Alles heeft een ritme

2014-05-31
  • Jaargang 58
  • nummer 11
‘Alles heeft een ritme’, zongen de dames van Frizzle Sizzle in 1986. Een waar woord. Het leven zit vol ritmes, van het het ritme van de ademhaling en de hartslag tot het ritme van de dag, de week en het jaar.
De mens is gebaat bij ritme en herhaling. Bij kleine kinderen kun je dat goed merken. Zij gedijen het beste in een regelmatig bestaan: op vaste tijden eten, slapen en spelen, het liefst gecombineerd met vaste rituelen als de maaltijd beginnen en eindigen met gebed of een lied en zingen voor het slapen gaan.
Voor volwassenen geldt eigenlijk hetzelfde, al beseffen we dat misschien te weinig. Leven in een bepaald ritme geeft rust en ruimte. Wie weleens een tijd in een klooster heeft doorgebracht, zal dit denk ik kunnen beamen.
Ritme is een herhaling van een motief dat nooit ten volle aan zichzelf gelijk blijft. Ritme is anders dan maat, want maat is statisch en daardoor soms verstarrend en vermoeiend.
In ritme valt juist dynamiek te onderkennen. Leven in een ritme betekent dat je het leven op orde kunt houden.
Het is een manier om structuur te geven aan de aardse tijd.

Rijpen
Ons geloofsleven is ook gebaat bij ritme. Daarom houd ik ook zo van het kerkelijke jaar, van het vieren van feesten in de kringloop van het jaar. Elk jaar vier je dezelfde feesten, en toch is geen jaar hetzelfde.
De feesten zijn ook zorgvuldig gerangschikt. Alles op zijn tijd. Daar mag je toch de wijsheid van de Almachtige achter zoeken. We hebben zes zondagen (en veertig dagen) toegeleefd naar het paasfeest. Zes weken van inkeer, soberheid en boete. Zes weken om ons te ontdoen van alle ballast in het leven en ons leeg te maken, om zo ruimte te maken in ons hart voor iets anders, Iemand anders.
Daarna zijn er zeven zondagen (vijftig dagen) om het feest van Pasen te vieren. Zeven weken om onze vreugde te vinden in de opgestane Heer. Dat is de periode waarin we toeleven naar het pinksterfeest. In die vijftigdagentijd mag het wonder van Pasen rijpen in ons hart, tot het tijd wordt om te gaan oogsten. Dan zullen de vruchten van Pasen worden geplukt. De vlam van Christus slaat over op de mensen.
Het pinksterfeest is daarmee de kroon op alle christelijke feesten.

Zwijgzaamheid
In onze kerken is dit niet altijd te merken. Er is vaak meer te doen rondom de kerst- en paasviering; dan wordt er flink uitgepakt. Maar in de Bijbel werden die hoogtijdagen toch meer in stilte gevierd, hoe groots de gebeurtenissen ook waren.
Jezus werd geboren in Bethlehem, onder een schamel dak en in een arm gezin. Er ging wel een ster op ter gelegenheid van zijn komst, maar die werd door weinigen opgemerkt.
Ook zijn opstanding uit de dood werd niet bekendgemaakt aan duizenden tegelijk, maar begon met een paar vrouwen.
En zij die ervan hoorden hielden het lange tijd stil, uit angst voor de Joodse leiders.
Met Pinksteren doorbreekt God echter de zwijgzaamheid.
Wanneer Hij zijn Geest uitstort over de mensen zorgt Hij dat zo veel mogelijk mensen er direct van weten. Het gaat gepaard met audiovisuele effecten en het vindt plaats in de grote stad Jeruzalem, terwijl daar veel mensen samengekomen zijn om het feest van de eerstelingen te vieren. Hier pakt God uit! Wij zouden dat ook meer mogen doen. Want aan alles wat Jezus hieraan voorafgaand gedaan heeft, krijgen wij dankzij het pinksterfeest ook deel.

Oordeel
Petrus citeert in zijn pinksterpreek de profeet Joël. ‘Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.
Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered’ (Handelingen 2:17-21).

Zonder Pasen geen Pinksteren, maar zonder Pinksteren geen deel aan Pasen

Door naar de profeet Joël te verwijzen maakt Petrus zijn toehoorders en ons duidelijk hoe belangrijk de gebeurtenissen op die eerste pinksterdag zijn voor de mensheid.
Want in het boek Joël staat ‘de dag des Heren’ centraal, de dag van het oordeel, waarop God zal rechtspreken. Die dag zal verschrikkelijk zijn. Daarom roept de profeet op tot inkeer. Want de Heer is groot en ontzagwekkend. ‘Wie kan die dag doorstaan?’ vraagt de profeet zich vertwijfeld af. Je ziet de gehele mensheid en de gehele schepping al in Gods oordeel ten onder gaan...
Maar dan komt het verlossende woord van God zelf. Hij zal zijn Geest uitgieten over al wat leeft. Het uitgieten van de Geest is een voorbereiding op de dag van het oordeel.
Die dag van dreiging wordt daardoor een dag van redding.
Het is de Geest die ons laat delen in het werk van Christus.
Zonder Pasen geen Pinksteren, maar zonder Pinksteren geen deel aan Pasen.
Na zeven paasweken vieren we het pinksterfeest. En dan breekt er in het kerkelijk jaar een lange tijd van rust aan.
Een tijd om van de vruchten van de Geest te genieten. En om te groeien in de Geest, te groeien in geloof. Zodat het volgende kerkelijke jaar niet hetzelfde zal zijn.
Elke cyclus brengt je dichter bij God. Elke cyclus verwonder je je meer over de komst van Heer, kun je meer en meer je oude ik afleggen, neemt de vreugde van Pasen toe en raak je voller van de Geest.
‘Finis sit Excelsior’, zongen wij op ons dispuut (het doel is hogerop). ‘Deo nos iuvant.’ God, help ons.

Judith Cooiman-Bouma is predikant van de NGK Zeist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief