Redactioneel

2014-05-31
  • Jaargang 58
  • nummer 11
‘Ik ga gebukt onder een zwaar verdriet. (…) Ik ben overstelpt door droefheid en ellende.’ Zoals Hanna in tranen de Heer smeekte om een kind (1 Samuël 1), zo knielen nog altijd vele mensen voor God neer om hetzelfde te vragen.
Haar verdriet en gemis zullen velen dan ook herkennen. Tegelijk zal voor de meesten gelden dat er geen ‘dominee Eli’ naast hen staat om te zeggen: ‘De God van Israël zal u geven waar u om hebt gevraagd.’ Soms blijft het gewoon stil. En wat dan? Hoe moet je dan verder?

Sinds het Oude Testament is er veel veranderd, zoals in de bijbelse beschouwing van Ad van der Dussen te lezen is, maar de pijn en het verdriet van kinderloosheid is nog altijd groot. Twee echtparen vertellen erover in dit nummer en twee vrouwen zonder kinderen geven vanuit hun ervaring en professie raad hoe je het in je relatie een plek kunt geven en hoe de gemeente in eredienst en pastoraat een rol van betekenis kan spelen.
Wat dat laatste betreft, blijkt er in de gemeente nog veel verlegenheid en schroom te zijn rond dit onderwerp. Mensen weten zich geen raad als ze ermee geconfronteerd worden, of komen met allesbehalve zinvolle adviezen.
Een beetje in de trant van Elkana’s reactie op Hanna’s verdriet: ‘Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen?’ De gemeente zou een plek moeten zijn waar mensen zonder kinderen geloofsgenoten vinden om mee te bidden en te huilen. Een plek zonder onbegrip, en zeker zonder treiterijen à la Pennina. Een plek waar allen, met of zonder kinderen, één zijn in Christus Jezus.





Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief