Recht op een gratis gasmasker
2005-10-07
Reisverslagen over Israël zijn er genoeg.- Jaargang 49
- nummer 19
Teruggekeerde Israëlgangers vertellen je enthousiast over de schoonheid van het land, willen je vooral hun indrukwekkende ervaringen overbrengen van bijbelse plaatsen en situaties, zoals de geboortegrot en de hof van Getsemane.
Een totaal ander Israël krijg je in beeld als je Recht op een gratis gasmasker van Alice ten Napel leest.1 Hier niet de beschrijving van bijbelse plaatsen of kibboetservaringen, maar van het gewone dagelijkse leven van de gemiddelde Israëlische burger.
Waarnemingen van een - ook bùitenshuis werkende - huisvrouw van Nederlandse afkomst, de echtgenote van de jood Ayalon Levy.
Het boek is een bundeling van columns die eerder gepubliceerd zijn in bladen als Terdege. Dat leest lekker: je hebt telkens te maken met een afgerond stukje van zo’n anderhalve bladzij over een aspect van het leven van de doorsnee Israëli. Nadeel van zo’n verzameling is dat er nog wel eens overlappingen zijn. De stukjes zijn gegroepeerd rond thema’s als het verkeer, werken en staken, huizen en wonen, feesten, geboorte.
Drugsdealende oma
Met de frisse kijk van een nuchtere Urkerin vertelt Alice ten Napel over haar ervaringen als inwoonster van de stad Tel Aviv. Over het gewone dagelijkse leven schrijft ze, maar wel met vooral aandacht voor de verschillen met wat ze van huis uit gewend is. Ze maakt duidelijk dat de Israëli’s zeer hard moeten werken om het hoofd financieel boven water te kunnen houden.
Het zijn allemaal tweeverdieners met een fulltime baan; hun kinderen groeien op in de crèche. En op de achtergrond is er altijd de dreiging van zelfmoordaanslagen. Je leest over het sterk levende bijgeloof, dat zelfs uitkomt in de naamgeving van de kinderen; over de tijdrovende en ergerniswekkende bureaucratie; over het totale gebrek aan milieubewustzijn. En daarnaast kom je allerlei leuke bijzonderheden tegen: over een drugsdealende grootmoeder of over een militair die op herhalingsoefening zijn baby bij zich heeft omdat zijn vrouw moet werken.
Honig en een vissenkop
Onze interesse gaat natuurlijk vooral uit naar het gedeelte waar verteld wordt hoe de feesten, die we uit de bijbel kennen, anno 2000 in Israël gevierd worden. De christelijke feestdagen spelen geen rol: met Kerst en Pasen gaat iedereen gewoon naar zijn werk. Net als op 1 januari trouwens; het joodse nieuwjaar valt immers al in september.
Dat wordt overigens uitbundig gevierd.
Het begint met een uitgebreide familiemaaltijd, waarbij in elk geval appel met honing en een kop van een vis op het menu staan. Honing als symbool voor een zoet nieuwjaar vol gezondheid en voorspoed. Israëli wensen elkaar geen ‘gelukkig’ maar een ‘zoet’ nieuwjaar toe. En die vissenkop? Die herinnert de jood eraan – het hoofd is immers het belangrijkste deel van het lichaam – dat hij tot het uitverkoren volk behoort; de vis zelf met zijn grote voortplantingsvermogen verwijst naar Gods belofte aan Abraham over de talrijkheid van zijn nakomelingen.
Tien dagen na het nieuwjaarsfeest is het Grote Verzoendag. Dan ligt het openbare leven volledig stil. De joden vasten en bidden die dag om met de Schepper in het reine te komen. Het verkeer ligt plat, er zijn geen radio- of tv-uitzendingen; wel zitten de synagogen overvol. Een feest voor de kinderen, want die ene dag per jaar is de straat voor hen. Ze hoeven nog niet te vasten en kunnen zich met hun fiets, skateboard of voetbal, zonder toezicht, heerlijk uitleven.
Hamansoren
Leuke bijzonderheden krijgen we ook te lezen over het Poerimfeest. Dat is nog het best te vergelijken met het carnaval in het westen. Kinderen en ouderen gaan verkleed als Mordechai, Ahasverus of Haman over straat. Net als bij de andere feesten speelt de maaltijd een grote rol. Je moet er zo veel bij drinken dat je het verschil niet meer weet tussen Haman en Mordechai. Een lekkernij vormen de Hamansoren; een soort koekjes die hun naam te danken hebben aan het feit dat Haman niet alleen zijn hoofd maar ook zijn oren liet hangen toen hij voor Mordechai uit moest lopen. Voor de kinderen is het in de synagoge de leukste dag van het jaar. Ze mogen klapperpistooltjes en ratels meenemen en moeten bij de lezing van het boek Esther telkens als Haman genoemd wordt zo hard schieten en ratelen en met hun voeten stampen dat de naam onverstaanbaar is.
Grote schoonmaak
Nieuw voor mij was ook wat ik las over de grote schoonmaak vòòr Pesach (Pasen). De chamets moeten het huis uit, dat is alles wat te maken heeft met brood, gist en bier. Geen broodkruimeltje mag meer ergens blijven liggen. Het betekent nogal wat, want zelfs in tandpasta en shampoo blijken graanbestanddelen verwerkt. Voor winkels heeft dit enorme consequenties: hele schappen worden leeggehaald, want vòòr Pesach moet alles koosjer zijn.
Buiten Pesach om gaat het begrip ‘koosjer’ minder ver. Wel is een absolute eis dat melk- en vleesproducten niet met elkaar in contact komen. De keukens – zeker die van koosjere restaurants – kennen daarom een strikte tweedeling. Ook de serviezen voor vlees en die voor melkproducten zijn verschillend. De controle is streng: Mc Donalds, dat koosjer vlees en koosjere ingrediënten gebruikt, kreeg zijn koosjerverklaring pas nadat de cheeseburger van het menu – nou ja, menu – gehaald was.
Spiegel
Overigens, de stukjes over de feesten en het religieuze leven beslaan maar 50 van de ruim 300 pagina’s. Het boek beschrijft alle terreinen van het leven.
De schrijfster vertelt over de vele stakingen (vooral van de onderwijsgevenden), ze neemt je mee de straat op het chaotische verkeer in. Je deelt in haar verbazing als een tegenligger de buitenspiegel van een bus afgereden heeft. Ze verwacht de gebruikelijke scheldkanonnade, maar in plaats daarvan pakt de chauffeur uit een kastje, waarin er een stuk of tien liggen, een nieuwe spiegel en monteert die al rijdende op de plaats van de oude.
Prachtig is het verhaal over de WK voetbal in 1998. Voetbal blijkt heel populair in Israël, maar bij gebrek aan een eigen elftal dat meespeelt moeten ze een andere favoriet voor hun meeleven kiezen. Nederland en Brazilië zijn de uitverkorenen. In die periode verschijnt een van de collega’s van de vertelster een maandlang op kantoor met een fel oranje keppeltje met roodwitblauwe rand en een zwart leeuwtje midden op.
Eetgewoonten
Over dagelijkse dingen gesproken.
Buiten de feestmaaltijden om zijn de Israëli’ niet gewoon gezamenlijk aan tafel te eten. ‘Iemand kookt en de pan blijft op het vuur staan. Wie thuiskomt en trek heeft in eten, warmt een gedeelte voor zichzelf op. Alleen in het weekend zit het gezin ter ere van sabbat met elkaar aan tafel.’ Doe je in Nederland je best er bruingebrand uit te zien, in Israël is een blanke huid het schoonheidsideaal. De drogisterijen puilen uit van de crèmes om je gezicht wit te krijgen. Een vriendin is trots ‘omdat haar dochtertje nog blanker is dan jij bent’.
Persoonlijk
Voor wie wat meer wil weten over het gewone leven van de gewone Israëli is Recht op een gratis gasmaker een leuk boek. Het is een vlot geschreven, humoristisch, persoonlijk verslag.
Jammer, dat een corrector er niet nog een keer zijn oog over heeft laten gaan. Nu struikel je nogal eens over een taal-, stijl- of tikfout.
Het boek is niet via de boekhandel, maar uitsluitend via de uitgever verkrijgbaar.
Alice ten Napel, 2005, Recht op een gratis gasmasker. Uitgeverij Freemusketeers, Soest, 312 p., € 19,95, ISBN 9085391563. Bestellen kan bij de uitgever: www.freemusketeers.nl. Bij bestelling bij de schrijfster is de prijs van het boek € 17,50; tel. 0320-247 501.
1 Alice woont met haar gezin momenteel in Lelystad, waar ze lid is van de CG/NG kerk.