Afscheid hoogleraar reformatorische filosofie Henk Geertsema
2005-10-21
Groningen, Utrecht en Amsterdam.- Jaargang 49
- nummer 20
Aan maar liefst drie universiteiten gaf professor Henk Geertsema de afgelopen jaren college in de Reformatorische Wijsbegeerte - op rij af gedurende 20, 17 en 16 jaar. Vandaag (21 oktober) is zijn afscheidscollege met de titel: ‘Denken over zin en wetenschap. Waarom de filosofie van Dooyeweerd belangrijk is’.
Alle reden om terug te kijken op wat Geertsema bezig heeft gehouden. En dan denk ik niet alleen aan zijn filosofisch werk, maar ook aan zijn betrokkenheid bij onze kerken en het werk van l’Abri.
Derde generatie
Met het afscheid van Henk Geertsema zwaait een generatie filosofen af die op de valreep nog net de ontwerpers van de Reformatorische Wijsbegeerte als docent heeft meegemaakt.
Geertsema: ‘Toen ik 1964 filosofie ging studeren gaf Dooyeweerd zijn laatste jaar college. Vollenhoven, het andere kopstuk van deze christelijke filosofie, was net met pensioen.’ Henk Geertsema, die zijn kandidaats theologie in Kampen achter de rug had, was al geboeid en sloeg de weg van de filosofie verder in.
Openheid
Geertsema zegt over die wissel in zijn leven: ‘Dooyeweerd, maar ook zijn opvolger Van Riessen hebben me overtuigd van het vruchtbare van deze manier van denken. Want het was een heel open filosoferen over mens en wereld vanuit de overtuiging dat het ging om een door God geschapen werkelijkheid.’ Met name de open houding van Van Riessen kon Geertsema waarderen - ook als het ging om kritiek op de Reformatorische Wijsbegeerte zelf: ‘Bij Van Riessen mocht je alles bekritiseren, als je het maar beargumenteerd deed’.
Volle werkelijkheid
Een ander aansprekend punt is volgens Geertsema, dat binnen de Reformatorische Wijsbegeerte het wetenschappelijk denken een bescheiden plaats krijgt toegemeten.
De concrete alledaagse menselijke ervaring is zoveel meer en breder dan het wetenschappelijk bezig-zijn. Kenmerkend voor de filosofie van Dooyeweerd is, dat ze steeds weer uitgaat van deze concrete menselijke ervaring en probeert die al filosoferend ook recht te doen.
Eenzijdigheden
Op de vraag of dat beter lukt dan in andere stromingen, noemt Geertsema filosofische richtingen, die heel veel nadruk leggen op het rationele van de mens: ‘Daarmee doe je de mens in zijn volheid geen recht. Maar dat geldt ook voor stromingen, die de menselijke vrijheid tot het een en het al maken. Dan wordt een mens zo ‘zelfbepalend’, dat er weinig ruimte is voor de ontvangende kant van het mens-zijn. En ook voor een notie als ontmoeting, die zo belangrijk is voor de menselijkheid van de mens. Of weer anders is het in stromingen, die sterk reducerend denken over het mens-zijn. Door bijvoorbeeld het essentiële van ons mens-zijn te lokaliseren in onze hersenactiviteit, waardoor de mens trekken krijgt van een levende denkmachine. Wie ik ben wordt dan een kwestie van data.’ Dat de reformatorische filosofie zo vasthoudt aan de volle (menselijke) werkelijkheid hangt volgens Geertsema samen met de religieuze belijdenis, dat die volle werkelijkheid schepping van God is.
Hermeneutiek
Geertsema heeft de filosofische thema’s in de loop van de jaren zien verschuiven.
In de jaren zestig was de filosofie veel maatschappijkritischer, vaak ook met marxistische achtergronden.
Maar één van de thema’s die hem steeds weer boeide was dat van de hermeneutiek. Niet alleen vanuit filosofisch perspectief, maar ook in verband met de bijbeluitleg. Want in beide gaat het om het begrijpen van teksten en om de boodschap voor nu van dat wat vaak op een heel andere plaats en in een heel andere tijd dan de onze geschreven is.
Geertsema: ‘Als ik het toespits op het verstaan van de bijbel, dan vind ik het belangrijk om te zien, dat God mensen inschakelt om aan mensen de boodschap over te brengen. God doet daarbij een beroep op de menselijkheid van mensen als Jeremia en Petrus’.
Lichtjaren
Geertsema vindt Jeremia een mooi voorbeeld: ‘Het is iemand met een grote gevoeligheid die door God werd uitgekozen (al vóór zijn geboorte) om een hele harde boodschap van oordeel te brengen. Dat geeft een diepe spanning, die iets laat zien van Gods eigen kwetsbaarheid in zijn weg met zijn volk. Misschien zelfs wel iets van een innerlijk conflict bij God zelf tussen zijn afkeer van het kwaad en zijn verlangen om te redden. Maar zo laat God, door boodschappers in hun menselijkheid in te schakelen, zien wat hem persoonlijk beweegt.’ Moeilijke kanten heeft dat volgens Geertsema ook: ‘Je stuit er op dat mensen hun beperkte kennishorizon hebben. Dat was toen zo en nu ook.
Maar dat betekent dat je in de bijbel mensen ontmoet met hun kennishorizon, die zo ook werden aangesproken door God. God zou om zijn grootheid te tonen aan een 21e eeuwse Job anders spreken dan toen.
Bijvoorbeeld over lichtjaren in plaats van over de Leviathan’
Vrouwelijke ouderling
Geertsema heeft in de jaren negentig
meegedacht in de commissie die zich boog over de vrouwelijke diaken.
Daar had hij ook geen bijbelse bezwaren tegen. Ook niet tegen een vrouwelijke predikant: ’Ik heb niet de indruk dat de prediking zozeer aan een ambt gebonden is. Het Woord is aan de gemeente gegeven’, zo voegt Geertsema toe. ‘Ik heb veel langer moeite gehad met de vrouwelijke ouderling. Want dat hangt samen met het regeerambt. Toch zag ik daarvoor gaandeweg ook meer ruimte.
Bijvoorbeeld als je denkt aan de rol van koningin-moeders en ook de vrouwelijke richter in het Oude Testament. Dat vrouwen leiding gaven was niet alleen maar uit de nood geboren.’ Op mijn vraag of Geertsema die stap naar vrouwelijke ouderlingen niet gemakkelijker had kunnen maken langs een meer hermeneutische weg (vanuit dat verschil in plaats, tijd en kennishorizon) geeft hij aan toch zeer te hechten aan een intensief luisteren naar de Schrift. ‘Je moet oog houden voor de doorgaande lijn van de Schrift, met soms voor ons ook harde punten. Als je de Schrift te eenzijdig langs hermeneutische weg benadert kun je gemakkelijk tekort doen aan het geduldig luisteren.
Komt de tekst echt tot spreken, dat is de vraag. En dat niet alleen in dit soort kwesties, maar ook in de zondagse prediking.’
Gebed
Voor Henk Geertsema is l’Abri van grote betekenis geweest. Hij leerde in Zwitserland Francis en Edith Schaeffer kennen en raakte betrokken bij het l’Abri werk in Nederland. Lange tijd woonde hij in Eck en Wiel en maakte deel uit van de leefgemeenschap van l’Abri. Dat heeft ook persoonlijk veel voor hem betekend.
Het brengt bij de drie G’s van het l’Abri-werk: gesprek, gastvrijheid en gebed. ‘Heel mooi vind ik in l’Abri de verbinding tussen geloof en leven.
Het gebed was niet zo aan een bepaalde plaats of tijd of aan een specifieke vorm gebonden. De kringgebeden bijvoorbeeld. Maar ook kon Schaeffer na een bergwandeling bij het tuinhek zeggen: ‘Laten we danken’.
Dan wachtte hij niet tot bij de maaltijd.’ Ook de intellectuele openheid van Schaeffer sprak Geertsema aan. ‘In de discussies - veelal met studenten - konden alle vragen gesteld worden. Dat leverde boeiende gedachtewisselingen op, die tegelijk iets evangeliserends hadden.
Schaeffer ging zulke gesprekken aan vanuit het diepe geloof dat de bijbelse boodschap werkelijkheidsopen is.’
Diepgang
In Eck en Wiel is een aantal jaren ook een kerkelijke gemeente geweest.
Henk Geertsema heeft daarin van harte meegeleefd en meegewerkt, prekend en als ouderling. En vaak ook als pianist.
Ook kerkelijk heeft hij grote veranderingen meegemaakt. Hij idealiseert de oude tijden niet: ‘Misschien dat er wel meer (bijbel)kennis was in die tijd.
Maar die kon ook zo op zichzelf staan, met weinig verbinding tussen iets als bijbelstudie en het concrete dagelijkse leven in geloof. Of om iets anders te noemen: kun je zeggen dat de psalmen toen met meer diepgang gezongen werden? Het kan
goed zijn dat nu een eenvoudiger opwekkingslied veel meer bewust en doorleefd gezongen wordt.’
Individualistisch
Henk Geertsema is blij met de verbinding tussen het evangelische en het gereformeerde, waarmee hij in l’Abri in aanraking kwam en die hij ook in onze kerken herkent. Het evangelische met dat directe tussen geloof en leven. Tegelijk pleit Geertsema ook voor een grondig luisteren naar de Schrift en zijn achtergronden, gepaard aan een doordenking van wat in onze samenleving gaande is.
Geertsema: ‘Juist ook in een tijd waarbij mensen veel meer individueel geloven, dan vanuit gezagsstructuren.
Het is veel minder een aannemen van wat je behoort te geloven en meer een individueel je weg vinden. Maar dat levert wel het gevaar op dat er niet echt samen wordt gezocht en geluisterd, maar dat ieder zijn eigen weg gaat. Wat dat betreft wordt er in onze tijd veel van de mensen gevraagd’.