De paapse mis

2005-09-09
  • Jaargang 49
  • nummer 17
En opeens was daar de discussie over een bijna 450 jaar oude formulering: is de rooms-katholieke, de ‘paapse’ mis nog steeds ‘een vervloekte afgoderij’, zoals het in antwoord 80 van de Heidelbergse catechismus staat, of moet je dat vandaag niet meer zo zeggen? De vraag kwam aan de orde op de assemblee van de Gereformeerde Oecumenische Raad (GOR) in juli in Utrecht. De Noord-Amerikaanse Christian Reformed Church stelde voor om deze passage in de catechismus voortaan in een klein lettertype af te drukken met daarbij een voetnoot dat de rooms-katholieke leer over de eucharistie géén afgoderij is. Een besluit is nog niet genomen door de GOR. In De Wekker van 29 juli wijdt ds. M.J. Oosting er een beschouwing aan. Ik citeer een aantal passages uit zijn betoog:

De moeite met vraag en antwoord 80 van de catechismus is niet nieuw.
Onder gereformeerde belijders is er wel vaker één en ander over gezegd.
Velen vinden deze catechismusafdeling hard en liefdeloos. Er wordt volgens hen onbarmhartige kritiek op de mis geleverd. Daarbij speelt een rol, dat in de eerste versie van de catechismus in 1563 deze vraag en antwoord niet opgenomen waren. In de tweede druk werd het verschil tussen het Heilig Avondmaal en de mis wel aan de orde gesteld maar had het antwoord een kortere vorm dan nu. Pas in de derde druk kregen vraag en antwoord 80 de definitieve formulering zoals wij die nu kennen. Vanaf dat moment zijn die scherpe woorden er in opgenomen dat de mis een vervloekte afgoderij is.
Waarschijnlijk zijn deze scherpe bewoordingen een reactie op het concilie van Trente, dat gehouden werd van 1545 tot 1563. Op dat concilie werd de rooms-katholieke leer aangescherpt als reactie op de Reformatie.
Door dat concilie werden er heel wat vervloekingen uitgesproken over het bijbelse geloof, zoals dat door de Reformatie herontdekt was. Het geloof in de verzoening van de zonde enkel en alleen uit genade op grond van de gerechtigheid die Jezus Christus verdiend heeft, werd door Trente met een banvloek getroffen. leder die dit gelooft die zij vervloekt. In dat licht is het niet onbegrijpelijk dat de opstellers dit antwoord zo scherp onder woorden hebben gebracht. Als mensen zich vastklemmen aan een vals evangelie dan komt hun eeuwige heil in geding. Het gaat niet om een kleinigheid maar om eeuwig wel of wee. () Het Avondmaal verzekert ons ervan, zo zegt antwoord 80, dat wij volledige vergeving van al onze zonden mogen ontvangen. Er is volkomen vergeving door het offer dat de Here Jezus Christus aan het kruis heeft volbracht. () Maar in de viering van de mis wordt dat ontkend. Jezus' werk is niet eens en voorgoed voldoende. Dat offer moet als het ware herhaald worden in de viering van de mis. () Het tweede punt, dat de catechismus noemt is de gemeenschap met Christus. () Bij de viering van het sacrament is er een verbinding met de Heiland in de hemel. Een verbinding die door Gods Geest tot stand wordt gebracht. Daarom worden wij bij de viering van het Avondmaal ook opgeroepen om onze harten in de hemel te verheffen.
Maar bij de mis wordt er iets heel anders gezegd. Er wordt gezegd, dat brood en wijn veranderen in lichaam en bloed van Christus. De zogenaamde transsubstantiatie. () Het derde punt hangt nauw samen met het tweede. Omdat brood en wijn veranderd zijn in lichaam en bloed van Christus moeten brood en wijn aanbeden worden alsof ze Christus waren. Dat is de reden dat de catechismus de mis een vervloekte afgoderij noemt. Omdat er voor de hostie, wat niet anders dan een stukje brood is, in aanbidding wordt neergeknield.
Het is niet waar dat de leer van de eucharistie op zich een vervloekte afgoderij wordt genoemd. Maar het in aanbidding neerknielen voor de hostie, dat noemt de catechismus een vervloekte afgoderij.

De paapse mis: zouden veel roomskatholieken wakker liggen van dit soort discussies? ‘t Zou wel aardig zijn: kardinaal Simonis die elke morgen met trillende vingers het Nederlands Dagblad opslaat, om te kijken of...
Nee, zo zal het wel niet gaan. Een artikel als dit is vooral bedoeld voor intern gebruik: het gaat alleen over de vraag of antwoord 80 correct, of op z’n minst verdedigbaar is. En dat blijkt gelukkig het geval te zijn.
Zelf heb ik hier vroeger ook wel zo over gepreekt. Maar ik heb er m’n twijfels over gekregen. Nee, ik pleit er niet voor om reële verschillen onder het tapijt te vegen. Maar is er in vier eeuwen niet een hoop gebeurd? En kan er daarom geen reden zijn, om – met behoud van reële verschillen – in onze tijd meer nadruk te leggen op wat verbindt dan op wat scheidt? Het ‘overwinnen van het kwade door het goede’ geldt toch niet alleen in de individuele ethiek?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief