Ik ga naar de hemel en neem mee... (2)
2014-07-12
- Jaargang 58
- nummer 14
Zouden we in de hemel ook liederen zingen die we nu al kennen en zo ja, welk lied zou u dan graag meenemen? Redactieleden van Opbouw en De Reformatie maakten hun keuze.
Psalm voor Straks
Freddy Gerkema (redactielid Opbouw)
Zo mooi, als mensen die familie zijn de vrede onderling kunnen bewaren.
Zoals de olie uit Aärons baard, die in zijn kleren druipt en heerlijk ruikt, zoals de dauw die op de berg ligt bij Jeruzalem, van boven naar beneden, zo geeft de Heer zijn zegen, hier gaat het leven nooit voorbij.
(Psalmen voor Nu, 133) Als echt nog eens die grote zomer komt en ik mag erbij zijn, en we gaan wat zingen met elkaar en ik mag een voorstel doen, dan zou ik zeggen: zullen we nog een keer zo’n Psalm voor Nu zingen? Gek natuurlijk, omdat je dan – zo denk ik maar – niet zoveel idee meer hebt van boven en beneden en al helemaal niet meer van ‘toen en daar’ en ‘hier en nu’. En dan zingen we!
Met Aäron, die moeiteloos meeneuriet, en een ander, die de voeten nog nat heeft van de dauw van toen. Met eerste regels die twinkelen als nooit tevoren – zo mooi is die familie! En met vrede, die komt en nooit meer gaat. Gezegend leven, waar je nooit genoeg van krijgt!
Dat is mijn Psalm voor Straks. En nu mag 'ie gelukkig ook al.
‘Bach swingt je de hemel in’
Meet me in heaven
Peter Hommes (redactielid De Reformatie)
Hoe het zal zijn om opgenomen te worden in de hemelse liturgie, daar kan ik me niets bij voorstellen. Als ik Openbaring 7:9-17 lees, hoop ik maar dat ik ertussen zal staan. In mijn witte kleren, met een palmtak in mijn hand. Mooi zal dat zijn – zelfs als het een metafoor is voor wat ik mag meemaken.
Ik verlang ernaar om deel uit te maken van een grote aanbiddingsgroep, waarin we allemaal hetzelfde doel hebben. Soms maak ik daar al iets van mee in kerkdiensten waarin enthousiast en vol emotie wordt gezongen. Een voorsmaak van de eeuwigheid, denk ik dan.
Mijn lied voor de hemel wordt nu nog gekleurd door mijn verbinding met de aarde, mijn geliefden, mijn plezier, mijn verdriet. Dat kan ook niet anders; ik ben aan hen verbonden.
Ik kan me geen vreugde voorstellen zonder hen. Ik moet er niet aan denken om hen te verliezen, ook al wacht de eeuwigheid.
Daarom word ik geraakt door de tekst van een lied van Johnny Cash. Op de grafsteen van zijn broer Jack, die jong was gestorven, stond: ‘Meet me in Heaven.’ Later krijgt een lied van Cash deze titel mee, als hij oud is en nadenkt over het sterven van hemzelf en zijn geliefde June Carter.
Een menselijke en tegelijk diepgelovige voorstelling van de hemel.
We’ve seen the secret things revealed by God And we heard what the angels had to say Should you go first, or if you follow me Will you meet me in Heaven someday Living in a mansion on the streets of gold At the corner of Grace and Rapture Way In sweet ecstasy while the ages roll Will you meet me in Heaven someday
Veilig in Jezus’ armen
Jan Westert (redactielid De Reformatie)
De vraag welk lied je in de hemel graag wilt zingen, is lastig voor iemand die in het geheel niet zingen kan. Ik hoop dat straks die ‘doorn in mijn vlees’ weg is, want zingen is een gevoelsuiting van je geloof. Het komt uit het hart.
Welk lied? Dan kies ik voor het eenvoudige en waarschijnlijk apocriefe lied ‘Veilig in Jezus armen’ – vast ook uitgesloten van elk nieuw kerkboek. Tijdens de afscheidsdienst van mijn moeder in een vol Drents kerkje werd het gezongen. Er waren veel familieleden en mensen die de muren van de kerk vooral van de buitenkant zien. Daarom wilde moeder graag dat dit oude zondagsschoollied werd gezongen.
Veel liederen werden zacht meegezongen, maar bij dit lied barstte het kerkje uit zijn voegen; het riep herkenning op. Het zou toch geweldig zijn om het straks weer te zingen, samen met mensen voor wie dat lied nu nog hun enige binding met Jezus is. ‘Veilig in Jezus armen, veilig aan Jezus hart.’ Dat is dan ook werkelijkheid geworden.
‘Zullen we nog een keer zo’n Psalm voor Nu zingen?
Op, waakt op, zo klinkt het luide…
Ide Zinkstok (redactielid Opbouw)
Als ik een lied zou kunnen meenemen, is het lied 262 uit het Liedboek voor de Kerken, ‘Op, waakt op, zo klinkt het luide…’, de vertaling van een aria van Bach uit cantate 140.
Bach heeft prachtige muziek gemaakt. Niet voor niets zijn heel wat van zijn aria’s tot ons liedboek doorgedrongen. Iemand schreef ooit: ‘Bach swingt je de hemel in, Beethoven haalt het net niet.’ Op één van de eerste platen die wij vroeger bij mij thuis kregen toen we een grammofoon hadden, stond deze cantate. Hij werd stukgedraaid. De muziek was me al bekend en is me bijgebleven ver voordat ik ook maar iets van de tekst begreep.
Bij dit lied is het echter de combinatie van muziek en tekst die maakt dat ik het later opnieuw zou willen zingen. De tekst verwijst naar de wederkomst en het bruiloftsfeest. De wachters kondigen de komst van de Bruidegom aan. De vreugde en ervaring van schoonheid die er dan zal zijn, is ongekend. Reden waarom ik er met deze muziek, die zelf ook heel vreugdevol is, over zou willen blijven zingen als het eenmaal zover is. En dat terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo’n zanger ben. Op de nieuwe aarde zou ik liever studeren dan tuinieren of zingen...
‘Hoe het zal zijn om opgenomen te worden in
de hemelse liturgie, daar kan ik me niets bij voorstellen