde tekeningen boven elkaar en vroeg om een titel te bedenken. Vaak hoorde hij ‘zoek de tien verschillen’.
‘Het is onze onweerstaanbare neiging om de onderlinge verschillen bloot te leggen’, is zijn conclusie. ‘Het lukt niet altijd om vanuit die verschillen de band van de vrede te bewaren.
Onmisbaar is het om elkaar in liefde ruimte te geven en te aanvaarden.’ Overeem preekt niet voor eigen parochie.
Hij geniet – met alles wat er ook in kritische zin van te zeggen is – van de kerk. Dat merk je.
Vindplaats
‘De kerk als vindplaats van het heil’ is een gevleugeld woord dat je meer dan eens tegenkomt in dit boek.
Het zal mijns inziens de komende tijd een opgave blijven om de relevantie van de kerk te laten zien aan de gelovigen in en buiten de kerk.
Volgens Hebreeën 10:24 moeten we elkaar stimuleren tot trouw in de kerkgang: ‘Laten we (..) in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.’ We moeten relevant zijn als kerk alsof alles van ons afhangt, maar ook trouw alsof alles van God afhangt.
Iets persoonlijks: ik maak op dit moment preken over Jeremia. De problemen in die tijd zijn niet de laatste vijf geboden, maar de eerste vier: de Naam, de eer, de dag van God.
Overeem schrijft: ‘Als je niet naar de kerk gaat, doe je God tekort, omdat je buiten een kerkelijke gemeenschap steeds minder gestimuleerd wordt God de eer te geven die Hem toekomt.’ Ik denk dat hij daar gelijk in heeft. De kerk is er voor mij, voor ons.
Overeem schrijft ook: ‘De kerk is bij uitstek een plaats waar we kunnen oefenen in vroomheid.’ De kerk is er ook voor God. Zingen voor God. Hem eren. Naar zijn Woord luisteren.
Je hart verheffen tot God.
Aan het eind van het boekje komen de hoofdstukken nog eens voorbij.
Bij elk hoofdstuk worden vragen gesteld, die aanzetten tot persoonlijke overdenking, maar ook aanleiding kunnen zijn voor een gesprek in een kleine of grotere kring. Ik kan het boekje van harte aanbevelen.
Overeem, H., (2014), Om te geloven heb ik de kerk nodig. Ark Media Amsterdam.
96p. € 9,95.
Drs. Gerard de lange is emeritus predikant van de NGK Ede.