Daar vliegt een ooievaar voorbij
2014-05-31
‘Daar gaat een dominee voorbij’, zo zegt men als iedereen plotseling zwijgt tijdens een gesprek. Toen ik bezig was met mijn afstudeeronderzoek naar de omgang met ongewenste kinderloosheid in de kerk, schoot me een treffende variant te binnen: ‘Daar vliegt een ooievaar voorbij...’ Want ook als de ooievaar voorbij vliegt (oftewel de wieg bij mensen leeg blijft) wordt er vaak gezwegen in de gemeente. Hoe komt dat? In dit artikel geef ik een aantal aanbevelingen om ongewenste kinderloosheid een plek te geven in eredienst en pastoraat.- Jaargang 58
- nummer 11
Ongewenste kinderloosheid is een onderwerp dat raakt aan mijn eigen biografie. Ook ik heb geen kinderen, hoezeer mijn partner en ik ze ook hebben gewenst.
Omdat ik pastoraal actief ben in gemeenten, verenig ik in mijzelf eigelijk twee belangrijke vragen rond dit onderwerp: hoe ga ik hier zelf, als pastorant, mee om en wat kan ik als pastor in deze specifieke situatie betekenen?
Het thema stond een paar jaar geleden dan ook op mijn lijstje mogelijke afstudeeronderwerpen en de gemeente waar ik stage zou gaan lopen koos precies dat onderwerp uit. Kort ervoor had de gemeente zich afgevraagd wat zij kon betekenen voor ongewenst kinderloze gemeenteleden.
Mijn gesprekspartners konden zo drie jonge stellen noemen die hiermee te maken hadden. Ook kenden ze oudere paren die dit stadium weliswaar voorbij waren, maar voor wie elke doopdienst een kwestie van uitzitten was en elke geboorte een herinnering aan hun eigen gemis. Oudere echtparen worden er op een andere manier mee geconfronteerd: geen kinderen betekent ook geen kleinkinderen.
Vanuit dit startpunt ging ik met het thema aan de slag. Ik ben op zoek gegaan naar de zeldzame literatuur over dit specifieke onderwerp en heb een aantal mensen geïnterviewd.
Nee
Kinderloosheid blijkt een complex probleem, zowel wat betreft de inhoud en omvang als wat betreft de gevolgen op relationeel en sociaal gebied.
Het gaat immers over gevoelens die moeilijk rationeel te omschrijven zijn.
Kinderloosheid betreft een grote, diverse groep mensen. Jong en oud, alleenstaand en getrouwd, direct en indirect betrokkenen... Het verdriet raakt bijvoorbeeld ook de ouders wier kinderen onvruchtbaar blijken te zijn.
Zij lijden als ouder onder het verdriet van hun kind, maar zij kunnen ook zelf verdriet hebben, als het tevens inhoudt dat zij de rol van grootouder nooit zullen vervullen. Als je elkaar vervolgens wilt ontzien in het verdriet dat je hebt, kan dat tot verwijdering leiden, en tot het niet kunnen delen van gevoelens.
Kinderloosheid kan ook leiden tot een wanhopig zoeken naar zin. Het beïnvloedt de omgang met en kijk op God als Schepper en Schenker van het leven. Zoals Goebel het verwoordt in haar boek Zwischen Hoffnung und Verzweiflung: ‘Hoe is Gods “JA” op ons leven te zien wanneer mensen een dusdanig “NEE” ervaren?’
Breng het onderwerp in het pastoraat op een open en vrijblijvende manier ter sprake
Op het moment dat kinderloosheid een feit wordt, valt een droom in duigen en komt er een einde aan het gevoel in een maakbare wereld te leven.
En omdat het een moeilijk onderwerp is, wordt er niet of slechts oppervlakkig over gecommuniceerd. Dit leidt over en weer tot onbegrip. Kinderloosheid zet mede daardoor relaties onder druk.
Mensen zonder kinderen voelen vaak een bepaalde afstand en hebben soms het gevoel in een andere wereld te leven. En het opvallende is dat hun gewenste kind meegroeit naarmate ze ouder worden. In alle fases die vrienden en familie meemaken met hun kinderen staan zij met lege handen.
Confronterend
Binnen de gemeente plaatst kinderloosheid een kritische noot bij de traditionele nadruk op het gezinsleven.
Want juist in de eredienst zijn er nogal wat momenten waarop mensen met het gemis van kinderen kunnen worden geconfronteerd. Het onderwerp is bijvoorbeeld nauw verbonden met de kerkelijke bevestiging van het huwelijk en met één van de sacramenten, de kinderdoop. Daarnaast valt te denken aan gezinsdiensten en aan de adventsmaand, met de wonderbaarlijke geboorteverhalen van schijnbaar onvruchtbare aartsmoeders.
Maar het geldt niet alleen voor speciale diensten. Elke kerkdienst kan confronterende momenten hebben door bijvoorbeeld een fragment van een lied, de schriftlezing of de woordkeus in een gebed. Sommige momenten zijn totaal onverwacht, op andere kun je je voorbereiden, zoals het moment dat alle kinderen voor de zegen de kerkzaal in komen.
Een belangrijk aspect dat meespeelt is de taal. Het je buitengesloten voelen door de taal in een dienst en het gevoel niet begrepen, niet erkend te worden, is een opvallend verschijnsel dat in mijn onderzoek naar voren kwam. Er lijkt een verband te zijn tussen de eenzaamheid die kinderloze mensen soms voelen en de grote aandacht die er binnen de kerk is voor speciale doelgroepen. Er is er blijkbaar één te weinig: men hoort nergens echt bij.
Verzachtend
Pastoraat bleek in mijn onderzoek alleen bij jongeren een rol te spelen.
Ouderen hebben niet of nauwelijks ervaring op dit gebied. Ze waren daar niet negatief over, ze concludeerden het alleen. Niemand noemde het als specifiek pijnpunt.
Bij de ouderen speelde het gemeenteleven sowieso geen rol. Kinderloosheid werd niet echt gethematiseerd en was daardoor ook geen gedeelde ervaring.
Dat was deels een eigen keuze, maar de tijdgeest lijkt hierin ook een grote rol te spelen.
Kinderloosheid plaatst een kritische noot bij de traditionele nadruk op het gezinsleven in gemeenten
Bij degenen die hun problematiek met kinderloosheid wel binnen de gemeente deelden, werd met name persoonlijke aandacht als helpend en troostrijk ervaren. Het verzachtte de negatieve ervaringen die soms werden opgedaan in de eredienst.
Mensen zonder kinderen willen volwaardig lid zijn van de gemeente. Ze willen zich erkend voelen en ze willen gezien worden, in plaats van buitengesloten.
Eén van mijn vragen was wat de geïnterviewden zelf als positieve kracht hebben ervaren. Ze bleken vooral kracht te ontvangen uit begrip, aandacht en gesprekken. Bij ouderen speelden een paar vrienden daarbij een rol, de jongeren noemden tevens de aandacht vanuit de kerkelijke gemeente. God en het persoonlijke geloof noemde bijna iedereen als positieve kracht en verder werden werk, relativering, ‘tellen van zegeningen’, de eigen relatie en de omgang met andermans kinderen als krachtbronnen genoemd.
Aanbevelingen
Op grond van mijn onderzoek heb ik een lijst aanbevelingen gemaakt. Ik ben me ervan bewust dat de mensen die het persoonlijk raakt hierin geen actieve rol krijgen. Maar de vraagstelling van mijn onderzoek lag primair bij de rol die eredienst en pastoraat op dit gebied kunnen vervullen.
Algemeen
• Zorg voor bewustwording in de gemeente. Stel elkaar bijvoorbeeld de vraag: wat zou het kunnen betekenen als je wens om kinderen te krijgen niet wordt verhoord? Dat leidt bij een predikant tot het besef dat het iemand binnen zijn gehoor zou kunnen betreffen en bij gemeenteleden dat zo iemand naast je zou kunnen zitten.
Persoonlijke aandacht wordt met name als helpend en troostrijk ervaren
Taal
• Wees bedacht op de gevoeligheid van je taalgebruik. Zo lijkt bijvoorbeeld het woord ‘kinderloosheid’ een gevoel van stigmatisering op te roepen. Breng dit onderwerp liever ter sprake met een term als ‘geen kinderen hebben’.
• Zorg voor veelzijdig beeldgebruik, zowel wanneer het over God en godsbeelden gaat als wanneer het over begrippen als ‘een voltooid leven’ en ‘vruchtbaarheid’ gaat.
• Gebruik ten aanzien van het gezin meerdere leefvormen als voorbeeld in de prediking en benadruk dat er naast het gezin ook andere verbanden zijn, zoals vriendschap, familie en verbondenheid binnen de gemeente, op het werk of in een vereniging.
Pastoraat
• Breng het onderwerp in het pastoraat op een open en vrijblijvende manier ter sprake. Bijvoorbeeld: ‘Ik weet niet of jullie erover willen praten, maar wat voor invloed heeft het feit dat jullie geen kinderen hebben op jullie leven?’ • Vraag waar de mensen zelf behoefte aan hebben.
• Laat het pastoraat in dit geval niet per se via de wijkindeling plaatsvinden, maar verken wie op dat moment de beste persoon is om mee in gesprek te gaan.
• Bied indien wenselijk de mogelijkheid aan om contact te leggen met een ander stel in de gemeente, dat hetzelfde meemaakt of heeft meegemaakt.
• Bied een luisterend oor, juist voor de verhalen die dreigen te verstikken.
De invloed van het medische traject en daarna soms het adoptietraject is groot. Juist in deze periode kunnen de spanningen hoog oplopen en is pastoraat gewenst om bijvoorbeeld te proberen het gesprek tussen partners onderling gaande te houden.
• Geef begeleiding bij persoonlijke aspecten als grenzen, identiteit, zin, onzin en andere perspectieven.
Anders gezegd: wanneer zeg ik nee en ja vanuit mijn geloof en eigen overtuiging?
• Bied ruimte aan dubbele gevoelens: enerzijds vreugde voelen voor een ander bij de geboorte of doop van diens kind, anderzijds zelf weer geconfronteerd worden met het verdriet van het gemis. Mensen kunnen een schuldgevoel krijgen vanwege die gemengde gevoelens, alsof ze die niet zouden mogen hebben.
• Wees een inclusieve gemeenschap, waar openheid is om dingen te benoemen, waar verdriet mag bestaan en waar emoties getoond mogen worden.
• Geef persoonlijke aandacht. Dat werd met name door jongeren erg gewaardeerd. Zij noemden daarbij kleine gebaren van meeleven, zoals een ontvangen attentie met Pasen.
Eredienst
• Praat inclusief, sluit zo min mogelijk mensen buiten. Laat mensen voelen dat ze als persoon geliefd zijn. ‘Je bent een mens, een kind van God en dat is belangrijk.’
• Thematiseer het onderwerp in een kerkdienst, bijvoorbeeld in de eerste adventsdienst, dus aan het begin van een periode met wonderverhalen.
Baan zo een weg naar een inclusieve periode, met open wegen en woorden en vernieuwde beelden van wat vruchtbaarheid is en ‘volheid van leven’ kan zijn.
• Benoem kinderloosheid in combinatie met ander gemis en verdriet.
Betrek zo eenieder die met een gemengd gevoel of een verdrietig hart in de dienst zit, bijvoorbeeld vanwege een gebrek aan toekomst of het verlies van een kind, droom, verlangen of baan. Dit kan ook zo bij andere vieringen worden benoemd.
• Benoem het gemis aan het begin van een doopdienst. Daarmee wordt de aanwezige spanning uitgesproken en kan het hopelijk even geparkeerd worden.
Anne-Mieke van Oost-Reiber is kerkelijk werker in de Protestantse Gemeente De Baai in Etten-Leur en ouderenpastor in de Protestantse Gemeente De Levensbron in Ridderkerk.
Dit artikel is een bewerking van de scriptie waarmee ze in mei 2012 de hbo-opleiding Theologie aan de Christelijke Hogeschool Windesheim afrondde. Voor reacties: am.vanoost@kpnmail.nl.
Om verder te lezen:
Goebel, H. (2008), Zwischen Hoffnung und Verzweiflung.
Beratung und Seelsorge bei ununerfülltem Kinderwunsch.
Neukirchener Verlag.
Vermaas en Van Blaaderen, M. en M. (2012). Beschuit zonder muisjes, als je lang moet wachten op een baby. Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer.