Dominees en wijsbegeerte (en wij)

2005-09-09
  • Jaargang 49
  • nummer 17
‘Een dominee baseert zich alleen op de Bijbel en heeft dus geen wijsbegeerte nodig.’ Dit standpunt wordt binnen de orthodoxe christenheid nog steeds breed uitgedragen. Ik laat de vraag liggen, of een aanstaande predikant theologie moet studeren, of het vak van predikant leren. Maar welke mening men ook is toegedaan, filosofie is nog vaak een stiefkindje van de predikantentopleiding. Indertijd liet K.Schilder duidelijk zijn ongenoegen blijken over het feit, dat hij geen systematische wijsbegeerte mocht doceren. Het bleef bij geschiedenis van de wijsbegeerte. Hij stond in zijn ongenoegen niet alleen. De ‘reformatorische wijsbegeerte’ (verder: RW), waaraan namen verbonden zijn als H. Dooyeweerd, D.Th. Vollenhoven en – niet te vergeten – A. Janse, heeft dit standpunt ook steeds verdedigd. Het jongste boek van A. Troost staat in deze traditie.
Het is een inleiding tot de RW, en dan met name bedoeld voor (aanstaande) predikanten en theologen. Als zodanig heb ik het boek dan ook, zij het in voorlopige vorm, gedurende enige jaren gebruikt voor studenten van het Ned. Geref. Seminarie.

Gelovig naspreken van de Schrift
Waarom dan dit boek besproken in Opbouw? Wat moet u als ‘gewoon’ gemeentelid er mee?
Wie een algemene inleiding in de RW zoekt, is misschien beter uit met het boek ‘Gelovend denken’ van R. van Woudenberg. Wie echter enigszins belang stelt in de relatie tussen theologie en filosofie en wie zich afvraagt of theologie inderdaad niet meer of anders is dan ‘gelovig naspreken van de Schrift’, mag het boek van Troost niet laten liggen. Deze bespreekt de RW immers steeds met het oog gericht, niet alleen op theologen maar ook op het geïnteresseerde gemeentelid. Het christelijk geloof is steeds op de achtergrond aanwezig.

Tijd en verschijningsvormen
Binnen de RW hebben de verschillende ‘grondleggers’ eigen accenten gelegd. Soms waren zij het onderling niet helemaal eens. Ook bij hun leerlingen zien wij , naast een fundamentele overeenkomst, verschillen optreden.
Binnen deze verschillende stromingen is Troost een volbloed ‘Dooyeweerdiaan’. Van Dooyeweerd afwijkende opvattingen, zoals die van Vollenhoven over de tijd en de zogenaamde ‘boventijdelijkheid’ of ‘voltijdelijkheid’ zoals W.J. Ouweneel er over spreekt, komen nauwelijks aan de orde. Ik vind dat jammer, juist ook omdat het hoofdstuk over de tijd en haar verschijningsvormen mij niet echt overtuigt. Ik zal u een detail-discussie over dit onderwerp in deze bespreking besparen. Zij is echter niet onbelangrijk. Dat Troost deze discussie niet voert vind ik jammer, maar het doet weinig af aan het belang van zijn boek.
Het boek roept bij mij, ondanks het feit dat ik het als leerboek voor de studenten gebruik, heus nog wel vaker vragen op. Troost legt veel nadruk op het belang van een tekst als Kol. 1: 15- 17, mijns inziens voor een wijsgerig boek soms wat te veel.
Daarmee geeft hij dan weer voedsel aan het verwijt, dat RW eigenlijk een verkapte vorm van theologie is. Dit verwijt is onjuist, maar het maant wel tot voorzichtigheid. Bovendien roept het vragen op, dat er weliswaar herhaaldelijk teksten worden aangehaald, maar dat dit vaak dezelfde zijn.

Waarmee ben je bezig
Er wordt wat veel gebruik gemaakt van cursivering om nadruk te leggen. Dat geeft maakt het tekstbeeld wat onrustig. Bovendien mis ik een register. Maar nogmaals, dat neemt niet het belang weg van het boek. Het wijst herhaaldelijk en diepgaand op het onderscheid tussen geloof en theologie. Troost geeft de theologie een eigen plaats, maar wijst er terecht op dat geloof niet hetzelfde is als theologie. U zou dit een stokpaardje kunnen noemen, maar daarmee kunt u het niet afdoen. Geloven doen wij als christen allemaal, maar theologie bedrijven doen er veel minder. En gelukkig maar. Ik ga naar de kerk om mijn geloof te (laten) versterken, niet om theologische kennis op te doen. Dit miskent niet het belang van theologie. Maar scheikunde is ook van belang voor mijn dagelijks bestaan. Toch behoeft gelukkig niet iedereen een scheikundige te zijn. Praktische, concrete kennis gaat vooraf aan wetenschappelijke kennis en is van een geheel andere aard. Om een oud voorbeeld maar weer eens te noemen, een boer (of een springruiter) ziet een paard heel anders dan een zoöloog. Troost draagt dit standpunt van de RW helder uit. Hij houdt predikanten en theologen een spiegel voor: ‘Waarmee ben je bezig?’

Bruikbaar
Ik heb het niet over de op het eerste gezicht onbegrijpelijke titel gehad. Die wordt in het boek zelf uitgelegd.
Laat ik er hier dit van zeggen: filosofie houdt zich bezig met de gehele geschapen werkelijkheid als geheel, in al haar samenhang. Ik kan mij voorstellen dat u nu nog niet veel meer weet. Ik zou zeggen: Lees dan het boek. De geschapen werkelijkheid, daar maken wij zelf deel van uit. Of het onderwerp ons dus aangaat. Ik zou wel willen, dat alle predikanten kennis namen van dit boek. En dan behoeven zij het nog niet eens met alles eens te zijn. Maar de ‘gewone’ gemeenteleden dan? Opbouw is geen domineesblad. Waarom aandacht voor dit boek? Welnu, om het volgende. Het is niet erg gemakkelijk geschreven. De formuleringen zijn soms ingewikkeld, de behandelde stof ook. Het boek is af en toe tamelijk abstract en hanteert een niet altijd even eenvoudige terminologie (die gelukkig meestal wordt uitgelegd). En toch… de onderwerpen die aan de orde komen mogen er zijn. En met enige moeite is het boek te volgen. Daarom zou ik wel willen dat er inderdaad gemeenteleden zijn die dit boek ter hand nemen en bestuderen. En als u de stof wat lastig vindt? Waarom dan niet eens een studiekring gevormd om het samen met anderen te lezen? Het onderwerp is het waard.

Prof. Dr. A. Troost, Antropocentrische totaliteitswetenschap. Inleiding in de reformatorische wijsbegeerte van H. Dooyeweerd, Damon, Best, 2005, ISBN 9055736074, € 21,90

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief